HALLIEHALLO!

En welkom op mijn weblog.

Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.

Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.

vrijdag 18 december 2009

Angstdroom

Dromen zijn interessante dingen vind ik, vooral omdat ze soms zo onverklaarbaar zijn. Jaren geleden, toen ik nog niet in de zesde versnelling hoefde te schieten op het moment dat de wekker ging, omdat ik eigenlijk al aan het ontbijt had moeten zitten, nam ik ook de tijd om over dromen na te denken. Waar komen ze vandaan, wat bepaalt dat je de ene nacht het een droomt en de andere nacht iets totaal anders? Ik had daarbij een aantal theorieën ontwikkeld, zoals dat dromen bedoeld zijn om te verwerken wat je overdag meemaakt, maar je geestelijk ook voorbereiden op bepaalde situaties zodat je die in het dagelijks leven makkelijker kunt doorstaan. En dromen laten natuurlijk overduidelijk zien waar je bang voor bent.

Ik heb regelmatig angstdromen. Met het conventionele soort - namelijk ergens naakt rondlopen, bijvoorbeeld op school of werk - heb ik weinig ervaring. Ik heb keurig op mijn eigen angsten aangepaste dromen. Nadat ik in januari dit jaar voor het eerst een vliegtuig miste, heb ik weken, nee zelfs maanden gedroomd over dingen missen. Het begon met vliegtuigen, maar de focus vergrootte zich geleidelijk tot alle mogelijke vormen van openbaar vervoer: ik miste treinen, bussen, boten en uiteindelijk zelfs mijn fiets. De manieren waarop ik deze dingen miste werden ook steeds dramatischer en de erop volgende catastrofes steeds destructiever. Waar de menselijke geest al niet in kan geloven in het diepst van de nacht.

Een andere angstdroom die ik vaak heb is wat ik voor mezelf de 'tentamendroom' noem, omdat hij altijd opduikt voor ik een belangrijke toets heb, of een een beslissend gesprek, of iets anders waar ik tegenop zie. Meestal vergeet ik in die dromen op het beslissende moment dat ik ergens heen moet. Soms heb ik me ook in de dag vergist of laat wederom het openbaar vervoer me in de steek. Zelfs een ontvoering door buitenaardse wezens heeft wel eens in zo'n nachtelijke apocalyps van mij gefigureerd.

Toch vond ik mijn droom van vannacht wel heel origineel. Bij mijn tentamens is het namelijk altijd de bedoeling dat we op alle bladzijden van het antwoordformulier onze naam en ons studentnummer schrijven en voor de digitale verwerking ook nog eens een aantal hokjes inkleuren die wederom coderen voor het studentnummer. Aangezien elke open vraag zijn eigen antwoordvel heeft en het aantal open vragen kan oplopen tot boven de twintig, neemt dit meestal enige tijd in beslag. Dus daar zat ik dan vannacht geestelijk in die tentamenzaal, aan mijn tafeltje, eindelijk eens niet de datum vergeten of de trein gemist. De papieren zijn uitgedeeld, ik wil net beginnen. En ik weet mijn studentnummer niet meer! De losse cijfers zitten nog in mijn hoofd, maar de volgorde is verdwenen. Ik kleur de hokjes, maar realiseer me ineens dat wat ik invul niet klopt. De zaal begint om me heen te draaien, de paniek breekt uit. Zonder studentnummer geen correctie, maar diepe verdoemenis, hel, pijn, marteling tot de dood erop volgt en nog veel erger!

Dit herinnerde ik me 's morgens overigens niet meer. Het kwam pas weer boven toen ik vandaag aan het tentamen in kwestie begon en voor de zoveelste keer 331435 opschreef.

zaterdag 12 december 2009

Gezamenlijk Verleden

Ik heb me wel eens afgevraagd waar alle mensen van mijn middelbare school gebleven zijn. Het ene moment zag ik ze dagelijks, maar zo gauw de diploma's waren uitgereikt, leken ze wel van de aardbodem te verdwijnen. Terwijl je toch zou zeggen dat je ze nog eens tegen moest komen, zo nu en dan, per toeval.

Dat die mensen een tijd van mijn aardbodem verdwenen leken te zijn heeft er natuurlijk ook mee te maken dat ik geruime tijd van hun aardbodem verdwenen was, namelijk toen ik in Engeland was. Ondertussen zijn al die klasgenoten en jaargenoten uitgewaaierd over heel Nederland, misschien wel over de hele wereld. Toch blijf ik het gevoel hebben dat ze allemaal nog in Haarlem en omstreken moeten wonen, gewoon omdat ze daar horen. Al hun vriendschappen en bezigheden bestaan in mijn hoofd ook nog net zo als eerst. Alsof er nooit iets veranderd kan zijn.
Soms 'zie' ik ze ook gewoon nog, als ik door de stad loop of langs het Prinsenhof. Het is een raar fenomeen, want de persoon die ik daar zie lopen is absoluut niet wie ik denk dat het is. Net alsof het mensen-herkennings-gebied in mijn hersens graag wil dat mijn sociale omgeving niet veranderd is.

Het gebeurt trouwens wel af en toe hoor, dat ik er écht eentje tegen kom. Meestal is dat op het station. Dan zeggen we vrolijk 'hallo' en 'dag' en gaan dan weer ieder onze eigen weg. Pas voerde ik zelfs een gesprek met iemand. Over waar hij ook al weer studeert en wat ik ook al weer doe, over of we al op kamers wonen en zo ja waar en met wie dan.
Achteraf realiseerde ik me dat dit waarschijnlijk het langste gesprek was dat ik ooit met deze jongen heb gevoerd. Gek, zo'n denkbeeldig gezamenlijk verleden geeft bijna het gevoel dat je een band hebt.

woensdag 9 december 2009

Zweinsteintje

Toen ik op de basisschool zat heb ik slechts één maal strafwerk gehad. De reden hiervoor was dat ik en twee klasgenoten ons tijdens de pauze in de school verstopten. Wat we daar deden was heel onschuldig: we speelden Zweinsteintje, zoals kinderen van de Harry Potter generatie betaamd. Helaas werden wij die ene middag betrapt onze 'juffie', die ons als een ware Vilder aan onze oren meesleepte, aan onze enkels aan het plafond hing en ons daarna ook nog vijftig strafregels liet schrijven.

Aan het Zweinsteinspel kwam daarmee weliswaar een einde - de leeftijd waarop ik nog een uitnodiging kon krijgen aan deze fameuze school te studeren passeerde ook in stilte - maar mijn voorliefde voor magische kastelen is nooit geheel verdwenen. Stiekem hoopte ik dat de beroemde colleges in Oxford misschien waren wat ik zocht. Wie weet zijn ze dat ook wel, maar ik zou het niet weten. Als EF taalstudentje kom je niet verder dan elke andere toerist, namelijk tot de plek waar de suppoost je laat komen. Als het etenstijd is in de grote zaal sta jij al lang weer buiten en je zult nooit weten of de gerechten inderdaad op magische wijze op de borden verschijnen. Na deze desillusie heb ik dus maar opgegeven: het echte Zweinsteingevoel zal ik wel nooit kennen.

Maar misschien was dit toch nog iets te vroeg. Hoewel je het op het eerste gezicht niet zou verwachten, heeft de medische faculteit toch wel wat magische trekjes.
Van een kasteel heeft het in de verste verte niets weg: klinische gangen die ergens zweven tussen modern en ooit-modern-maar-nu-zwaar-achterhaald, betonnen collegezalen, een strakke witte buitenkant. Daar is niets mysterieus aan.
Tot de verbouwing: ineens staat er op dinsdagmiddag een solide muur, op een plek waar dinsdagochtend nog een gang was. Ik kijk loop er meer maals langs, vraag me af waarom alles er zo anders uitziet en realiseer me dan pas wat er veranderd is.
De weg die de ene dag nog naar de collegezalen leidt, is de volgende dag streng verboden terrein. Om de mensa binnen te komen moet je via een klein achterafgangetje omdat alle normale trappenhuizen zijn afgesloten. Als je na je college de verkeerde kant oploopt mis je waarschijnlijk je trein omdat je verdwaald in een labyrint vol gele omleidingstekens. De lift werkt niet, de loopbrug is afgesloten en als je op de vijfde verdieping wil komen kan dat alleen als je eerst naar de eerste verdieping gaat. Gratis koffie en thee vinden is al helemaal een expeditie.

Dit alles is natuurlijk bijzonder interessant en magisch en spannend. Maar soms vraag ik me wel af waarom ik bij mijn welkomstpakket geen sluipwegwijzer heb ontvangen.

zaterdag 21 november 2009

Blind

Toen ik onlangs op de bus stond te wachten zag ik een man met een hond. De hond was een chocoladebruine labrador. De man had een rood-wit gestreepte stok.
De hond lag rustig op de stoep, maar toen de bus aankwam, stond hij op en leidde zijn baas zonder aarzelen naar de voorste deur. Ook toen ze weer uitstapten, leidde de hond de man netjes de stoep op, om de mensen die wilden instappen heen, richting het stoplicht. Hond en baas stopten netjes voor het rode stoplicht.
Als de man geen rood witte stok had gehad, en de hond niet zo'n typisch geleidehondentuigje, zou je kunnen denken dat het om een gewone hond en een gewone baas ging, zo subtiel leidde de hond de man en zo vanzelfsprekend vertrouwde de man op de ogen van het dier.

Ik heb bewondering voor blindengeleidehonden. Er zijn denk ik maar weinig dieren die zo goed geïntegreerd zijn in de wereld van mensen. Niet alleen kunnen ze er zelf in overleven, ze hebben ook nog de verantwoordelijkheid voor een mens. Ze moeten de dingen waar honden in geïnteresseerd zijn negeren en in plaats daarvan letten op de dingen die belangrijk zijn voor mensen. Zoals bussen, stoplichten en zebrapaden. Deze honden kijken als het ware met de ogen van mensen.

Ik kan me voorstellen dat er een hoop vertrouwen moet zijn in zo'n band tussen een geleidehond en zijn baas. In tegenstelling tot bij een normale mens-dierrelatie werkt de afhankelijkheid nu twee kanten op.
Toch heb ik ergens ook wat medelijden met de hond, die wel heel veel mensenliefde ontvangt, maar zijn 'hondenleven' zo volledig moet opgeven.
Ik zou 'm wel een knuffel willen geven, die hond. Maar dat mag nou juist weer niet.

donderdag 12 november 2009

Sintemaarten Limerick

Bij ons in de straat lijken er elk jaar speciale 11 november hits te zijn. Het ene jaar hoor je het nooit, het volgende jaar is het aan één stuk door van "A, B, C, D, E, F, G, loop met mijn lampionnetje mee".
Naar aanleiding daarvan heb ik alvast de trend voor volgend jaar bedacht: de Sintemaarten Limerick. En wel zelf bedenken uiteraard, want wie origineel is krijgt lekkers, en wie dat niet is...

Ter illustratie:
Er was eens een jochie in Bentveld
Als die 's avonds laat aan je deur belt
Niet één snoepje nee,
Hij eist er wel twee,
Want z'n ouders hebben te veel geld!

zaterdag 31 oktober 2009

Halloween Special: Avonturen van een Postbode

Ruim een jaar geleden, toen ik nog werkzaam was als postbode, heb ik het onderstaande verhaal geschreven. Ik durfde het toen niet te posten, omdat ik vreesde dat het ofwel te bizar ofwel te flauw was. Weggooien wilde ik het ook niet, en zo kwam het dat een overnieuwsgierige Roelof die in mijn bloggeschiedenis zat te rotzooien, het alsnog te lezen kreeg. Aangezien hij er wél enthousiast over was, plaats ik het nu alsnog - met de nodige herzieningen - ter ere van de 31ste oktober.

Je zou misschien denken dat je als postbode nooit iets meemaakt, maar het tegendeel is waar. Lees maar eens wat mij pas is overkomen.

Het gebeurde een paar weken terug, in de tijd dat ik de herfstcatalogus van de Large moest bezorgen. Grote, zware bladen zijn dat, maar omdat ik er zelf graag in kijk, vind ik het ook leuk om ze te bezorgen. Het geeft me het idee dat ik goed werk doe.
Afijn, op een bijzonder regenachtige dag, zo tegen het vallen van de avond, liep ik door één van die schitterende straten van Haarlem, waar ik de eer heb post te mogen bezorgen. Bovenop mijn stapel Bridge magazines, Douglas reclame en blauwe belastingenveloppen lag zo'n mooie Large catalogus, die ik diende af te leveren op nummer 13. Maar wat schetst mijn verbazing: tussen nummer 11 en nummer 15 is er geen huis te zien!
Wel was er een smal paadje. Aan weerskanten ervan stonden hoge struiken die het pad hulden in donkergroene schaduwen. Ik keek of ik misschien ergens zo'n gecamoufleerde brievenbus zag, maar nee, al wat ik vond, was een klein bordje met het cijfer 13 en een pijl.

Nu ben ik een heel plichtsgetrouwe postbode. De gedachte dat ergens aan het eind van dat pad een puber met smart op zijn Large zat te wachten kon ik onmogelijk verdragen. Dus hoewel het al snel donker zou worden en de lucht onweer voorspelde, besloot ik het schemerige pad te betreden. Vol bochten en kronkels zat het. Om de paar meter moest ik de spinnenwebben van mijn gezicht vegen, maar teruggaan wilde ik niet, want mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Bovendien kon ik die lui van nummer 13 mooi vertellen dat het wettelijk verplicht is een postbusje neer te zetten als je zo ver van de weg afwoont.

Uiteindelijk verdwenen de struiken aan weerskanten en stond ik voor een enorm gietijzeren hek. Daarachter, lieve lezer, lag een lage heuvel met daarop -je zult het niet geloven- een enorm kasteel. Het stak zwart af tegen de gekleurde lucht, waar de zon felrood onderging. Vele, hoge torens zag ik, waar grote vogels omheen cirkelden.

Ik was op zijn zachtst gezegd verbaasd. Wie wist dat er nog dergelijke kastelen te vinden zijn in Haarlem en omstreken? Met mijn handen om de spijlen van het hek geslagen, genoot ik van het uitzicht.
Het gekras van een vogel bracht me weer bij mijn positieven: ik herinnerde me weer waarvoor ik was gekomen. Omdat ook bij het hek geen postbus aanwezig was, liep ik de oprijlaan op, tot aan de grote houten poort. Ook hier geen brievenbus, maar dat kon me weinig schelen. Nu wilde ik wel eens verhaal gaan halen. De pure arrogantie! Alleen omdat je toevallig in een kasteel woont, mag je andere mensen blijkbaar schandalige stukken voor je laten lopen! Wat denkt die adel van tegenwoordig wel niet?! Ik stapte naar voren en liet de klauwvormige, metalen klopper met een galmende slag op de deur vallen.

De poort zwaaide krakend open. Voor mij stond een jonge vrouw. Ze was lang en knap, met glanzend, zwart haar en donkere ogen. Ze was gekleed in een schitterende witte jurk compleet met sluier, die een bruid niet zou hebben misstaan. Helaas werd het ding ontsierd door een aantal nare rode vlekken. Ze glimlachte vriendelijk naar me en ik zag een blinkend wit en regelmatig, doch ietwat puntig gebit.
"Goedenavond," zei ze.
"Hallo mevrouw.." stamelde ik een beetje verlegen - mijn ergernissen waren al weer vergeten -, "ik hoop dat ik niet stoor..?"
"Zeker niet, jonge dame. Kom je misschien iets verkopen?"
"Nee, ik kom iets afgeven. Het is voor..." - ik keek naar het blad in mijn handen - "...de heer C. Tan. Woont die hier?"
"Zeker, maar hij is er zelden, hij heeft het zo druk," antwoordde ze met een droevige glimlach. "Ik zal het aan hem geven."
Ze nam de Large aan, maar toen ik weg wilde lopen, riep ze me terug. "Kom toch even binnen! Er komt slecht weer aan. Bovendien heb ik behoefte aan gezelschap: ik ben zo eenzaam als mijn meester van huis is, en bezoek komt er ook al nooit!"
Vind je het heel gek, met zo'n onvindbaar huis, dacht ik, maar ik liet me toch mee naar binnen tronen, want wees nou eerlijk: hoe vaak krijg je de kans om een kasteel van binnen te zien?

Ze stelde zich voor als Bertha. Door een aantal lange gangen bracht ze me bij de keuken. Hier bleek waar de vlekken op haar jurk vandaan kwamen: boven het laaiende vuur in de haard hing een enorme pan tomatensoep. "Wil je misschien proeven?" vroeg ze, "Wat denk je, moet er nog wat peper bij?"
"Nee, dit lijkt me prima," antwoordde ik, na geproefd te hebben, "maar vertelt u eens, waar zijn die balletjes van gemaakt? Ze zijn heel apart."
"Geheim recept," antwoordde Bertha met een knipoog. "Maar als je het lekker vindt, kom dan nog eens terug!"


Sindsdien eet ik wekelijks een kommetje tomatensoep bij Bertha. Haar meester heb ik tot op heden nog nooit mogen ontmoeten, maar met zijn Large schijnt hij erg blij geweest te zijn.

zaterdag 24 oktober 2009

De Stupiditeitsprijs van de Week

En de stupiditeitsprijs van deze week gaat naar...

Wederom ikzelf. Ik vroeg in het restaurant specifiek om een verrassingsmenu zonder vis, want dat lust ik niet. En wat krijg ik? Het enige soort vlees wat ik eigenlijk niet eet 'omdat ik het zielig vind', namelijk konijn.

Tot zover de (hypocriete?) principes, lang leve de ironie!

Het was wel een erg lekker konijn. Dus hij is niet voor niks gegroeid. Toch..?

zaterdag 17 oktober 2009

Brainwashed

Ik staar naar mijn schrijfblok, als sinds Schiedam. Nu remt de trein voor Leiden, maar er staat nog geen letter op papier. Een stukje schrijven kost wel eens wat moeite. Soms kan ik de juiste formuleringen niet vinden, soms moet ik erg mijn best doen om niet af te dwalen.

Nu is het anders. Het papier voor mijn ogen verandert om de paar minuten in een projectiescherm voor wazige, ongrijpbare dromen, als ik voor de zoveelste keer bijna in slaap val.
Maar zelfs als ik wakker weet te blijven, kan ik me niet concentreren. Midden in mijn gedachtegang... humerus, caput, tuberculum minus... majus, epicondylus lateralis... tenniselleboog! komt er ineens wat anatomie tussendoor drijven. En als het geen anatomie is... gaan de natriumkanalen open, depolarisatie, natriumkanalen dicht, kaliumkanalen open, repolarisatie... is het wel fysiologie. Of celbiologie, cAMP anyone? ...of klinisch redeneren, histologie... hematoxyline, eosine... statistiek en ethiek.
Ja zo'n leuke nieuwe studie kan al snel veranderen in een obsessie. Er wordt tijdens de eerste weken zo veel basiskennis ingestampt dat ik het moeilijk begin te vinden om het los te laten.

Misschien ken je het fenomeen dat door een klein brokje kennis de wereld er ineens heel anders uit kan gaan zien, doordat je datgene wat je net geleerd hebt overal terug ziet komen. Als je dat kent, kun je ook nagaan wat het effect zal zijn van een heleboel nieuwe kennis. Ineens wordt ik de hele dag door geconfronteerd met dingen die er altijd al zijn geweest, maar nu een heel nieuwe betekenis hebben gekregen. Ik adem. Mijn hart klopt. Ik beweeg. Ik communiceer met mensen om me heen. Allemaal simpele dingen die ineens ongelooflijk complex worden als je een idee krijgt van de onderliggende mechanismen. Het is bijna verrassend dat het al 19 jaar goed is gegaan zonder dat ik erover nadacht!

Al deze nieuwe verwondering is natuurlijk leuk en aardig, maar na een paar uur in bed piekeren over de werking van mijn hartkleppen, vraag ik me ook wel eens af: "Waar zit de uitknop?"

woensdag 7 oktober 2009

Elke Idioot Met Een Klappertjespistool

Vorige week woensdag zijn Roelof en ik bedreigd, terwijl we na een avond op de studentenvereniging samen met twee andere meisjes naar ons logeeradres liepen. Het begon met wat verbal abuse door een stel hangjongeren, maar de sfeer veranderde al snel toen één van hen plotseling een pistool trok en bij Roelof informeerde of "hij nu nog zo'n grote bek had".

Ik herinner me weinig van wat er daarna gebeurde, afgezien van een paar stilstaande beelden die in mijn netvlies gebrand staan. Ik zag eigenlijk alleen het pistool dat op Roelofs buik gericht was en ik kon me niet meer bewegen.
Want: neem een stel gestoorde figuren, een pistool en wat weerloze voorbijgangers, gooi deze ingrediënten in de crimi-generator die mijn fantasierijk geest is en wat krijg je? Prachtige krantenkoppen. "BLOEDBAD IN CROOSWIJK" "VIER STUDENTEN KOMEN OM BIJ ZINLOZE SCHIETPARTIJ"

De jongen, waarvan ik achteraf geen idee meer heb hoe hij eruit zag, bleef een stroom dreigementen uiten waar ik me ook niks meer van herinner. Ik stond rustig te hyperventileren en de rest vertrok geen spier.
Maar daarmee waren we er nog niet. "Ik heb nog wel wat anders voor jou!" Het pistool tegen Roelofs buik verdween op de achtergrond, om vervangen te worden door iets minstens net zo engs: een hand in een zak, met overduidelijk een mes erin. De krantenkoppen in mijn hoofd veranderden direct: "JONGEN (19) DOODGESTOKEN, OMSTANDERS STAAN MACHTELOOS"

Hoe lang we zo gestaan hebben weet ik niet. Toen trok de jongen het 'mes' en stak toe. Roelof deed een stap achteruit, maar het was niet nodig: de hand van onze 'bedreiger' was leeg. Terwijl we wegliepen werden we uitgelachen.

"Maar hoorde je dan niet dat dat pistool van plastic was?" zei Roelof later toen we binnen waren. Oh, dus daarom raakte alleen ik in paniek. We werden bedreigd met een stuk speelgoed. Zucht.

Maar dan nog, ik denk niet dat mijn krantenkopvisioenen volstrekt absurd waren. Er zijn echt mensen in deze wereld die op straathoeken rondhangen met koud staal op zak en in staat zijn je neer te schieten om niks. De kans dat je ze tegenkomt is niet groot, maar je zal maar net die pechvogel zijn. Dat is triest.

Wat ook triest is, is dat elke idioot met een klappertjespistool je kan laten dénken dat jij die pechvogel bent. Gewoon, voor de grap. Gewoon, omdat het kan.

donderdag 24 september 2009

Dood Mens

Onder elk academisch ziekenhuis ligt een ondergronds meer. Het is koud, donker, onpeilbaar diep en gevuld met een vreemd ruikende vloeistof. Zo nu en dan, wanneer het tijd is voor anatomieles, moeten de geneeskundestudenten in een wiebelig houten bootje dat meer op. Ze zijn gewapend met een lange stok met een haak er aan, zoals de zwemleraar gebruikt wanneer zijn leerlingen hun hoofd niet boven water kunnen houden. Met die haak gaan de studenten dan op jacht naar de grote witte vissen van dat ondergrondse meer: mensen die bij leven besloten hun lichaam aan de wetenschap te doneren en nu - belly up - liggen te dobberen. Wanneer zo'n lichaam gesignaleerd wordt, slaat de dapperste van de studenten de haak erin. Ze halen de buit binnen en dan kan het dissecteren beginnen.

Zo stelde ik me ongeveer een snijzaalpracticum voor: koud, glibberig, luguber. Eigenlijk wist ik wel dat het nooit echt zo kon zijn, maar je gaat je toch al snel dingen in je hoofd halen bij het vooruitzicht geconfronteerd te worden met zoveel Dood Mens. Dood, dat was het inderdaad, vorige week donderdag. Of eerder levenloos, misschien. Dat blijft een beetje de vraag, hoe je tegen zoiets (iemand?) aan moet kijken.

De beste methode lijkt toch te zijn er helemaal niet over na te denken. Dus je pakt je scalpel stevig vast, zet de nodige huidsneden en begint vrolijk te prepareren. Over je smetvrees kom je wel snel heen, wanneer je eenmaal met je mouwen in het onderhuids vetweefsel hebt gehangen en wat flinke klodders richting je buurman hebt hebt gekatapulteerd.
Het menselijk lichaam is een mooi ding, zelfs als het dood is en al maanden in een bak (of een meer, zo je wilt) met formaline heeft rondgedreven. Er is een hoop te vinden, zelfs voor iemand die nog nauwelijks ervaring heeft met dit soort dingen. Je kan je verwonderen over hoe netjes alles georganiseerd is, over hoe fragiel sommige structuren zijn (zoals een zenuw, een adertje) of hoe stevig juist (zoals het bindweefselvlies rond een spier). Al doende vergeet je eigenlijk dat hetgeen waar je aan zit te prutsen niet altijd een studieobject geweest is. De formalinegeur merk je ook niet meer, noch het verstrijken van de tijd.

Zo'n eerste snijzaalpracticum is al met al een vreemde ervaring. Niet omdat het echt eng is of weerzinwekkend. Confronterend is het wel. Je leert er een hoop van, niet alleen op anatomisch gebied. Wat ook blijkt is dat veel mensen het moeilijk vinden om wat ze gezien hebben achteraf los te laten. "Het is niet dat ik het erg vind wat ik gedaan heb," zei iemand uit mijn studiegroepje, "het zijn gewoon die beelden die maar blijven terugkomen."
Zo ervoer ik het zelf eigenlijk ook. Steeds dezelfde beelden. En niet te vergeten: de geur van formaline en rubberhandschoenen.

vrijdag 18 september 2009

De Stupiditeitsprijs van de Week

De Stupiditeitsprijs van deze week gaat naar...

Mijzelf. Ik gooide twee euro in een frisdrankautomaat die leeg bleek te zijn en kreeg het vervolgens terug in muntjes van vijf cent. Pijnlijk. En nee, dat past niet in de gemiddelde portemonnee. En nee, bij de koffiecounter waren ze niet happy toen ik af ging rekenen met alleen kopergeld.

woensdag 16 september 2009

Stilte in Blogland

Het is al een maand stil op mijn blog. Vreselijk stil. Alsof alles was blijven hangen bij die ene verbaasde blik die ik postte op 16 augustus.
De reden voor deze stilte was vooral dat ik geen tijd had. Je kan natuurlijk zeggen dat ik dan tijd had moeten maken, maar daar gaat het nu niet over.

Ik had dus geen tijd. Ik was op Eurekaweek / in Praag / problemen rondom een gestolen portemonnee aan het oplossen / colleges aan het volgen / zelfstudieopdrachten aan het maken / naar het Schots Weekend in Belgie / aan het stressen. Svp omcirkelen wat u voorkomt als het meest passende excuus.

Nu eindigen de meeste blogs ermee dat de schrijver alleen nog maar schrijft om zijn excuses te maken voor het feit dat hij alweer niets geschreven heeft. Zo wilde ik niet eindigen. Het probleem is bij mij gewoon dat ik mijn tijd dubbel boek. Middagje vrij? Oh, dan kan ik makkelijk al mijn zelfstudieopdrachten maken, een half boek over celbiologie lezen, naar de sportschool, theeleuten met Roelof en oja, ook nog even een blog schrijven. Uiteraard is de middag dan al om voor ik halverwege ben met de ZO's.

Daarom heb ik nu maar iets nieuws bedacht. Want wanneer heb ik wel tijd? Tijdens mijn dagelijkse heen-en-weertje naar Rotterdam natuurlijk. Twee uur treinreizen per dag, vijf keer per week, moet toch wel zo nu en dan een blog kunnen opleveren. Vanaf nu blog ik dus ouderwets met pen en papier, maar wel met sneltreinvaart!

(Auw, deze woordgrap was zo slecht dat het pijn doet. Maar toen ik hem eenmaal bedacht had kon ik hem ook niet totaal negeren.)

zondag 16 augustus 2009

Draadloos

Sommige dingen in ons leven beschouwen we als volstrekt normaal. Maar als je er objectief over nadenkt, zijn ze eigenlijk heel vreemd.
Zoals draadloos internet: we kunnen het niet waarnemen, maar het is is overal, gaat door muren en deuren, etc. Magisch, niet? Als er een bril zou zijn waarmee je 'internet' zou kunnen zie, dan moet het er wel zo uitzien volgens mij:


woensdag 12 augustus 2009

Puppytripping

Bij Roelof thuis hebben ze sinds een paar weken een jong hondje. Puppie Siofra is de kleine, vrouwelijke uitvoering van hun andere hond, Tommie. Hoewel ze al een half jaar is , heeft ze nog al die trekjes die jonge dieren in de ogen van mensen zo schattig maken: het zachte pluishaar, de grote bruine ogen, maar vooral de springerigheid, het enthousiasme en de speelsheid.

Behoorlijk brutaal is Siofra ook. Al op de eerste dag probeerde ze Tommie's snacks te stelen en ging ze er met zijn bot vandoor. Dat wordt door Tom uiteraard niet getolereerd. De sloperigheid die jonge hondjes eigen is, heeft ze nog niet afgeleerd. Haar eerste speeltje, een vierpotige octopus genaamd Quadropus, werd na een paar dagen op gruwelijke wijze onthoofd. Vele andere objecten volgden. Maar hoe kan je haar nou niet vergeven als ze haar onweerstaanbare puppieogen op je richt?

Het is al een tijd geleden wetenschappelijk bewezen dat huisdieren een positief effect op mensen hebben. Deels is dat vanzelfsprekend: lopen met de hond is uiteraard goed voor je conditie en een dier knuffelen helpt tegen eenzaamheid en is dus goed voor de geestelijke gezondheid. Andere effecten zijn verrassender: mensen met huisdieren zijn beter bestand tegen stress, hebben minder vaak een te hoge bloeddruk en hebben gemiddeld een lager cholesterolgehalte, wat weer bijdraagt aan een verminderde kans op hart- en vaatziekten.

Maar wat ik zelf toch nog het belangrijkst vind: huisdieren maken vrolijk. Toen ik de eerste keer naar Siofra ging kijken was ik eigenlijk de hele dag chagrijnig geweest, maar een paar minuten stoeien met de pup maakten daar zo een einde aan. 'Puppytripping' noemt Roelof dat: je hebt helemaal geen opwekkende middelen nodig, van jonge dieren krijg je ook een high!

Dus ben ik het afgelopen weekend, ondanks dat Roelof op vakantie was, bij zijn ouders langs gegaan met de smoes dat ik verder wilde met de tuintafel die ik voor ze aan het opknappen was. Stiekem kwam ik gewoon voor een nieuwe dosis Pup.

Tommie wordt ook wel eens een beetje moe van dat jonge beest om hem heen.

dinsdag 4 augustus 2009

Luchtkastelen

Ik ben een beetje een romanticus. Zo nu en dan bekruipt me het gevoel dat ik hier niet thuis hoor. Waar dan wel? Ver weg, in het verleden, of in de toekomst misschien.
Of, zoals C. S. Lewis het eens formuleerde: "I have found a desire within myself that no experience in this world can satisfy. The most probable explanation is that I was made for another world."
Want het verleden is niet zo romantisch als ik graag denk, de toekomst is onbereikbaar, en ver weg is ook niet alles. Het zijn en blijven luchtkastelen.

Gelukkig ben ik niet de enige die graag fantaseert over mooiere werelden. Er zijn er meer zoals ik. Een deel van die mensen kom ik tegen op festivals zoals Castlefest, afgelopen weekend. Dit jaar was ik daar voor het eerst, maar de sfeer herken ik van andere festivals waar ik geweest ben. Er hangt magie in de lucht, alles lijkt mogelijk, alles mag, alles kan. Voor één weekend is iedereen episch, totaal anders, maar vooral helemaal zichzelf.

Castlefest is een Middeleeuws/Keltisch/Paganistisch/Fantasy/Gothic festival. Dat lijken een hoop stijlen, maar alles smelt perfect samen. Er is veel muziek, met name folk. Folk is zo divers dat er voor iedereen wel wat tussen zit: mystieke pagan folk zoals Omnia, springerige power folk zoals Scrum, dansbare (bal)folk zoals Faeries Wear Boots of spookachtige Noorse folk zoals Valravn, je kan er werkelijk alle kanten mee op.

Er is ook veel te zien. Je kunt je geld uitgeven in de honderden kraampjes, waar van alles te koop is, variërend van Middeleeuws snoepgoed tot corsetten tot drakenbeeldjes, kruidenmengsels, magische messen, drinkhoorns, zwaarden en sieraden.
Daarnaast zijn er optredens van allerlei kunstenaars. Glazen bollen en vuurspuwers, je komt het allemaal tegen. Ook zijn er natuurlijk de festivalgangers zelf. Wie in een spijkerbroek rondloopt is echt in de minderheid. Overal zie je Engelen, Schotten, Kelten, Piraten, mensen op stelten en zij die duidelijk vooral rondlopen om bewonderd te worden.

Al die mensen samen creëren in hun diversiteit een wereld die eigenlijk nooit bestaan heeft en ook nooit langer zal bestaan dat dit ene weekend. Het zijn en blijven luchtkastelen, maar op dat moment zijn ze tastbaarder dan ooit.

Sommigen vinden dit alles ongetwijfeld wazig, overdreven hippie-achtig, zweverig of gewoon maf. Toch zijn er maar weinig plekken waar ik me zo thuis voel. Na één weekend heb ik al heimwee. Wie wil het meebeleven volgend jaar?




Aangezien Castlefest veel beter is samen te vatten in foto's, maar ik deze pagina niet te zwaar wil belasten, zijn de illustraties bij dit verhaal grotendeels verborgen in de vorm van hyperlinks (16 in totaal).

dinsdag 28 juli 2009

De Stupiditeitsprijs van de Week

En de Stupiditeitsprijs van deze week gaat naar...

Mensen die vinden dat je problemen Uitdagingen moet noemen. Uitdagingen met een grote U. Maar sommige problemen zijn geen uitdagingen. Sommige problemen zijn gewoon naar. Daar wil lekker tegenaan schoppen. Tegen Uitdagingen kan je niet schoppen, want die zijn Uitdagend en Leuk.

En is er uiteindelijk nou echt een verschil tussen een uitdaging aangaan en een probleem oplossen?


(Sorry voor dit enigzins lame berichtje, maar ik heb kennelijk even geen tijd iets beters te schrijven. Volgende week weer, lieve mensen.)

maandag 20 juli 2009

Emotie-Energie

Soms zit mijn hoofd zo vol met negatieve emoties, zoals gekwetstheid, boosheid en frustratie, dat ik bang ben dat het gaat exploderen.



Het is jammer dat er geen vriendelijke manier is om deze opgekropte energie af te voeren. Misschien zou je het zelfs nuttig kunnen gebruiken. Zo bijvoorbeeld:


Dit zou zelfs nog beter zijn:


De ultieme oplossing voor alle negativiteit.


Gelukkig is er ook zoiets als positieve emotie-energie. Dan is er geen propeller nodig om een dergelijke staat te bereiken.

vrijdag 17 juli 2009

De Stupiditeitsprijs van de Week

En de Stupiditeitsprijs van deze week gaat naar...

De Albert Heijn met die vreselijke muntenspaaractie van ze. Per vijf euro krijg je één munt en per vol boekje één euro korting? Dat betekent in totaal één euro korting voor elke vijftig euro die je uitgeeft! Ik weet dat het Crisis is, maar dit is wel heel krenterig. Uit trots zou ik die munten bijna weigeren.

Bijna. Mijn moeder spaart ze.

woensdag 15 juli 2009

Romantiek

"Ik had hem een mailtje gestuurd waarin ik zei dat we 's avonds ergens heen zouden gaan en dat ik hem op zou komen halen. Toen zijn we naar het strand gegaan, en ik had een picknickmand bij me en een fles champagne." Mijn collega knikt trots.
"Oh..." en "Ah..." zwijmelen de andere medewerksters van de klantenservice, en "Wat romantisch!"
Ja, daar is ze wel goed in, romantisch. Onlangs vertelde ze nog hoe ze de auto van haar vriend had volgestopt met ballonnen ter ere van hun tweeënhalfjarig jubileum. Het was vriendlief echter totaal ontgaan dat er sprake was van een speciale gelegenheid...

Helaas, je kan als vrouw nog zo romantisch ingesteld zijn, toch komt het er in de praktijk vaak op neer dat je wederhelft het op dat front af laat weten. Dat blijkt wel uit het koor van geklaag dat vervolgens losbarst.
Valentijnsdag is zo te horen aan de gemiddelde man niet besteed. Aardigheidjes zonder reden worden ook niet vaak gegeven en op een sexy lingeriesetje hoef je zeker niet te rekenen: "Hij vindt het wel leuk als ik iets doe, maar zelf doet hij nooit wat, en eigenlijk vindt hij het ook allemaal geldverspilling."
Het lijkt een typerend verschil te zijn tussen mannen en vrouwen: zij geeft om kleine (en grote!) attenties, hij ziet er het nut niet van in. Uiteraard zijn er genoeg uitzonderingen op deze wat al te gemakkelijke regel, maar toch.

Aan de andere kant: zouden we er als vrouwen nu echt blij van worden om wekelijks overladen te worden met bloemen, parfum en dinertjes bij kaarslicht? Uiteindelijk blijven het toch materiële zaken die in vrouwenogen symbool staan voor liefde en aandacht, maar bij overvloed hun kracht verliezen. Misschien zijn we uiteindelijk toch blijer met dat zeldzame ontbijtje op bed en dat ene spontane aardigheidje, juist omdat we het niet verwachten.
En natuurlijk is het heerlijk om zo nu en dan op je werk eens liefdevol te kunnen klagen over zijn gebrek aan romantiek. Of op te scheppen over jouw extreme talenten op dat gebied.

woensdag 8 juli 2009

The Bright Side Of Life

Ik fiets door de regen naar mijn werk. Het zal ook eens niet. De hele ochtend is het regenachtig, maar nét wanneer ik de deur uit moet, barst de bui echt los. Uiteraard was ik weer te eigenwijs om een regenbroek aan te trekken.
Roelof is deze ochtend net naar Zuid Frankrijk vertrokken. Zuid Frankrijk, God betere 't... En uiteraard kon hij het niet laten het er nog even lekker in te wrijven dat ik gewoon moet werken. Ik scheld inwendig nog wat verder. Als zelfmedelijden licht zou geven zou iedereen in mijn omgeving acuut verblind worden.

Zelfmedelijden, denk ik bij mezelf. Daar moet zo snel mogelijk mee afgerekend worden. Als je medelijden met jezelf hebt, gaan anderen je misschien ook nog zielig vinden, wat ten alle tijden voorkomen dient te worden. Eenmaal op mijn werk zet ik dus mijn kiezen op elkaar: geen woord meer over dat vreselijke Frankrijk, of mijn natte broek, mijn koude thee en al het saaie werk dat ik vandaag moet doen. Geen klacht zal er over mijn lippen komen. En eigenlijk gaat het ook allemaal helemaal nergens over. Het is de kunst dingen van de goede kant te bekijken. The Bright Side of Life.

Eerst gaat het wat moeizaam:
Regen is goed voor de plantjes.
Saai werk is eigenlijk leuk. (Oké, dit kan ik er niet met een strak gezicht uit krijgen.)
Maar ik heb gemiddeld genomen een heel leuke baan.
En werken levert geld op, in tegenstelling tot op vakantie gaan.

Maar zo moeilijk is positief zijn niet:
Dat mijn broek doorweekt is geeft niet, want nu hoeft hij niet in de was.
Mijn haar moest trouwens ook gewassen vandaag.
Nare klanten aan de telefoon zijn eigenlijk heel grappig.

De redeneringen worden ook steeds origineler:
Nu ik verga van de kou hoeft de airco niet zo hard, dat is goed voor het milieu.
Aan koude thee kun je niet je keel verbranden, dus heb ik minder kans op slokdarmkanker.
Dat Roelof weg is geeft mij eindelijk eens de kans om bij te slapen.

En als er iets is waar je positief van wordt, is het wel uitgeslapen zijn.

zondag 28 juni 2009

Nieuw en Spannend

Het volgende is geheel fictief. Elke gelijkenis met bestaande personen en situaties is op toeval gebaseerd.


Photobucket

woensdag 24 juni 2009

Plectrum

Afgelopen zaterdag ben ik met Roelof naar Sonisphere geweest, een metalfestival dat dit jaar voor het eerst werd georganiseerd in Nijmegen. Er kwamen in totaal zeven bands, waarvan sommigen me aanspraken, anderen minder, sommigen wat tegenvielen en anderen positief verrasten. Maar hoofdact van de dag was Metallica, en daar kwamen we vooral voor.

Roelof had me natuurlijk het één en ander verteld over het optreden van Metallica vorig jaar op Pinkpop, maar ik wist toch niet zo goed wat ik moest verwachten. Het was alles wat ik ervan gehoopt had en meer. Het gevoel dat ik krijg bij een live optreden van een band die ik leuk vind, is wat moeilijk te beschrijven. Het is een soort extase, die eigenlijk met niets te vergelijken is.

Na het optreden had ik nog een leuk mazzeltje. We hadden al het geluk dat we bijna helemaal vooraan stonden - eerste klas uitzicht en optimale beleving dus, maar ook binnen de zone waarin na de laatste toegift de plectrums en drumstokjes vallen. Terwijl de meeste mensen om vochten kreeg ik letterlijk een plectrum tegen mijn hoofd gegooid en kon ik hem vervolgens zo van de grond oprapen.
Wow, een plectrum. Een echt plectrum van Robert Trujillo. En ik kreeg 'm te pakken.
In feite is een plectrum natuurlijk gewoon een stukje plastic, waar in mijn geval waarschijnlijk niet eens mee gespeeld is, maar het is wel ongeveer het mooiste aandenken dat je aan een concert kunt hebben, omdat je het niet hoeft te kopen maar het gewoon toegeworpen krijgt.

Maar als je het eenmaal hebt, wat doe je er dan mee? In een glazen doosje tentoonstellen? In een kluis stoppen? Inlijsten? Of (zoals ik) gewoon in je portemonnee laten zitten in afwachting van een beter plan?
Ik ben er nog niet helemaal uit. Roelof en ik hebben uiteindelijk het plan om professioneel plectrumgraaiers te worden en dan de hele collectie in te lijsten. Jammer nou dat ik mijn eerste aanwinst voor zo'n collectie, Lacuna Coil in november vorig jaar, weggegeven heb...

Als je vooraan staat heb je eigelijk geen idee hoeveel mensen er nog achter je staan: veel, heel veel.

vrijdag 19 juni 2009

I Love My Job

In een aanbestedingsprocedure krijg je als inschrijver minstens één keer de kans de aanbestedende dienst schriftelijk vragen te stellen. Maar er zijn van die momenten dat ik betwijfel of ze onze vragen wel echt willen beantwoorden...


woensdag 17 juni 2009

Daar Gaat Het Regenwoud

"Oh, even over die stukken die je gisteren geprint hebt," merkt mijn baas terloops op. "Ze mogen nog een keer opnieuw, vrees ik. Op de eerste bladzijde stond een fout. En ik heb nog wat tekst toegevoegd, dus de paginanummering klopt niet meer."
Ik knik en hou mijn gezicht in de plooi tot hij uit beeld is. Dan slaak ik een diepe zucht - niet geheel vrij van wanhoop - en begin de genoemde stukken weer uit de mappen te halen waar ik ze gisteren zo netjes in heb gestopt. Dit is al de derde keer dat ik deze offerte opnieuw mag printen. Het gaat hierbij trouwens niet om een paar velletjes, maar om 40 pagina's die in vijfvoud ingediend moet worden.

Ja, ik laat bij mijn werk een spoor van zielig papier achter. Eindeloze pakken misprints en afgedankte versies stapelen zich op mijn bureau op. Wat ik kan die papiertjes toch niet zomaar weggooien. Dat is zielig. Ze kunnen er niks aan doen. En al die hectaren regenwoud die ervoor gekapt zijn! Ik loop over van schuldgevoel.
Maar wat moet ik dan aan met al dat papier, als ik het niet weg kan gooien? Daar heb ik dus pas een oplossing voor bedacht. Ik ga het een tweede leven geven, als tekenpapier. Elk papiertje krijgt z'n persoonlijke beetje aandacht - en ik ben voor even verlost van mijn verveling. Het eerste geslaagde resultaat heb ik gisteren al gepost hier.

Overigens heb ik nog een troost: De Vries doneert alle lege cartridges aan Stichting AAP. Zo profiteert er toch nog iemand van al die verspilling.

dinsdag 16 juni 2009

Rugklachten


Dit is wat ik de hele dag doe op mijn werk.

dinsdag 2 juni 2009

Sip

Soms zijn er van die kleine dingen waar ik een beetje sip van wordt. Zoals jonge vogeltjes die uit hun nestjes vallen. Vanavond zag ik er weer ééntje: hij was al best wel groot, mogelijk al bijna perfect. En dan, plop, dood op straat. Met een beetje pech rijden er nog wat auto's overheen.
Daar wordt ik verdrietig van. Dan denk ik er wat over na, een minuut of tien. Even rouwen om het kleine vogeltje.

Er zijn nog veel meer dingen in de wereld waarbij ik stil zou moeten staan. Dat weet ik. Oneindig veel dingen. Als ik al tien minuten reken voor een vogeltje, hoe lang zou ik dan stil moeten staan bij een vliegtuigramp, een pandemie, een oorlog? Die twee minuten op 4 mei zouden nooit genoeg zijn. Ik zou er compleet in verdrinken.

Ik hou het maar bij mijn platte vogeltje. Ergens is dat platte vogeltje een symbool voor alle andere triestheden in deze wereld. En dus is het genoeg.

dinsdag 26 mei 2009

Jurk

Iedereen heeft zo zijn rare gewoonten. Eén van de mijnen is het passen van jurken op festivals. Niet zomaar festivals, maar epische, gotische, Keltische, folk- en fantasyfestivals, of hoe je ze ook wil noemen. En het zijn dus ook niet zomaar jurken. Het zijn epische jurken.
Uiteraard ben ik eigenlijk nooit van plan echt iets te kopen, want epische jurken hebben epische prijzen, maar ze moeten toch aan, al was het maar om te ontdekken dat ze me niet staan. Inmiddels zou ik wel beter moeten weten, want die jurken staan me meestal verrassend goed.

Afgelopen zondag was het weer zover op het Keltfest. Ik was nog zo van plan niet toe te geven, maar nadat Roelof zichzelf van een drinkhoorn had voorzien, stond hij erop dat ik dit exemplaar zou passen: dik, auberginekleurig fluweel, wijd uitlopende mouwen tot bijna op de grond, een enorme capuchon en een sleep.
Al vanaf het begin twijfelde ik een beetje aan de maat -ik beschouw mezelf niet meer als S/M- maar volgens de dame van het kraampje zou het wel lukken. En inderdaad had ik het ding even later aan. Het zat wat krap, maar stond wederom prima.

Je krijgt altijd bekijks als je het lef hebt zoiets te passen en ik zou er zo nog drie rondjes mee over het veld hebben gelopen, ware het niet dat fluweel niet zo'n pretje is op een zonnige zomermiddag. Tijd om me weer om te kleden. En toen begonnen de problemen. Fluweel geeft namelijk geen centimeter mee. De jurk bleek een soort fuik te zijn geworden en ik kon werkelijk geen kant meer op.
Na een minuut of vijf hijgen, zweten en worstelen, kwam mijn moeder me te hulp. (Roelof had haar ingeseind dat er iets lachwekkends te zien was.) Onderwijl raakte ik er steeds meer van overtuigd dat ik gedwongen zou worden het ding te kopen, als ik er niet meer uitkwam. Of het door deze dreiging van een financiële aderlating kwam dat ik bijna flauwviel, of toch door de warmte, weet ik niet. Uiteindelijk heeft het volgens mij ruim een kwartier geduurd voor ik verlost was.

De vraag is natuurlijk of ik me na deze ervaring op het volgende festival wel zal kunnen inhouden. Ik betwijfel het. Want wat wassie mooi.

woensdag 20 mei 2009

Kinderen Zijn Niet Lief

Er bestaat een heel apart vooroordeel in deze wereld. Dit vooroordeel houdt in dat wij met z'n allen denken dat kinderen per definitie lief zijn. En als ze niet lief zijn, dan zijn ze toch in ieder geval onschuldig. Laat mij je uit de droom helpen: kinderen zijn niet lief. En onschuldig? Verre van.

In de lente en de zomer komt het vaak voor dat dat ik 's avonds in mijn kamer zit met het raam open. Ik kan dan in geuren en kleuren meegenieten van het buitenspeelritueel in deze kinderrijke buurt. Een balspelletje komt er voornamelijk op neer dat er gevochten en gekibbeld wordt over wie de bal mag en wie mag beginnen. Dat is niet zo erg. Wanneer het wel erg wordt, is als de buurtgek langs komt fietsen.
De buurtgek, zo zal ik hem maar noemen. Hij heeft het postuur van een kind van twaalf, maar zijn gezicht suggereert dat hij de pubertijd al ruim gepasseerd is. Waar hij qua geestelijke vermogens zit zou ik niet weten en dat doet er ook weinig toe.

Enfin, de buurtgek komt voorbij, op zijn fietsje. En die kinderen, ze ruiken het meteen: kwetsbaarheid! In no time staan ze met zijn allen te gillen, te joelen en uit te dagen. De gek stopt, stapt van zijn fietsje en kijkt verward om zich heen. Wat moet hij nou? Bedoelen ze hem? Ja, maar wat nu? Ik kan de woede en de machteloosheid op zijn gezicht zien.
Iemand als deze gek is uiteraard bijzonder kwetsbaar, maar iedereen die in een bepaald opzicht afwijkt van de norm of om wat voor reden dan ook minder weerbaar is, loopt risico. Schoolpleinen en speelplaatsen zijn als jungles: het recht van de sterkste geldt. Of is het het recht van degene die het gemeenst en geniepigst is? Volwassenen lijken dit maar zeer beperkt te kunnen beïnvloeden.

Ondertussen staat de gek daar nog steeds, in tweestrijd, vuisten gebald. Ik krijg het gevoel dat ik er iets aan zou moeten doen. Helaas ligt de laatste keer dat ik die kinderen ergens mee probeerde te confronteren nog iets te fris in mijn geheugen. Dat werkte volkomen averechts: ik voelde me vernederd en ik schoot er niets mee op. Zo zie je, mijn zwakke plek vinden ze ook moeiteloos.

Ach, en waarom zou ík er iets aan moeten doen? Een aantal ouders van de kinderen in kwestie zijn ook buiten, zich aangenaam onbewust van wat hun schatjes onder hun neus uitvoeren. Of misschien is het onverschilligheid ten opzichte van de pure gemeenheid die hun kroost ten toon spreidt. En van wie zullen die kinderen het uiteindelijk toch hebben?

zaterdag 16 mei 2009

Trein

Ik woon al jaren vlakbij een spoorbaan. De hele dag kun je de treinen horen langskomen. Overdag vooral de snelle passagierstreinen, naar Zandvoort of richting Leiden en alles wat er daar verder achter de horizon ligt. 's Avonds, rond tien voor negen, komt er altijd een goederentrein langs. Die klinkt anders, zwaarder en trager. Ik hou van het achtergrondgeluid van treinen. Al is het zo normaal geworden dat ik ze nauwelijks meer hoor.

Ik hou ook van reizen met de trein. Aangezien ik me de tijd dat mijn ouders een auto hadden ook nauwelijks meer kan herinneren ben ik weinig anders gewend. In de trein kun je heerlijk andere mensen observeren. En, soms tegen wil en dank, hun gesprekken beluisteren.
Uit het raam kijken is ook een stuk interessanter in de trein dan in de auto: in plaats van saaie stukken blik -het uitzicht op de gemiddelde snelweg- krijg je nog meer kijkjes in het leven van andere mensen. En de trein gaat juist zo langzaam dat je nog dingen kan zien en interpreteren, maar toch zo snel dat het niet saai wordt. De wereld glijdt onder je door in een continue stroom van momentopnamen.

Eén van de weinige dingen die ik niet prettig vind aan treinen is wachten bij een spoorwegovergang. Het zal waarschijnlijk wel aan mij liggen, maar als een trein op anderhalve meter afstand voorbij raast vind ik hem ineens een stuk imponerender dan wanneer hij stil staat op een station. Langs flitsend geel-blauw, wind, snelheid, donderende wielen. Het hele beeld heeft een vreemd, verlammend effect op me. Ik kan niet anders dan mijn ogen sluiten en denken aan het vernietigende effect dat die wielen hebben.

Hoe wanhopig moet je zijn om voor een trein te springen? Als ik 's avonds op een koud, winderig station sta en om me heen het geklaag hoor over de vertragingen die zijn veroorzaakt door de laatste 'aanrijding', vraag ik me dat wel eens af. En dan denk ik toch weer aan die wielen en aan koplampen in het donker.

Het zal wel aan mij liggen.

donderdag 7 mei 2009

Even Apeldoorn Bellen...?

"Goh, wat deed jij op Koninginnedag 2009?" Wie weet vragen mensen elkaar dat wel over een paar jaar. "Wanneer hoorde jij het? Waar dacht jij aan?" "Ja, ik dacht wel meteen dat het Al Qaida was!" Zo zitten we dan lekker in 9/11-style te redeneren met ons kopje thee en ons biscuitje.

Ik zelf zat met een aantal vrienden in de pub toen we 'het' hoorde. Eén van de eerst reacties: "Goh, even Apeldoorn bellen!"
En laat ik nou in de krant gelezen hebben dat meer mensen dat dachten! Daar zijn ze bij Centraal Beheer in ieder geval bang voor. De kans is groot dat afgelopen 30 april niet alleen het einde is van Koninginnedag zoals wij het kennen (dat wordt althans beweerd) maar ook van een andere traditie: de al 15 jaar durende "Even Apeldoorn Bellen"-campagne. Hoezo doodsbang voor negatieve publiciteit?
Ik stel voor dat we de plaatsnaam Apeldoorn ook maar gelijk van de kaart halen. Apeldoorn heeft nu namelijk een negatieve bijklank...

Begrijp me niet verkeerd, de gebeurtenissen van afgelopen donderdag zijn schokkend. Maar wat ook schokkend is, is hoe een heel land soms zo totaal kan doorschieten in zijn reactie.

maandag 4 mei 2009

De Snor, Of: Wie Mooi Wil Zijn...

Mijn moeder heeft mij dit jaar een vrij bijzonder cadeautje gegeven voor mijn verjaardag: een schoonheidsbehandeling. Van ieder ander had zo'n cadeau opgevat kunnen worden als een storende hint dan wel een directe belediging, maar moeders mogen dat soort dingen geven. En zo eindigde ik een week of twee terug halfnaakt in de zachte stoel van de schoonheidsspecialiste.

Zoals de meeste mensen die zoiets nog nooit mee hebben gemaakt, had ik geen idee wat te verwachten. Ik zal een tipje van de sluier oplichten: het is deels zeer aangenaam (denk: warme compressen, maskertjes), deels beangstigend (denk: groot uitgevallen elektrische tandenborstels, stoomspuiters) en deels een ware kwelling.

Ergens tussen het uitdrukken van elke potentiële puist die mijn gelaat ontsierde en het epileren van mijn wenkbrauwen, vroeg de schoonheidsmevrouw of ik er misschien ook heil in zag mijn bovenlip te laten harsen.
"Nee, nee, alsjeblieft niet!" jammerde ik geschrokken.
"Maar het is toch echt de moeite waard hoor. Al die dikke, zwarte haren, dat kan toch eigenlijk niet. Het is gewoonweg niet esthetisch verantwoord."
Ze zette haar pleidooi nog wat kracht bij door het vervolgens elke vijf minuten te herhalen. En dat terwijl ik me kort tevoren nog door iemand had laten verzekeren dat die paar haartjes echt niet zo'n probleem waren.
Uiteindelijk heb ik me laten overhalen. Aangenaam was het niet, maar "het is niet het einde van de wereld," wist ik nog net uit te brengen, met tranen in mijn ogen.

Helaas was het effect toch enigszins teleurstellend. Niemand zag namelijk het verschil. Ik zag zelf nauwelijks het verschil. Het verwijderen van die paar haartjes heeft me niet in een fotomodel verandert, zoals ik had gehoopt.
Wie mooi wil zijn moet niet alleen pijn lijden, maar ook gezegend zijn met het uiterlijk van een fotomodel, onder het haar.

donderdag 30 april 2009

Cognitieve Dissonantie

Onlangs liep Eveline weer te klagen dat ik niet genoeg blogde. Ik heb haar toen maar uitgedaagd zelf een berichtje te schrijven, een zogenaamde gastblog. Zie hier het resultaat.


Dis
sonantie onwelluidendheid, disharmonie [de (zijn); zeg: -sie]
Cognitief de cognitie, de kennis betreffend; leer- [bn; -tieve]

Vanaf het moment dat ik psychologie ben gaan studeren, kreeg ik regelmatig te doen met de term ‘cognitieve dissonantie’. Zo heb je er nog nooit van gehoord en zo is het één van de meest normale woorden uit je vocabulaire en houdt het je regelmatig bezig.
De cognitieve dissonantietheorie is een theorie uit 1950 die stelt dat een mens pogingen doet tot het verlichten van ongemak, dat ontstaan is door het je bewust worden van een inconsistentie tussen twee of meer van de eigen gedachten, gevoelens of gedragingen.
Geen groot nieuws natuurlijk, maar wat de theorie naar mijn mening zo boeiend maakt, is dat het zo volledig onbewust verloopt. Zonder dat je er zelf controle over lijkt te hebben, verander je één van je cognities.

Ik zal even uitleg geven aan de hand van een voorbeeld van een slim politiek spelletje. Stel: je hebt twee rivaliserende politici. Ze kunnen elkaar niet uitstaan, maar ze worden geacht zich diplomatiek te gedragen voor de media. Als één van die politici, laten we zeggen: Geert Wilders, nu aan de ander, Jan Marijnissen, vraagt of hij bijvoorbeeld één of ander zeldzaam en belangrijk boek mag lenen (dit boek moet in deze hypothetische situatie grote persoonlijke waarde hebben voor Marijnissen), wordt Marijnissen uit diplomatieke overwegingen gedwongen dit te doen.
Gevolg is dat Marijnissen Wilders aardiger zal vinden, want iemand die jou absoluut niet ligt, leen je toch niet zoiets waardevols uit? Dus die Wilders zal zo gek nog wel niet zijn.
Et voilà: een voorbeeld van cognitieve dissonantie (in het voordeel van Geert Wilders).

Wat mij nou zo bezighoudt aan dit (naar mijn mening interessante) verschijnsel, is dat ik het steeds vaker bij mezelf zie. Ook al ben ik mij er van tevoren bewust van dat deze plaats zal gaan vinden, tóch kan ik het niet onderdrukken.

Wist ik het ene moment nog niet of de groep vrijwilligers van de zeilschool mij wel echt lag, vond ik het het volgende moment best wel een toffe groep.
De reden hiervoor was dat ik, na een soort ‘proefweekend’, van ze te horen kreeg dat ik van de zomer mee mocht als medewerker. En tja, waarom zou ik twee volle weken van de zomervakantie op een weiland in the middle of nowhere gaan zitten met een groep mensen die ik eigenlijk helemaal niet zo tof vind? Conclusie: ik zal ze dus wel aardig vinden!
Al zag ik van tevoren aankomen dat hun oordeel mijn mening over de groep zou veranderen, tóch kon ik het niet onderdrukken.

En de mens zou het ‘opperwezen’ op deze aardbol zijn, welke als geen ander de wereld en zichzelf onder controle heeft...
Door: Eveline Luttikhuis



Mocht iemand anders zich ook aan een gastblog willen wagen, laat het vooral horen.

maandag 27 april 2009

Yes, I can

Vandaag was mijn eerste werkdag bij Studieboekhandel De Vries. Ja, ik had het nog niet de wijde wereld in geblogd, maar ik heb dus een baantje. Een vijf-dagen-per-week-negen-tot-vijf-baantje nog wel. Dat is nog eens geluk hebben in de huidige crisistijden.
Wat mijn baantje precies inhoudt is overigens nogal wazig. Ik heb geen exacte taakomschrijving gekregen, behalve dan dat ik 'verschillende werkzaamheden zal verrichten' en 'op wisselende gebieden zal worden ingezet'. Een contract heb ik ook nog niet. Ik weet niet eens wat mijn uurloon is.

Hoe ik dan aan deze zeer mysterieuze job gekomen ben? Viavia, door open sollicitatie en geluk hebben. Ik heb als het ware gesolliciteerd voor er een echte vacature was en de baan werd me gewoon aangeboden. Het enige wat me op mijn sollicitatiegesprek werd gevraagd was of mijn Nederlands goed was en of ik met Office om kon gaan. De eerste vraag heb ik naar waarheid beantwoord en de tweede... Ach, alles is relatief zullen we maar zeggen.

Mijn eerste dag heb ik inmiddels overleefd - blijkbaar waren mijn Office-vaardigheden daar wel toereikend voor. Alleen heb ik vandaag nog niet gedaan wat uiteindelijk mijn hoofdwerkzaamheid zal worden, namelijk iemand assisteren bij de aanbestedingen. Vandaag heb ik alleen boekenlijsten van scholen gecontroleerd door honderden ISBN nummers in te voeren in een programma. De rest van de tijd heb ik wat rondgeklikt, gevreesd dat de telefoon zou gaan en dat ik die dan op zou moeten nemen en me afgevraagd of ik al een slechte of domme indruk had gemaakt op mijn collega's.

Onder het rondklikken kwam ik er overigens achter dat ik wel degelijk een officiële taakomschrijving heb. De vacature waar ik -zonder het te weten- op gereageerd heb, bleek namelijk toch te bestaan. En online te staan. Ik ben aangenomen als, schrik niet: Junior Medewerker Aanbestedingen (m/v).
"Mijn taken zijn het opstellen van offertes, het zorg dragen voor een goede kwaliteit van de offerteteksten, tendermateriaal (WTF?!) beheren en uitbreiden, de voortgang van het proces bewaken en de deadlines waarborgen. Mijn werk- en denkniveau is op MBO+/HBO niveau. Ik heb ervaring met projectmatig werken. Mijn beheersing van de Nederlandse taal in zowel woord als geschrift is uitstekend. Verder ben ik accuraat, zelfstandig en beschik ik over een commerciële en proactieve instelling."

Ik schrok een beetje toen ik dit allemaal las. Volgens mij beschik ik niet eens over de helft van de vaardigheden die hiervoor nodig zijn en ik zou dan ook nooit uit mezelf op deze vacature gereageerd hebben. Maar blijkbaar dachten ze bij De Vries dat ik dit aan kan. Aan mij de taak om het te bewijzen.

zaterdag 11 april 2009

Negentien?!

Vandaag ben ik jarig. Dat is een heel vreemde gewaarwording, omdat ik eigenlijk het idee heb dat ik net jarig geweest ben. Voor mijn gevoel ben ik net 18 geworden. Dat ik nu dan al weer 19 ben wil er nog even niet in.

Toen ik jonger was begreep ik nooit zo goed waarom sommige 'oude' mensen zo'n punt van hun verjaardag maakten. Oud werden ze in mijn ogen namelijk toch wel, of ze uitbundig feest vierden of zich liever verscholen in een donkere kast die ene dag van het jaar. Dat al die soesa er misschien juist mee te maken had dat ze door mij -en de rest van de wereld- als oud gezien werden, kwam niet echt in me op. En ook het vaak aangehaalde feit dat "elk jaar ouder betekent dat je een stap dichter bij de dood bent", maakte weinig indruk.
Als je jong bent is jarig zijn juist leuk, niet alleen vanwege de cadeautjes, de taart en de aandacht, maar juist ook omdat je ouder wordt. Ouder is groter is volwassener is slimmer is meer serieus genomen is meer dingen mogen is met meer ontzag bekeken worden is de baas kunnen spelen over jonger tuig. En zelfs als je niet om die dingen geeft is het nog tof.
Maar uiteraard komt er een moment dat dat ene jaar geen doorslaggevend verschil in levenservaring meer betekent. Voor de meeste mensen zal dat moment rond hun 18de wel definitief zijn aangebroken. Het hoogtepunt is bereikt, de aftakeling begint. Zegt men.

Eigenlijk horen dit soort doemgedachten nog steeds niet echt bij mij. Tot mijn opluchting kwam ik er vanmorgen achter dat we in Nederland pas officieel volwassen worden op ons 21ste. Pas dan kan ik naar eigen goeddunken trouwen en huizen kopen. Nog twee jaar te gaan. Lang leve de onvolwassenheid!

maandag 6 april 2009

Dieet

di•eet (het; diëten)
methode van zelfkastijding, komt met name voor bij vrouwen
symptomen: gewichtstoename of afname, weigeren van voedsel, vreetaanvallen, agressie, chagrijn, het aanschaffen van voedingsmiddelen met opschriften als 'light' en 'mager', pogingen anderen zeer calorierijke hapjes te voeren, knaagdiergedrag, hardloopschema's, puntensystemen, zielige blikken, geklaag, overmatige bezoeken aan de weegschaal. symptomen variëren per patiënt.
behandeling: geduld, heel veel geduld
prognose: volledige genezing lijkt onmogelijk, de symptomen zullen regelmatig blijven terugkeren.

woensdag 1 april 2009

Daan, Zijn Haar en De Gorilla

Mijn broertje heeft ruim een jaar geleden besloten dat hij zijn haar wilde laten groeien. Waarom hij dat eigenlijk precies wilde weet ik ook niet. Misschien was het invloed van mijn vrienden, misschien vond hij het gewoon mooi. In ieder geval waren ik en mijn moeder er wel enthousiast over. Daan is sinds zijn besluit slechts één keer naar de kapper geweest, maar dan alleen om 'bij te laten punten'.

Daan heeft helaas een zeker nadeel waar mijn langharige vrienden niet zo'n last van hebben: een jongetje van tien heeft gewoon nog geen baard of bijzonder mannelijke trekken in het gezicht. Het gevolg is dat hij met zijn lange blonde lokken vaak voor een meisje aan gezien wordt. Dat is lastig, ook als je tien bent. En dan heb ik het nog niet eens over al het andere commentaar wat hij al een jaar lang heeft geslikt. Dat hij nog niet naar de tondeuse heeft gegrepen zegt heel wat over zijn doorzettingsvermogen.

Gelukkig brengt het lange haar niet alleen maar leed. Zo had Daan vorig weekend een weddenschap met zijn judotrainer, of hij met twee hoge staarten naar een toernooi zou durven komen. Waarom niet, als je er tien euro voor krijgt? Toen zijn andere trainer het resultaat (inclusief rode clownsneus) zag, werd hij wel gedwongen het gelijk weer te verwijderen.

Die tien euro heeft hij overigens niet zelf gehouden. Want Daan is ook al weer voor het tweede jaar druk aan het actie voeren voor het WNF en het gewonnen geld -en meer- is naar de Gorilla Rescue gegaan.
Als iemand zich geroepen voelt om mijn broertje, zijn haar en de gorilla te sponsoren: graag! Voor iemand die er voor het goede doel zó bij durft te lopen mag dat denk ik wel.

zondag 29 maart 2009

Stabiele Zijligging

Roelof geeft uitleg over zijn EHBO lessen.

Roelof: "...en dan moet ik het slachtoffer in stabiele zijligging leggen en weggaan."
Ik: "Hoe is dat, stabiele zijligging?"
Roelof: "Dat is zodat je ademhaling en hartslag niet belemmerd worden en je niet stikt in je eigen braaksel."
Ik: "Maar hoe lig je dan precies?"
Roelof: "Ik doe het wel een keer bij je voor als we in bed liggen. Het is een leuk standje."

En met wat googelen en een vleugje fantasie...

woensdag 25 maart 2009

Nu Nog Een Baan...

"Je mag dan wel eerder terug naar Nederland willen, maar wat ga je daar dan doen in die tijd?" Dat heb ik nogal veel gehoord toen ik besloot in plaats van negen maanden zes maanden in Oxford te blijven. Van de staff van EF nam ik die vraag eigenlijk niet zo serieus - zij wilden toch wel dat ik bleef, wat voor redenen ik ook had om weg te gaan. Bovendien was het antwoord toch heel simpel: ik wil 'werken', 'geld verdienen', 'sparen voor mijn studie'.

Dat was dan het makkelijke gedeelte, want voor werken heb je wel een baan nodig. En ik ben nogal kieskeurig. Ik wil iets doen wat een beetje uitdagend is en niet na twee dagen gaat vervelen, ik wil er eigenlijk iets van leren, maar het moet ook nog een beetje verdienen en ik moet voldoende uren kunnen maken. Toevallig liggen dergelijke baantjes niet voor het oprapen in crisistijden.

Mijn zoektocht begon vrij aarzelend. Eerst maar eens een beetje googelen, een paar mailtjes sturen en wachten op reacties. Vooral niet te veel tegelijk, want straks wordt er nog om me gevochten en dan moet ik hoopvolle bedrijven en instellingen af gaan wijzen.
Aan die illusie kwam al snel een eind: er wordt helemaal niet om me gevochten. Als ik nog een baan wil hebben voor september zal ik echt wat meer zelf moeten doen. En daar hoort ook bij dat ik voor meerdere vacatures tegelijk solliciteer. Met een beetje geluk is er één plek bij waar ze me wel nodig hebben.

dinsdag 17 maart 2009

There and Back Again

Sinds bijna 52 uur ben ik weer terug in Nederland. Permanent. Mijn Oxford avontuur is voorbij. De bijbehorende verhalen helaas ook.

In september ga ik beginnen met studeren. Tot die tijd doe ik... Dat is nog even onbekend. Ik doe werk, hoop ik. En ik doe nu mijn best om werk te vinden. Verder doe ik mijn best om iets minder op een Engels worstje te gaan lijken. In de tussentijd wil ik ook nog leren typen, middelbare schoolkennis ophalen, een boek schrijven, de zin van het leven ontdekken en koude kernfusie uitvinden, maar dat staat lager op de lijst.

Nog genoeg stuff voor verhalen dus.

woensdag 11 maart 2009

How To Get Drunk In Oxford

In mijn zes maanden Oxford heb ik meer drankspelletjes geleerd dan in de rest van mijn leven bij elkaar. Voor ik weer terugkeer naar Nederland, waar de drank duurder is en deze spelletjes weer snel vergeten zullen worden(?), wilde ik de drie leuksten en effectiefsten snel even vastleggen.

1. Fuzzy Dog (of Fuzzy Duck... Hoe dan ook, erg fuzzy)
Dit spelletje is volgens mij typisch Engels of misschien zelfs typisch Oxfords. Je zit (staat, als je pech hebt) in een kring. De eerste persoon zegt 'fuzzy dog', dan de tweede, enzovoorts. Op een gegeven moment zegt iemand 'Does he?'. Dan verandert het geheel van richting en moet je 'doggy fuzz' zeggen in plaats van 'fuzzy dog'. Wie zich verspreekt moet drinken. 'Does he fuck', anyone?

2. Naamloos maar zeer effectief spel
Om de beurt houden de spelers de handen achter de rug, een met de duim omhoog, een als een vuist. De anderen kiezen een hand. Wie de hand zonder duim omhoog kiest drink een slok, maar bij de tweede keer worden dat twee slokken, dan drie, enzovoort. Tien is het maximum. Of niet.
Ik weet dat dit supersaai klinkt, maar tis toch best een aardig spel als je het eenmaal speelt. Hoewel dat ook kan liggen aan de mentaliteit van de spelers.

3. 21-en
Dit werkt het best met een wat grotere groep. Iedereen zegt om de beurt een nummer en dan tel je tot 21. Degene die 21 zegt mag vervolgens een van de getallen vervangen door een woord naar keuze, en vervolgens mag in plaats van dat getal alleen nog dit woord gezegd worden.
Om eerlijk te zijn heb ik dit nog nooit gespeeld maar het schijnt bijzonder amusant te zijn.

En dan zijn er nog een paar die ik momenteel even 'kwijt' ben. Misschien maar beter zo houden.

zondag 8 maart 2009

Ergens Tussen Hier en Daar

Zoals ik al eerder zei: mijn Engelandtijd zit er bijna op. Nu het einde zo snel dichterbij komt, ga ik steeds vaker nadenken over wat ik daar nu eigenlijk van vind. En elke keer moet ik weer toegeven dat ik het niet weet.

Ik zal EF niet missen. Ik zal mijn lessen Engels niet missen – ja, ik heb veel geleerd, maar na een half jaar heb je het echt wel gehad met werkwoordsvormen, collocations en opstellen schrijven. Ik leer liever nog wat meer Engels door boeken te lezen.
Zal ik mijn gebrek aan privacy missen? Misschien wel. Uiteraard zal ik blij zijn als het licht ’s avonds weer uitgaat als ik dat wil, als ik mijn spullen weer kan laten slingeren en weer wat extra vierkante meters heb om op te leven. Maar ik zal het gezelschap missen, de mogelijkheid om elk moment van de dag iets te ondernemen, omdat er altijd mensen in de buurt zijn.
Ik zal Maureen missen, het samen boodschappen doen en eten koken, liefst met een Metallica DVD op de achtergrond.
De collectie shampoos en huidverzorgingsproducten van mijn kamergenoten zal ik ook missen.
Ik zal Engeland zelf missen, de straatnamen, de supermarkten, de pubs, de fietstochten over smalle weggetjes langs vergeten dorpjes, het Engels wat ik de hele dag hoor.
Ik zal het missen om een buitenlander te zijn. Het is me opgevallen dat je vanuit die positie alles van een afstandje prachtig bekijken. Je erover verbazen. De verschillen opmerken. De vergelijking trekken.

Aan de andere kant heb ik ook bedacht dat ik misschien toch niet het juiste persoon ben om in het buitenland te wonen. Terwijl de rest zich voor 100% in het leven hier lijkt te storten, in het uitgaan, het vrienden maken en alles wat erbij komt kijken, ben ik altijd nog een beetje thuis. Er zijn simpelweg te veel banden die me aan Nederland en de mensen daar binden. Daardoor heb ik een tijd het gevoel gehad dat ik niet helemaal hier ben, maar uiteraard ook niet daar. Ik was ergens in het midden, nooit helemaal compleet.

Pas sinds ik weet dat ik bijna weer in Nederland ben kan ik dat gevoel loslaten. Ik vraag me af, zou ik, als ik weer thuis ben, me weer helemaal heel voelen? Of is dat een illusie?

woensdag 4 maart 2009

De Internet Issue

Het wordt inmiddels een beetje een eentonig verhaal: “Mijn Internet is een beetje traag.” “Sorry, ik kan je bestand niet openen, het Internet werkt niet mee.” “Het Internet valt steeds uit.” “Het spijt me, ik kan niet op MSN komen, het Internet werkt niet vandaag.” “Ja, ik kan je mailtje niet beantwoorden, ik heb al drie dagen geen Internet.” “Ik voel me een beetje afgesloten van de wereld, want het Internet in mijn huis werkt sinds twee weken niet meer. En er is geen zicht op verbetering.” Etcetera, etcetera.

Een week geleden dacht ik de ultieme oplossing voor dit probleem ontdekt te hebben: café a.k.a. lunchroom George & Delila. Snel, perfect werkend Internet, plaats om met mijn eigen laptop te werken, voldoende stopcontacten, lekkere thee, zelfgemaakt ijs, brownies, muffings, bagels en wat al niet meer. Heaven on earth, voor de arme student zonder Internetverbinding. Ik kon zo drie uur blijven zitten op één of twee consumpties.

Helaas hebben ze me tegenwoordig door. Als ik te lang blijf zitten naar hun zin schakelen ze meedogenloos het modem uit. Wreedheid.

zondag 1 maart 2009

God Straft Onmiddellijk

Ik ben natuurlijk een beetje verwend. Ik kom dan wel uit Nederland, waar je fiets op sommige plekken haast onder je vandaan gestolen wordt, als je even de andere kant op kijkt. Maar ik kom wel uit een dusdanig nette en rustige buurt dat ik mijn fiets dagen buiten kan laten staan, met of zonder slot, zonder dat er ook maar iets gebeurt.

De buurt waar ik hier in Oxford woon is duidelijk anders. Dat zag ik al toen ik voor het eerst naar mijn huis kwam kijken: voor de deur lag het skelet van een fiets. De wielen, trappers, het zadel, het stuur, de bagagedrager, alles was eraf gejat. De overblijfselen lagen zielig vastgeketend aan een paaltje.

Dat zou waarschuwing genoeg moeten zijn. Blijkbaar niet. Vrijwel alle nieuwe bewoners van 10, London Place, bleven vrolijk hun fiets voor het huis neerzetten. Ik probeerde de mijne zo veel mogelijk in de tuin, achter het huis te stallen. Die tuin is weliswaar open, maar wie weet zou het toch enige bescherming bieden.
Het duurde inderdaad niet lang voor de eerste fiets verdween, die van Henriëtte. En daarna vond de eerste mishandeling plaats: in het achterwiel van Caroline’s fiets was zo’n enorme slinger getrapt dat het ding haast in een hoek van 90 graden stond.

Gisteren was het mijn beurt. Ik stapte de tuin in - mijn hoofd ironisch genoeg vol plannen over het maken van een gigantische fietstocht: fiets weg. Na de aanvankelijke paniek bedacht ik me dat ik de avond ervoor nog weg had willen gaan, een plan wat op het allerlaatste moment geannuleerd was, en dat mijn fiets dus nog aan de voorkant stond…

Met, jawel, een behoorlijke slinger in het wiel. De eerste keer in twee maanden dat ik het ding daar heb laten staan! Twee weken voor ik hier wegga mag ik nog 40 pond neertellen voor een nieuw wiel. Om het even in perspectief te brengen: 40 pond is bijna de helft van de nieuwwaarde van de fiets.

Ik was gewaarschuwd. En God straft onmiddellijk.

donderdag 26 februari 2009

How To: Liefde op afstand

“Liefde op afstand is kansloos, zeker op jouw leeftijd,” zei iemand tegen mij, voor ik naar Engeland ging. “Je kan het net zo goed gelijk uitmaken, dat scheelt een hoop gedoe.”
Ja, zo denken de cynici van deze wereld erover. Gelukkig heb ik het advies niet opgevolgd, want het lijkt erop dat er ook uitzonderingen op de ‘regel’ bestaan. Blijkbaar hebben ik en Roelof het toch al bijna een half jaar zonder elkaar met elkaar gered.

Dit geeft mij niet direct het recht om ons liefde-op-afstand-experts te noemen, maar ik kan wel wat tips geven aan anderen die zo stom zijn om ook in zo’n situatie verzeild te raken:

1. Gebruik die webcam.
Hoewel elkaar kunnen zien en toch ver bij elkaar vandaan zijn soms een beetje zuur is, visuele ondersteuning helpt toch. Een telefoongesprek met webcam is het dichtst dat je bij de ander kan komen. En voor de liefhebbers is er altijd nog mogelijkheid tot striptease.

2. Denk aan bijzondere data.
“Gefeliciteerd met ons eerste potentiële kind.”

3. Wees romantisch.
Stuur lieve smsjes op de meest gruwelijke tijdstippen. Brieven schrijven is ook leuk.

4. Date!
Maak een skype-afspraakjes in restaurants, lunchrooms of cafés met draadloos internet. Doen- alsof is best een leuk spelletje. Bovendien kun je altijd nog eten en drinken laten aanrukken als de duur van je telefoongesprek wat uit de hand loopt.

5. Probeer een onderdeel van elkaars leven te blijven.
“Goh, wat heb jij vandaag gedaan?”
“Niks.”
“Wat leuk, ik ook!”

En als laatste: probeer naast het contact houden ook nog een beetje een leven te onderhouden. Dat levert allicht gespreksstof op.

maandag 23 februari 2009

Het Aftellen is Begonnen

Gisteren zijn mijn vader, mijn moeder en Daan na een bezoek van een week weer naar huis gegaan. Een week lang hebben we eerst door Londen en toen door Oxford gezworven. Nu ben ik weer alleen. Of zo alleen als je kan zijn wanneer je een kamer deelt met z'n vieren en een huis met z'n twintigen.

Nog iets minder dan drie weken en dan is dat overigens ook voorbij. Zondag 15 maart kom ik weer terug naar Haarlem. Op een redelijk permanente basis.
Het is een beetje vreemd om straks weer terug te gaan. Aan de ene kant ben ik er heel blij mee - ik kom niet voor niets al in maart terug en niet in juni. Aan de andere kant zal ik Oxford ook wel missen en een aantal mensen die ik hier heb leren kennen ook. Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat mijn 'jaar' weg (zoals ik het eerst noemde) al weer bijna om is.
Hoe dan ook, het aftellen is begonnen.

woensdag 11 februari 2009

Picture

"Have you got a picture of your boyfriend..?"
Dana kijkt me geïnteresseerd aan. Mensen die een lange termijn relatie onderhouden zijn zeldzaam op EF tegenwoordig. Ook al liet minstens 50% een vriend of vriendin thuis achter en zworen ze zonder uitzondering dat hun relatie afstandsbestendig was, de meesten bleken het om uiteenlopende redenen toch niet te trekken. En ondanks de ongelimiteerde vrijheid die ze hier nu genieten, zie ik bij een aantal nog steeds een vreemd soort verlangen, wistfulness, als ze vragen hoe het met mijn 'significant other' gaat.
"I haven't got a picture with me now," zeg ik. "But there's one hanging above my bed. I'll show you next time we're at my place."

Toevallig gaan wie diezelfde middag thee drinken bij mij thuis. Als ik de kamer instap zie ik gelijk dat er iets mist aan de muur. Caroline's gigantische poster van Twilight-held en vampier Edward is gevallen!
"Oh, no, Edward!" roep ik geschrokken uit. "Edward has fallen from the wall!"
Voorzichtig pak ik het gevaarte op van het bed onder dat van Caro, strijk het met een teder gebaar glad en leg het terug op Caro's bed. Ze is nogal aan het ding gehecht namelijk.

"Er, is that your bed..?" vraagt Dana en ze kijkt me wat bevreemd aan. Dan pas begrijp ik de absurde verwarring.
"No, I'm afraid my picture is not that big..."

zondag 8 februari 2009

First Aid

Op vrijdag besloten ik en Maureen pannenkoeken te gaan bakken. We zijn ons beiden aan het ontwikkelen tot echte kookfanaten hier, dus een zo klassieke hap mocht niet ontbreken. Pannenkoeken maken is leuk: je kan uren in de keuken staan, al bakkend, etend en experimenterend.
Daar waren we dan ook druk mee bezig toen onze Deense huisgenoot Matthiis ineens de keuken binnenstormde en bijna de deur tegen Maureens hoofd sloeg. Zonder een ‘sorry’ sprintte hij door naar de kraan, ondertussen aan een stuk door “Oh my God, shitshitshit!” roepend.
Wat bleek het geval te zijn: hij had zijn deur iets te enthousiast dicht geprobeerd te gooien en daarbij zijn middelvinger opengesneden aan een stuk uitstekend metaal. De snee was zo’n drie centimeter lang, behoorlijk diep, en bloedde behoorlijk.
“I think I can see the bone!” jammerde Matthiis.“Do you think I need an ambulance?”

Paniek alom natuurlijk. Ineens kon niemand meer tegen bloed, laat staan tegen zichtbaar bot. Het slachtoffer werd ondertussen steeds bleker, tot ik dacht dat hij onderuit zou gaan. Na hem bij de gootsteen weggetrokken en op de bank geduwd te hebben, probeerde ik de EHBO kit te vinden, in de hoop dat er iets nuttigs in zou zitten.
Uiteraard niet: het ding bevatte complete mitella’s, maar een normaal stukje gaas of een schaar was onmogelijk te vinden. Uiteindelijk heb ik er maar een gigantisch stuk verband om heen gedraaid, vooral om te voorkomen dat Matthiis nog verder naar de wond zou staren en echt van zijn stokje zou gaan – hij was ondertussen al half van de bank gegleden.
“Have you studied First Aid or something?” vroeg hij zwakjes.
“Not yet.”

Maureen probeerde ondertussen Boris, de member of staff die bij ons in huis woont, te pakken te krijgen.
Do you need an ambulance?”
“No, no, just a doctor! Maybe he needs stitches! You can see the bone!”
“I’m on my way!”

Minder dan tien minuten later stormde Boris de keuken binnen, paniek op zijn gezicht. Toen hij Matthiis met zijn verband zag zitten keek hij verbijsterd.
“I thought you said he cut his leg to the bone!”
Toen ging zijn mobiele telefoon: het was de ambulance die al voor de deur stond…

vrijdag 6 februari 2009

De Britse Angst voor Sneeuw

Na mijn problematische reisje naar Nederland, nu bijna twee weken geleden, hoopte ik dat de terugtocht op maandag iets soepeler zou verlopen. Helaas was het lot mij niet zo gunstig gezind: ook al sliep ik deze keer door geen enkele wekker heen, ik had toch bijna even veel vertraging als vorige keer.
In Engeland is het namelijk ook winter, en dat betekent dat er soms, in plaats van de vertrouwde regen, sneeuw kan vallen. Sneeuw. En niet zo’n beetje ook.

Ik heb al eens eerder openbaarvervoersproblemen gehad vanwege winters weer, maar de chaos die nu ontstond was eigenlijk nog veel komischer. Blijkbaar reageren de Britten nogal spastisch op ‘white powder’: er werd gesproken van een extreem gevaarlijke stituatie. “If possible, please stay at home!” Alles lag stil: treinen reden niet meer, bussen werden van de weg gehaald, taxi’s weigerden te rijden, Heathrow ging dicht. Kantoren waren leeg, ziekenhuizen lagen stil, scholen werden gesloten: “De veiligheid van de kinderen kan in deze omstandigheden niet meer gegarandeerd worden.”
En dit alles vanwege slechts 10 à 15 centimeter sneeuw? The Great British Empire, eens de baas over een kwart van deze aardbol, winnaar van wereldoorlogen, waar zelfs tijdens de ‘Blitz’ de dubbeldekkers doorreden, gaat plat voor sneeuw?!

Ik had eigenlijk nog ontzettend veel geluk, want ondanks ruim vijf uur vertraging heb ik wel mijn bestemming weten te bereiken. In Oxford bleek overigens wel bedroevend weinig van het winterweer te merken te zijn. Na al die chaos had ik zelf ook wel eens een paar sneeuwballen willen gooien.
Die wens is inmiddels ook in vervulling gegaan, want donderdagochtend bleek ook Oxford onder een witte deken bedolven te zijn. En zeg nou zelf, het ziet eruit als een sprookje. Helaas is het nu ook hier onmogelijk het openbaar vervoer te gebruiken, en op EF na zijn alle scholen inmiddels gesloten.

zaterdag 24 januari 2009

Stupidity Has A New Name

Ik had nog zo gezegd: "Wat er ook gebeurt, voor 15 maart kom ik niet meer naar Nederland. Dat is voor die paar dagen de moeite niet en ik word er alleen maar verdrietig van." Bij die uitspraak had ik er uiteraard geen rekening mee gehouden dat mijn opa in die tijd ernstig ziek zou worden. En dus zag het er ineens toch naar uit dat exact twee weken na mijn vertrek weer op Schiphol zou landen.

Of dat hadden mijn ouders in ieder geval in gedachten toen ze mijn vlucht boekten: half zeven vliegen, half vijf inchecken, twee uur 's nachts de bus vanaf Oxford. Waar ze daarbij uiteraard geen rekening mee konden houden, was dat ik mezelf voor die tijd behoorlijk uit zou putten. En uiteraard toch niet zou kunnen slapen. Het was te verwachten, daar lig ik in bed, om half negen, met herrie om me heen en chaos in mijn hoofd. Na twee uur van vruchteloze pogingen om in slaap te vallen gaf ik het op en ben ik met Henriëtte en Caroline "The Devil Wears Prada" gaan kijken.

Ongeveer een uur voor mijn wekker af zou gaan, kroop ik dus toch maar weer in bed. Onmogelijk te slapen, mijn buik voelt vreemd, in mijn hoofd draait van alles rondjes. En waarom zou ik het nog proberen? Nu nog maar veertig minuten... Dertig, voor ik de rest van de nacht in touw moet zijn. Nog even mijn ogen dicht doen en ontspannen, for God's sake.

Voor mijn gevoel twee tellen later schiet ik met een schok overeind. Graai naar mijn telefoon, oh, het zou nu toch bijna tijd moeten zijn...

4:29?!?!

Nee, dat kan niet, dat kan niet, dat kan niet! Ik droom, moet wel dromen, waarom is mijn wekker niet afgegaan?

Hoekanditmijoverkomenditkannietditmagnietikhadnualophetvliegveld
moetenstaanverdommeditkannietwaarzijniksnaphetnietiksnaphetniet
ditoverkomtmijnnietserieusdatkannietwaaromismijnalarmnietafgegaan
ohmijngoddewereldisaanhetvergaanwatmoetiknuikwilthuiszijnikheb
hethelemaalverknaldditkomtnooitmaardanooknooitmeergoedwatmoet
ernuvanmijworden....

Na nog een paar minuten hersenloze paniek heb ik het verstand mijn vader op te bellen, die gelukkig wel kalm blijft. En een nieuwe vlucht voor mij boekt, voor dezelfde dag nog. "Als je deze ook mist, bel je dan even?"

Ik weet niet of mijn wekker werkelijk niet af is afgegaan of dat ik en mijn kamergenoten er finaal doorheen geslapen zijn. Wat ik hier wel van geleerd heb:
- vertrouw nooit op wekkers en zeker niet op mobiele telefoons
- ga nooit 'even in bed liggen' een uur voordat je een bus moet hebben, zeker niet als je al gesloopt bent
- vaders zijn geweldig, vooral de mijne

Nu alleen nog zorgen dat ik tussen nu en drie uur niet in slaap val. Maar op de bank, met thee, een computer en veel nederlandstalige muziek moet dat wel lukken. Toch?