HALLIEHALLO!

En welkom op mijn weblog.

Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.

Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.

donderdag 18 december 2008

Camden

Afgelopen weekend was ik met Maureen naar Londen. Eigenlijk hadden we van te voren afgesproken om niet te gaan shoppen - iedereen gaat naar Londen om te shoppen en wij dus sowieso niet. Maar op aanraden zijn we toch maar even een kijkje gaan nemen op de beroemde markt van Camden Town.

Camden is heel apart. Er zijn een heleboel alternatieve winkeltjes en kraampjes en overdekte markten. Je vindt er kunt, piercing- en tatooshops, bijzonder alternatieve kleding, shirts met bizarre teksten ("Oh my God, it's a weasel!") en souvenirs dwars door elkaar heen. De verkopers van al die spullen hebben gemeenschappelijk dat ze ver gaan om je hun waar te verkopen. Erg ver.

Zo kreeg ik een paar minuten nadat we uit de metro waren gestapt al ruzie met een t-shirt verkoper. Hij wilde me een shirt aansmeren wat ik eigenlijk niet eens wilde hebben en bovendien niet mocht passen. "It's stretch, look!" riep hij. "Zelfs ik zou het passen!" "En toch wil ik het eerst proberen." "Maar ik heb geen kleedhokje!" "Dan pas ik het wel over mn shirt heen." "No, not allowed." En toen keurde hij me geen blik meer waardig.
Nog geschokt van die ervaring ging ik op zoek naar Maureen die ik ergens in de chaos was kwijtgeraakt. Ik vond haar terug bij een kraampje waar ze een handmassage kreeg met een of ander peperduur peelingspulletje. "Only 60 pounds! And if you take this one too, I can make you a special price!"
Toen ik aan kwam lopen, sloeg deze mevrouw haast haar hand voor haar mond van schrik. "Jammer dat je er niet eerder was... Met jouw huidproblemen heb je hier zeker behoefte aan. Echt een koopje, 80 pond!"

Even later besloot ik iets te passen wat eigenlijk een combinatie van een jas en een corset ineen was. "Ben je er klaar voor?" zei de verkoper, toen hij op het punt stond het ding aan te snoeren. "J-ja.." zei ik. Het volgende moment kreeg ik nauwelijks lucht meer. "Eh, misschien toch niet..."
Die jas was overigens best aardig, maar ik heb op dit moment iets te veel Engelandvet voor dergelijke kleding. Toen ik dat zei, beweerde de man dat dat toch echt wel meeviel. En hij kon dat ding nog wel wat strakker aantrekken ook. In de spiegel zag ik mezelf meer en meer in een worstje veranderen. Uiteindelijk heb ik hem maar gesmeekt te stoppen: ik was bang dat de knopen aan de voorkant het niet meer zouden houden.

Een paar uur kijken-kijken-en-niet-kopen later en meerdere corsetten, bizarre shirts, schoenen met 20 centimeter hoge plateauzolen en teleurgestelde verkopers verder, besloten we ons maar eens uit de chaos terug te trekken. Pech: het metrostation was gesloten vanwege de drukte. Een oude man wilde ons wel uitleggen waar het volgende station was. Maar of we dan wel wat kleingeld voor hem hadden.
Camden is tof, maar als je er heen gaat, bereid je er dan wel op voor dat, hoe aardig iedereen ook lijkt, ze toch vooral je geld interessant vinden.


zondag 14 december 2008

Wachten op de Bus

Vorige week zijn we tijdens de les bezig geweest met het hoofdstuk "Morals & Ethics". We kregen daarin het volgende probleem voorgelegd.

Je rijdt tijdens een stormachtige nacht alleen met de auto naar huis. Je passeert een bushalte waar drie mensen op de bus staan te wachten. De eerste is een oud vrouwtje dat eruit ziet alsof ze elk moment het loodje kan leggen. De tweede is een oude vriend die ooit je leven gered heeft. De derde is de partner van je dromen.
Je kan maar één van de drie een lift aanbieden. Wat doe je?

Na een tijdje discussiëren besloten we dat we het probleem lekker van ons af zouden schuiven: we wilden de situatie voorleggen aan de drie en ze zelf laten beslissen dat het ethisch gezien toch het meest verantwoord zou zijn het oude vrouwtje de lift te geven.

Deze situatie schijnt een keer toegepast te zijn tijdens een sollicitatieprocedure om te zien hoe creatief de kandidaten met dit soort dilemma's om konden gaan. De kandidaat die uiteindelijk aangenomen werd (van de 200!) kwam met een schijnbaar ideale oplossing:
Je geeft de autosleutels aan je vriend, laat hem het vrouwtje naar het ziekenhuis brengen en wacht zelf met je droompartner op de bus.
Dit geeft maar weer eens aan hoe vast de meesten van ons zitten in hun standaard denkpatronen. Creatief denken is nog niet zo makkelijk.

Het schijnt echter dat de gemiddelde man de situatie toch iets anders aan zou pakken. Volgens hem is de ideale oplossing de volgende:
Je overrijdt het oude vrouwtje om haar uit haar lijden te verlossen. Vervolgens heb je seks met de droompartner in het bushokje. Daarna stap je met je vriend in de auto en ga je ergens een biertje drinken.

vrijdag 12 december 2008

Klaagzang

Mensen houden erg van klagen. Zeker de mensen hier: ver van huis, vreemd land, vreemde Engelsen, falende instanties. Genoeg klaagvoer.

Waar het meest over geklaagd wordt? Wat betreft de eerste plek is er een continue strijd gaande tussen de internetverbinding en het eten in de schoolcafetaria. Beiden zijn zo nu en dan dramatisch. Het internet heeft ons er de afgelopen twee weken aan helpen herinneren dat een slechte verbinding nog altijd beter is dan geen verbinding. Het kookteam pakte het wat minder slim aan: tijdens een kerstdiner hebben ze ons laten zien dat ze wel degelijk lekker, gezond en gevarieerd kunnen koken. Waarom ze die vaardigheid niet wat vaker ten toon spreiden is me een raadsel.
Op plek nummer drie in de klaagranglijst komt waarschijnlijk het weer. Dat is een beetje vreemd. Dat Mexicanen het er moeilijk mee hebben snap ik nog, maar niemand maakt mij wijs dat het klimaat in Nederland, Zweden of Siberië nou echt beter is dan hier. Sterker nog: volgens mij hadden we hier tijdens de afgelopen drie maanden beter weer dan in een gemiddelde Nederlandse herfst.

Natuurlijk is er nog veel meer om over te zeuren. Een kleine selectie omvat het iLab, het feit dat ze hier links rijden, andere studenten, andere nationaliteiten, de schoonmakers, koude douches, de Engelse prijzen, leraren, EF zelf, geluidsoverlast, het feit dat alle deuren hier naar binnen openen (inclusief die van het toilet), bouwvakkers, niet werkende verwarmingen, krakende bedden, de hygiene in de keuken, het feit dat er eten gestolen wordt uit de gemeenschappelijke koelkast, het gebrek aan 'normaal' eten in de supermarkt, de wasmachines, de drukte in de stad op zaterdag en het lesmateriaal. En natuurlijk zijn er nog duizend-en-een andere dingen, waar we eindelijk over door kunnen gaan en die toch nooit zullen veranderen.

Want waarom klagen we nou eigenlijk? Schiet iemand er iets mee op? Wordt de situatie er beter van? Wint iemand er iets mee?
Ik ben zelf niet zo'n groot fan van geklaag. Ik probeer het alleen te doen als ik even moet afreageren, of anders tegen personen die er ook echt iets mee kunnen, zoals de schoolleiding. Maar o wonder, hoe serieus ze me ook lijken te nemen, ze doen er toch weinig mee! Misschien hebben ze al te veel gehoord.
En eigenlijk is de belangrijkste functie van al het gejammer toch ook dat we ons even fijn af kunnen zetten tegen de autoriteiten en het lekker met elkaar eens kunnen zijn. Goh, wat zijn we samen zielig. Zie ons lekker zielig zijn.

Zo, ik kon mijn ei ook weer even kwijt. Lekker.

zondag 7 december 2008

Sinterklaas Geëxporteerd

Als er iets was waar mijn Nederlandse vrienden en familie het over eens waren dan was het wel dat het vreselijk is om Sinterklaas te missen. Nederlanders zijn erg gehecht aan Sinterklaas, zo blijkt. Vandaar dat het feit dat ik het feestje dit jaar mis loop, gecompenseerd wordt door het alsnog te vieren. Drie keer.
Natuurlijk heb ik daar absoluut niks op aan te merken, want ik ben groot fan van Sinterklaas en ook van Zwarte Piet. En ik ben gek op pepernoten, speculaas, taai-taai, chocolademelk, schuimpjes en chocoladeletters. Maar het allerleukste aan Sinterklaas blijft toch de sfeer. En dat is toch hetgene wat mist als je in het buitenland zit. De pepernoten kunnen opgestuurt worden, maar hoe stuur je iemand een intocht, een kat op schoot, een bankstel met haardvuur en een aflevering van 'Dag Sinterklaas'?

Gelukkig had de Nederlandse gemeenschap hier op EF ook besloten dat we eigenlijk niet zonder ons typische vijf december ritueel konden. En dus werd Sinterklaas maar eens naar Engeland geëxporteerd: er werden lootjes getrokken, gedichten geschreven, cadeautjes gekocht, pepernoten en speculaas ingeslagen. Uiteraard mocht ook Nederlands enige echte Sinterklaasfilm, Alles is Liefde, niet ontbreken. Laten we die buitenlanders maar een op gaan voeden, haha!
Op onze 5 december guestlist stonden namelijk, naast zes Nederlanders, ook een Frans, een Fins en een Deens meisje. Die kregen gelijk hun vuurdoop, want het is nog een hele kunst, zo'n Sinterklaasgedicht schrijven. Bedenk maar eens hoe vol zo'n gedicht meestal wel niet zin met verwijzingen naar zwarte pieten, daken, schoorstenen en de rest van de mythologie om Sinterklaas heen. En probeer je nu eens voor te stellen hoe je zo'n gedicht moet schrijven zonder al dat handige gereedschap.
Voor de meer ervaren Sinterklaasschrijvers was het overigens ook nog best lastig om over te schakelen naar het Engels. Ben je gelijk je "denken"-"schenken"-combi kwijt. Gelukkig waren we inventief genoeg om zelf iets nieuws te bedenken. "December the fifth" en "gift" is net zo erg.

Onze drie nieuwelingen hebben zich trouwens ook prima weten te redden. Solene had zelfs nog een erg leuk idee: in plaats van een cadeau met naam erop, moesten we aan de hand van het gedicht zelf raden voor wie het bedoeld was. Dat is weer eens een nieuwe uitdaging.
Solene was er trouwens zo enthousiast over dat ze het volgend jaar in Frankrijk ook met haar vrienden wil gaan vieren. En zo neemt Sinterklaas vanzelf de wereld over.

woensdag 3 december 2008

Christmas Time

Christmas Time Christmas Gifts Christmas Shopping Christmas Carols Christmas Turkey Christmas Dinner Christmas Eve Christmas Tree Christmas Market Christmas Feeling Christmas Dinner Christmas Market Christmas White Christmas Decorations Christmas Mood Christmas Food Christmas Dress Christmas Movie Christmas Underwear Christmas Day Christmas Lights Christmas Sweets Christmas Charity Christmas CD Christmas Service Christmas Candles Christmas Merry Christmas Presents Christmas Depression Christmas Rabbit Christmas Cake Christmas Play Christmas Party Christmas Snow Christmas Ritual Christmas Wishlist.


Christmas Hysteria.
Bah. Humbug.

donderdag 27 november 2008

Grafkleur

Hallo lieve blogleeskindertjes,
Om te vieren dat dit het vijftigste berichtje is op deze weblog, heb ik dan eindelijk het langverwachte, ontzettend sombere, doch zeer stijlvolle nieuwe kleurenschema gearrangeerd. Ik hoop dat degenen van jullie die een hekel hebben aan roze dit mooier vinden. En dat de aanhangers van de voormalige zoetheid er ook mee kunnen leven. Waarschijnlijk niet. Het zal vermoedelijk niet lang duren voor ik klachten binnen krijg dat het een grafkleur is. Bespaar het me, alsjeblieft.

Gelukkig heb ik nog een extra argument om deze kleurkeuze te kunnen rechtvaardigen: een donkere pagina kost minder energie dan een lichte. Mijn blog is ecologisch verantwoord. Top that.

maandag 24 november 2008

Pindakaas

Om te beginnen: ik hou helemaal niet van pindakaas. Er zitten namelijk pinda's in. Pindas come from hell, laat dat duidelijk zijn. En pindakaas stinkt. En je kaken gaan ervan aan elkaar plakken. Maar dat terzijde.

Pindakaas is namelijk heel nuttig. Je kunt er kauwgomvlekken mee uit je kleren krijgen. Dan vraag je je natuurlijk af waarom ik kauwgom op mijn kleren smeer, maar dat heeft iemand anders voor mij gedaan, door voornoemde kauwgom op de verwarming te plakken. De verwarming waarop ik mijn kleren wilde drogen. Jawel.
Maar pindakaas is de redder in nood. De grote vetvlekken van de pindakaas leiden je namelijk af van de kauwgom. Probleem opgelost.
En dus vroeg ik Roelof of hij nog maar even een pot voor mij mee wilde nemen, want er zit een groot verschil tussen echte Calve Pindakaas (Hoe groot wil je worden?!) en Peanut Butter.

Enfin, een paar dagen later, ik heb net vers brood gekocht. Toch maar eens even kijken hoe dat ook al weer smaakt, pindakaas. Eerst een klein likje, hmm... niet verkeerd. Een grotere lik. Een, twee, drie in Godsnaam: boterham volledig ondersmeren. Oh, dit smaakt Nederlands! Ach, er kan nog wel een beetje bij... Geen brood met pindakaas, maar pindakaas met brood! Muahahaha!

Dan, een enorme hap! En toen gebeurde het, de vloek der pindakaas. Mijn kaken kleefden aan elkaar, mijn tong plakte vast aan mijn gehemelte, en het brood met pindakaas bleef steken in mijn keel. Ik probeerde me nog te verzetten, hoestend en hulpeloos slikkend. Het was hopeloos.

God straft onmiddelijk.

dinsdag 18 november 2008

Twijfels

Afgelopen weekend was Roelof hier, naar eigen zeggen om mij te redden van alle naarheid van Engeland: het slechte weer, het ongezonde eten en vooral die vreselijke Engelsen. Uiteraard was ik dat allemaal zo veel mogelijk aan het ontkennen. Het weer is al weken best aardig. Het eten went. Als ik maar vaak genoeg ga sporten word ik er ook niet dik van. Engelsen zijn heel aardig. En alle EF-ers zijn heel vriendelijke mensen - geen rijkeluiskindjes die hier komen om feest te vieren en het geld van hun ouders uit te geven.
Aan het eind van het weekend hadden de rollen zich zo ongeveer omgedraaid. Roelof beweerde dat het al bijna weer Kerst was, dat ik straks wel weer afleiding zou vinden en genoeg plezier zou hebben. En ik vond Engeland afschuwelijk, de Engelsen vreemd, de meeste EF-ers stom en oppervlakkig en het eten vreselijk. En ik wilde naar huis. Ik wil naar huis.

Dat is altijd een van de moeilijkste dingen om toe te geven: dat datgene wat je zelf hebt gekozen, geheel op eigen initiatief en zonder druk van wie dan ook, dat datgene nadelen heeft. EF heeft nadelen. Veel zelfs. Oxford heeft nadelen. Engeland heeft nadelen. Heel veel is niet wat ik ervan verwacht of gehoopt had. En soms vraag ik me af of ik wel de juiste keuze gemaakt heb door hier te komen. Of ik mijn tijd, energie en geld niet beter anders had kunnen besteden.

Zulke twijfels mogen natuurlijk niet openlijk toegegeven worden. Als je zelf kritiek hebt op je eigen keuze, dan geef je anderen schot op open doel: die mogen dan ook ongelimiteerd commentaar leveren. En commentaar op jouw keuzes is commentaar op jou.
Dus ben ik wanhopig Oxford blijven verdedigen, met kramp in mij kaken. Ook al werd ik nog zo depressief van de overdadige universiteitsgebouwen, de overdosis fastfoodketens, het verwarrende openbaar vervoer, de Christmas-hysterie, het kant-en-klaar-voedsel in de supermarkten, de exorbitant hoge prijzen voor bijna niks, de strikte scheiding tussen alles wat uitverkoren en universitair is en alles wat stads en gewoon is, en de grauwe Engelse regen op de grauwe Engelse straten. Nu geef ik het maar gewoon op: af en toe vind ik Oxford gewoon een rotstad.

Door dit te zeggen onderscheid ik me eventjes van een aantal van mijn vrienden die hun studiestad tot in de dood trouw blijven en eeuwig de hemel in prijzen. So be it.
Als straks de zon weer gaat schijnen en het zandkleurige steen van alle monumentale gebouwen zijn warme glans weer terugkrijgt, als ik weer een beetje uitgeslapen ben en de kerstvakantie wat dichterbij is gekomen, dan zal ook Oxford wel weer mooi worden.

donderdag 13 november 2008

Amateur Undercover Agent

Ik loop met Dana over straat, pratend en lachend, als een man die voor ons loopt zich ineens omdraait.
"Excuse me, are you following me?" zegt hij, heel ernstig.
"Eh, nee," antwoorden wij, "we zijn op weg naar de supermarkt." We weten eigenlijk wat we er van moeten vinden.
"Ah, dan is het goed," is de reactie. "Ik ben eerder gevolgd, dus het had gekund."
"Zien wij er dan uit als undercover agents?" kan ik niet laten te vragen.
De man bekijkt ons even. "Nee," zegt hij dan, "maar er zijn heel veel amateur undercover agents, hoor. Volgen jullie me echt niet?"
"Nee," zegt Dana. "Wij moeten hier trouwens naar rechts."
"Okay, dan ga ik wel rechtdoor," zegt de man en verdwijnt.

Ik weet wat mijn nieuwe vakantiebaantje gaat worden: amateur undercover agent. Sounds cool.

zaterdag 8 november 2008

Wildlife in Oxford

Toen ik hier net aankwam was ik ontzettend verbaasd over de hoeveelheid grijze eekhoorns die in Oxford leeft. Het lijkt wel een plaag. Als je door het park loopt kan je er zo acht tegelijk zien zitten. Ze rennen achter elkaar aan, vechten en bekogelen jou met kastanjes alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Inmiddels is mijn eekhoornmanie weer een beetje ingezakt. Als je er elke ochtend drie ziet eten uit de prullenbak voor je deur gaat de nieuwigheid er vanzelf wel af. En als je goed naar ze kijkt, zijn het eigenlijk ook alleen maar ratten met dikke staarten. Tja.
Maar Oxford had nog meer dierlijke verrassingen in petto: pas zag ik twee vossen spelen, ongeveer drie meter van de weg af, zonder zich druk te maken om verkeer of voorbijgangers. Het is niet alsof ik hier midden in het centrum woon, maar zo hoog is het countryside-niveau nou ook weer niet!
Mijn verbazing bereikte gisteren zijn hoogtepunt toen ik naar de gym fietste en een paar herten plotseling nonchalant de weg overstaken. Ze negeerden me compleet, hoewel ik nog net niet hard moest remmen om ze te ontwijken.

Andere plaatsen, andere dieren, maar ik had nooit gedacht dat Oxford zoveel wildlife te bieden had. Maar soms komt het dichterbij dan ik eigenlijk zou willen: ik vermoed dat in de koelkast in het keukentje ook heel interessante populaties van iets mysterieus voorkomen.

donderdag 6 november 2008

The Gym

Om eerlijk te zijn heb ik al mijn hele leven iets gehad tegen het fenomeen 'de sportschool'. Tegen fitnessruimten, tegen ingewikkelde trainingsapparaten, halters en alle andere aanverwante zaken. Ik vond het altijd volkomen onzin. Als je wil hardlopen, ga naar buiten. Als je wil fietsen, ga een fietstocht maken. Als je spieren wil, ga een echte sport doen. Of ga opdrukken desnoods.

Helaas heb ik ook hierover mijn mening weer enigzins moeten herzien. Ik ben immers negen maanden lang veroordeeld tot Engels eten - of EF Food zoals ze het hier graag noemen. En hoewel de kwaliteit niet dusdanig hoog is dat ik borden vol naar binnen zou willen schransen, blijft het toch een beetje plakken hier en daar. Die ene broek zit toch net iets strakker dan de vorige keer en elke keer dat ik in de spiegel kijk word ik een tikje ongeruster.
Maar wat eraan te doen? Op zoek naar een plek waar ik verder kan met mijn judolessen? Maar ik heb niet eens een judopak hier. Hardlopen dan? Dat hou ik misschien een week vol, dat weet ik uit ervaring. Push-ups en sit-ups in een hoekje op mijn kamer? Kansloos. En dus bleef er in mijn bijzonder on-inventieve geest maar een optie over: de Brookes University Gym.

Nu huppel ik elke twee dagen ruim een uur daar rond. Ik schaam me bijna om het toe te geven, maar stiekem vind ik het ontzettend leuk. Het rennen op een loopband is natuurlijk vrij saai, maar ik kan wel goed lachen om alle andere mensen die ik daar zo zie. Het zijn allemaal van die typetjes. De patserige jongens met te veel spieren. De magere jongetjes die ook spieren willen, maar eigenlijk niet weten waar ze moeten beginnen. De oudere mannen die nog steeds een strak lijf willen houden. De (iets) te dikke meisjes (waar ik helaas inmiddels bij hoor, I admit it). De veel te magere meisjes. De huisvrouwen. En heel, heel af en toe een normaal, gemiddeld persoon. Maar dat is zeldzaam.

donderdag 30 oktober 2008

Hoogvliegers

Mijn leraar, Jonny, is gek op spelletjes. Elke les komt hij wel met een nieuw semi-educatief spel aan. Vandaag hadden we The Balloon Game: we speelden dat we met zijn allen in een luchtballon zaten, die elk moment neer kon storten als er niet wat mensen uitgegooid zouden worden. Iedereen speelde een historisch persoon. Vervolgens moesten we uitleggen waarom wij het verdienden in de luchtballon te blijven. Heel educatief verantwoord.

Toch bleek het nog best lastig te zijn om een goed, bekend historisch personage te kiezen:
Doenja: "I'm John Lennon!"
Malin: "I'm Walt Disney!"
Fernanda: "I'm Jesus!"
Ik: "I'm Charles Darwin!"
Malin: "Who's that?!"

dinsdag 28 oktober 2008

No More Roommates, Please

Zaterdagavond. "Die is voor jou!" zegt Paloma, als terugkomt van een middagje shoppen. Ze overhandigt me een tasje dat een fietsbel blijkt te bevatten. Niet zomaar een fietsbel, nee, een uitzonderlijk hippe, zwart met een glow in the dark kikkerskeletje. Speciaal uitgezocht voor bij mijn redelijk nieuwe, hippe fiets. Wat lief is mijn roommate-je toch. Ze krijgt een dikke knuffel.
Maar blijkbaar was dat toch niet het eind van het verhaal. Nog geen minuut later staat ze voor me, met haar lieve gezichtje en grote, bruine hertenogen: ze heeft een room change formulier in haar handen. Wat?! denk ik. Het is toch echt zo: ze gaat onze kamer, het luxieuze B7, inruilen inruilen voor het veel luxieuzere R12. En mij voor een stel veel coolere mensen, kan ik niet nalaten te denken.

Zondagochtend. Paloma is haar spullen aan het pakken. Ik lig vanuit mijn bed chagrijnig en onbehulpzaam toe te kijken. Terwijl ze haar kleding in haar koffer propt, word ik steeds geirriteerder. Die slet van de overkant die mijn kamergenootje, mijn Paloma, afpakt! *grumpgrump* En ik word afgekocht met een fietsbel. "Dan kom ik gewoon elke avond langs om je gezelschap te houden..." Ik hoor 'r het nog zeggen. Nou, als je mijn gezelschap zo makkelijk inruilt voor een eigen douche en een prive koelkast, dan hoeft het van mij ook niet meer.

Zondagmiddag. "Ik zou maar niet jaloers zijn." zegt Henriette. "Tis een rotzooi in die kamer en alles stinkt naar eten, vanwege die koelkast." Ik heb me ook al weer een beetje over mijn teleurstelling heengezet. Wie weet heb ik nu wel een kamer voor mezelf tot Kerst! Wat een rust, ruimte en luxe! Eindelijk kan ik naar bed en opstaan wanneer ik wil, rotzooi maken als ik daar zin in heb, het hele bureau voor mezelf opeisen en ook de hele kledingkast. Ik besluit dit heugelijke feit te vieren door mijn beddengoed te gaan wassen en daarbij alles door de hele kamer te gooien.
Maar als ik zo halverwege de dag een keer mijn kamer binnenloop, spat mijn glorieuze droom van privacy aan stukken. Er staat een piepklein meisje, omringd door koffers - en mijn beddengoed. Ze kijkt nerveus om zich heen.
Ik weet niet wat ik het eerst moet doen: de rotzooi opruimen of me voorstellen. Dus doe ik het beiden door elkaar, zodat ze er niks van snapt en me nog banger dan eerst aankijkt. Ik weet zelf ook niet zo goed wat ik hier mee aanmoet, dus maak ik me maar weer snel uit de voeten. Ik had toch een afspraak.

Als ik een uurtje later terugkom, vind ik het volgende briefje op mijn tafel:
Hey,
Sorry, but I change my room but I'm delighted to meet you.
See you later!
Sorry for my English!

Blijkt dat ze vanwege een ziekte aan haar benen niet in het bovenste bed kan slapen. Ach, ze zou toch maar tien dagen blijven. We hadden van bed kunnen ruilen, maar gezien ze nu al vertrokken is, laat ik het er maar bij zitten.
En dus heb ik weer een kamer voor mezelf. Maar elke keer als ik nu mijn deur opendoe ben ik weer bang dat er ineens iemand is. Ik vind het niet erg om een kamer te delen, maar ik wil wel graag weten waar ik aan toe ben. En op dit moment ben ik toe aan wat privacy. No more roommates, please.

dinsdag 21 oktober 2008

The Art of Pronunciation

Leraar: "Just say it: wrap."
Koreaan: "Laugh"
Leraar: "No, not laugh, wrap! Again."
Koreaan: "Laugh"
Leraar: "Wrap"
Koreaan: "Laugh"
Leraar: "Wrap. Wait.. Say: Wrrr.."
Koreaan: "Wrrr.."
Leraar: "Very good! Now say: p."
Koreaan: "P."
Leraar: "Perfect! Now put it toghether: wrap!"
Koreaan: "Laugh..."

maandag 20 oktober 2008

Het Aanvullen der Voorraden

Deze week heb ik mijn eerste bezoek uit Nederland, namelijk mijn moeder en mijn broertje. Een weekje komen ze genieten van de schoonheid van Oxford, het geweldige weer, de overheerlijke Engelse keuken en het goedkope leven hier. En natuurlijk ook van mijn onovertroffen gezelschap, dat ze al ruim drie weken hebben moeten missen. Mooi, eindelijk krijg ik weer mama-knuffels en mag ik Daan weer rond commanderen. Dat had ik gemist.

Een prettige bijkomstigheid was dat ze mijn voorraden even konden aanvullen: extra winterkleding, mijn eigen vertrouwde tandpasta en natuurlijk wat oer-Nederlandse producten die ik echt niet kan missen. "Help Eva de winter door", zoiets. Om te zorgen dat ik precies kreeg wat ik hebben wilde, had ik een prachtig lijstje opgesteld: tot in detail had ik beschreven welke t-shirts, schoenen en handdoeken mee moesten. Vervolgens de hele waslijst opgestuurd. En dan maar hopen snel beschikking te hebben over al die spullen die ik zelf niet mee kon nemen gezien het limiet van twintig kilo bagage bij mijn vliegreisje.

"Ja," zei mijn moeder niet veel later, "ik heb je spullen alvast ingepakt. Het is 19,5 kilo in totaal."
Ik viel bijna van mijn stoel van schrik: "Nee, dat kan echt niet! Haal er maar het een en ander uit. Eigenlijk heb ik al die kleren ook helemaal niet nodig!" Want, dacht ik, hoe krijg ik dat ooit weer mee naar huis later..? Dan heb ik in totaal veertig kilo bagage. Dat gaat een fortuin kosten.
"Nee, nu heb ik het al ingepakt hoor. Je doet het er maar mee!" was de reactie.
Mijn angst was niet geheel ongegrond: toen ik mijn familie op ging pikken van het busstation, bleek dat ze een klein tasje hadden met eigen kleding, "En dat is allemaal van jou!" met een gebaar naar een gigantische reistas. Slik.

Maar toen had ik de inhoud van die tas nog niet gezien: een klein hoopje kleding en wat handdoeken, en verder twee kilo pepernoten, een kilo drop, anderhalve kilo appels, een pak speculaasbrokken, een verzameling theezakjes, een halve bibliotheek en een flinke hoeveelheid toiletspullen. Kijk, daar weet ik nou wel weg mee!

vrijdag 17 oktober 2008

English Food: Lang Leve de Cereals

De Engelse keuken staat over het algemeen bekend als slecht, dat weet iedereen. Nu heb ik het twijfelachtige genoegen niet blootgesteld te worden aan echt Engels eten, maar aan het zogenaamde 'EF Food'. Dat bestaat niet compleet uit 'bacon & eggs' of 'fish & chips', maar uit veel andere dubieuze dingen...

Iets wat we hier krijgen wat wel typisch Engels is - of misschien wel tweedehands Amerikaans, ik wil niet eens weten wie deze naarheid bedacht heeft - zijn de Cereals. Engelsen lijken een obsessie te hebben met Cereals. In de supermarkt worden vele kubieke meters stellingruimte erdoor ingenomen. De hoeveelheid verschillende soorten is gigantisch en allemaal prijzen ze zichzelf aan als het lekkerst, gezondst, verantwoordst, en blablabla. Ook van de televisie zijn ze niet weg te denken: ik ken inmiddels wel drie verschillende commercials met dozen Cereals die hardloopwedstrijden houden met elkaar. En dat terwijl elk weldenkend mens weet dat die dingen helemaal niet gezond zijn. Ze bevatten alleen maar suiker, suiker en nog een suiker. But who cares?

Omdat ik mij toch maar eens moest gaan inleven in de Engelse (eet)cultuur, heb ik een klein vergelijkendwarenonderzoekje gedaan naar de Cereals die we bij EF voorgezet krijgen. Het heeft me een aantal deprimerende ontbijtjes opgeleverd, maar je moet er toch iets voor over hebben. Zie hier mijn vernietegend oordeel:
Cocopops: snoep, gewoon snoep. Wel lekker, maar ik vermoed dat het je op lange termijn fataal kan worden. Als je dan toch chocola wil, ga dan gewoon voor de Cadbury's
Crunchy Nuts: meer snoep, maar dan met nare stukjes pinda. Iedereen weet natuurlijk dat pinda, melk en honing een topcombinatie is.
Frosties: valt ook binnen de categorie snoep. Je ziet de hele suikerkorrels zitten.
Kellogg's Original: de goede oude cornflakes, die het nu massaal afleggen tegen de commerciele troep. Inmiddels verdwenen uit het EF assortiment.
Kellogg's Special K: ik meen me te herinneren dat dit goed was voor de lijn, maar het bevat percentueel bijna net zoveel suiker als de rest. Daarom hebben ze maar gewoon tien gram minder in elk portiepakje gestopt.
Weetabix: als je je dag slecht wil beginnen, begin dan hiermee. De verpakking mag dan wel beweren dat het supergezond is, maar sommige dingen wil je jezelf gewoon niet aandoen.
Bran Flakes: wat mij betreft nog het beste. Het proeft als iets normaals en zolang je niet naar het tabelletje met voedingswaarden kijkt, kun je zelfs geloven dat je gezond bezig bent.

Om kort te gaan: it's not my cup of tea, really. Ik zou bijna terug gaan verlangen naar die eeuwige muesli van thuis.

donderdag 9 oktober 2008

Wasdag (Deel 2)

En, zoals dat altijd gaat, brak de Dag des Onheils ooit aan. Woensdag was ontkomen niet meer mogelijk: wassen, nu of nooit. En dus stonden Matthijs, Pieter Bas en ik rond een uur of half drie in de 'laundry', zakken met vuile broeken, shirts, sokken en ondergoed op onze rug, wasmiddel in de hand.

"Waarom heb jij zo weinig?" zegt Matthijs verbaasd. Zijn blik gaat van zijn eigen waszak naar de mijne.
"Ik... eh... ben heel zuinig geweest," reageer ik voorzichtig. Hopelijk wek ik nu niet de indruk dat ik bijzonder onhygiënisch ben. "En," voeg ik er, ietwat triomfantelijk, aan toe, "mijn ondergoed is veel kleiner dan dat van jou."
Die uitleg lijkt te voldoen. Er zijn immers belangrijkere dingen op dit moment. "Zwart, is dat kleur?" vraagt Pieter. Ja, eigenlijk weten we geen van allen precies hoe dit werkt. Een shirt met lichtblauwe strepen, kan je dat veilig wassen samen met een roze boxershort? En hoe zit het met gifgroene handdoeken en nieuwe spijkerbroeken?

Uiteindelijk besluiten we alles maar gewoon in twee wasmachines te duwen en niet te veel na te denken. Maar we hebben het nog niet besloten of het volgende probleem dient zich aan: het wasprogramma. Bright colours of Colours? Woolen, knitwear, permanent press? Wat?!
Als de was dan uiteindelijk opgestart is - "Twee pond voor een half uur, wat een afzetters!" - besluiten we uit voorzorg maar een vinger aan de pols te houden. Boekje erbij en wachten tot het leed geleden is.
Ongeveer een half uur en vele angstige momenten later kan het deurtje van de magic box dan uiteindelijk weer open. De jongens besluiten hun kleding ook nog in de droger te duwen, maar ik durf dat niet aan: ik kan het me niet veroorloven een spijkerbroek te laten krimpen, met al dat Engelse eten. Terwijl zij hun sokken bij elkaar graaien probeer ik mijn spullen er tussenuit te vissen en maak ik me uit de voeten naar mijn kamer.

Mijn roommate droogt haar spullen ook altijd over de verwarming, dus ik kan dat ook, redeneer ik. Helaas heb ik toch wat meer nattigheid mee dan ik dacht en al snel is de hele kamer veranderd in een drooghok. Als alles hangt, inclusief een paar eenzame en een paar onbekende sokken, kan de verwarming op zes. Lang leve de sauna.

Niet veel later staat Matthijs voor de deur. In zijn hand houdt hij een klein zwart stukje stof. "Is deze van jou?" vraagt hij, zijn hoofd een beetje schuin.
Met een gloeiend gezicht gris ik mijn string uit zijn hand. "Dankje..."

Cheers to another awkward moment.

dinsdag 7 oktober 2008

Wasdag

Ik kan de conclusie een week voor me uitschuiven, twee weken, een maand misschien als ik echt mijn best zou doen. Maar eens moet het kwartje toch vallen: in mijn enorme Eastpack reistas zit niet genoeg kleding voor negen maanden. Ik kan nog zo mijn best doen om de boel netjes en schoon te houden, maar er zijn dingen die de basisregels van hygiëne niet toestaan. En negen maanden niet wassen is er een van.

Het feit alleen al dat ik dit overwogen heb, geeft misschien het idee dat er iets grondig mis is gegaan tijdens mijn opvoeding. Dat loopt wel los vermoed ik. Sterker nog, ik ben *ahum* uitstekend op de hoogte van alle ins en outs van het wassen van kleding. Ik ben me er met name heel goed van bewust wat er allemaal mis kan gaan: licht-roze sokken, gekrompen shirts, verwassen truien... En dan moet ik mijn geliefde kleding over gaan leveren aan een wildvreemde wasmachine en - erger nog- een droger?

Gelukkig ben ik niet de enige hier die moeite heeft met dit idee. Vandaar dat ik nu probeer met mensen was-genootschappen te organiseren: "Zullen we gezellig samen de was gaan doen en dan elkaars handje vasthouden? Want ik durf het niet alleen." "Morgen?" "Oke, dan."
Maar als morgen eenmaal is aangebroken is er altijd wel een excuus. "Zullen we het dan maar maandag doen?" "Ja, prima."
En op maandag: "Sorry, ik heb vandaag geen tijd. En morgen ook niet. Woensdag dan maar?" "Beter, dan kan deze broek er ook bij.

En zo schuiven wij de was vrolijk voor ons uit. Misschien zal ik eindelijk eens uit mijn ontkenningsfase ontwaken tegen de tijd dat ik niks meer heb om aan te trekken. Het wasmiddel - zelf gekocht - grijnst mij al onheilspellend toe van bovenop mijn kledingkast.

To be continued.

zondag 5 oktober 2008

Foto Tour

Inmiddels woon ik al weer een ruim week in Oxford. Het begint wat te wennen allemaal. Mijn kamer, de gebouwen en openbare ruimtes op het schoolterrein, de douche, mijn bed. Het is het kleine laagje vertrouwdheid wat na een tijdje neerdaalt op alle plekken waar ik regelmatig kom. Het verdoezelt de details en maakt van de dingen een geheel. Het zegt: “Dit ken ik, zo hoort het.” Een prettig gevoel.

Omdat andere mensen het misschien ook wel leuk vinden om iets te zien van die dingen waar ik dagelijks met mijn neus bovenop zit, dacht ik dat het misschien leuk zou zijn wat foto’s te showen. Omdat de pagina wat traag zou gaan laden als ik alle foto’s gewoon hier neer zou zetten, maak ik gebruik van links. (Helaas Luuk, je zal het moeten doen met de enorme hoeveelheid roze.) Het verhaaltje is misschien een beetje hetzelfde als het vorige, maar het gaat uiteindelijk ook om de foto’s, moet je maar denken.

Het schoolterrein van EF ligt aan een hobbelig zijstraatje van een vrij grote weg. Als je over het parkeerterreintje bent gelopen en langs de tafeltennistafel, kom je bij de poort. Daarachter ligt een grasveldje met bomen, waaraan eekhoorns groeien. Eromheen liggen het schoolgebouw, het activiteitengebouw en de residentiegebouwen. Het activiteitengebouw heeft, zoals ik al zei, ook een fitnessruimte, maar die is nog niet open. De lounge gelukkig wel. Daar genieten we met volle teugen van, met name vanwege de pooltafel. Er moet alleen nog een oplossing gevonden voor de grote hoeveelheden Spanjaarden (te luidruchtig) en Aziaten (te goed in poolen). Verder hebben we nog het cafetaria, waar we ons eten krijgen (ontbijt en diner, wisselende kwaliteit).

Er zijn in totaal drie residentiegebouwen. Het mijne heet Blackwell. Ik heb een kamer op de begane grond. Mijn roommate heet Paloma, ze komt uit Spanje, is 21 en erg lief. Foto volgt. Haar laptop is minder lief, maar ik denk dat we het ding binnenkort toch wel uit het raam zullen gooien. Afgezien van voornoemde kamergenoot, gevat het hok ook nog een wastafel, een kledingkast, een kast met laden waarin ik onder andere mijn etensvoorraad bewaar - ik ben zelf ook net een eekhoorn soms - en een tafeltje waaraan ik mijn huiswerk maak. Oh, en ik zou bijna het bed vergeten. Het onderste is van mij. Als ik me omdraai kraakt het alsof… Nee, ik ga me niet aan een vergelijking wagen hier.

Tot zover deze foto-rondleiding. Mogelijk volgt er later meer.

zondag 28 september 2008

Vooroordelen

Ik had vrijdag een amusante conversatie met twee Franse jongens, tijdens het maken van onze Placement Test.

Eerste jongen: "So... Where are you from?
Ik: "From the Netherlands."
Eerste jongen: "?"
Ik: "You know, Holland!"
Tweede jongen: "Oh!" *hij maakt het typische blowgebaartje*

Zo zie je maar: vooroordelen bestaan echt.

zaterdag 27 september 2008

Het Eerste Nieuws Uit Oxford

Oxford, het bestaat dus echt. Het is niet een soort sprookje, waanbeeld, belofte van het beloofde land. Het bestaat echt en het is echt zo mooi als gezegd wordt.

En ik ben daar nu. In mijn eentje op het moment, alleen op een kamertje met daarin wat basisbehoeften en mijn onuitgepakte tas. Het is allemaal nog wat onwennig, het is allemaal nog niet thuis.
Dat kamertje van mij ligt in een gebouw met nog ongeveer 19 vergelijkbare kamers. Het gebouw staat op een terrein met, naast twee vergelijkbare residentiegebouwen, ook een schoolgebouw en een activiteitengebouw (met fitnessruimte, jawel!). Alles is relatief klein, voor mijn gevoel. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er ruim 400 mensen hier lessen volgen. Het komt allemaal relatief besloten over. De gebouwen worden omringd door hoge bomen vol herfstgekleurde bladeren en een enorme hoeveelheid vreemde, grijze eekhoorns.
Vanaf het terrein loopt er een hobbelige weg richting bewoonde wereld. Het is dan nog ongeveer 20 minuten lopen tot het centrum van Oxford. maar dan zit je ook gelijk midden tussen de universiteitsgebouwen, musea, monumenten en gezellige eeuwenoude pubs. Ja, dit zou zo in een vakantiefoldertje kunnen, maar het is echt zo.

Wat betreft de mensen hier: die zijn leuk. Het zijn er een heleboel voor mijn gevoel, en ze komen vanuit alle delen van de wereld. Er zijn hier mensen te vinden van 50 verschillende nationaliteiten, heb ik gehoord. Dat laten ze duidelijk merken ook, want de hoeveelheid talen waarmee ik hier overspoeld word is werkelijk enorm. Wat nou, alleen Engels?!
Gelukkig is iedereen nu ook wel gericht op het maken van vrienden. Hoewel ik me, zoals vrijwel iedereen, eerst het meest op mijn taalgenoten richtte, maak ik nu ook kennis met anderen. Eerst nog wat voorzichtig, met pogingen tot correct Engels. Daarna gaan de reserves overboord: zolang ze je maar begrijpen, toch?

Dat is duidelijk niet helemaal de doelstelling van deze school: wederzijds begrip is leuk, maar liefst wel op een beschaafde, grammaticaal correcte manier. Vandaar dat komende maandag mijn lessen echt beginnen. Gisteren hadden we een test om ons niveau te bepalen. Schokkend genoeg ben ik in niveau zeven beland, van de acht die er zijn. Dat leverde een hoop verbazing op, onder andere van mijzelf: wie zou nou verwachten dat dat rare meisje met haar gebroken Engels zo hoog eindigt? Het leven is oneerlijk, hoor. Hopelijk eindig ik hier niet weer als het zogenaamd beste meisje van de klas, ik heb het namelijk wel een beetje gehad met die rol. Toch schijnt het een beetje mijn lot te zijn, ook al had ik het deze keer echt niet zien aankomen.
Ik start met gewone basislessen met daarnaast een keuzevak: reading & writing for pleasure, in mijn geval. Als het goed is krijg ik er snel nog een keuzevak bij, of dat hoop ik tenminste. Ik wilde namelijk ook graag British Literature en iets met Social Conversation. Wat ik er nog wel bij heb gekregen is een soort online cursusje Medical English (jaja, Roelof, echt!).

Wat betreft het missen van thuis en de mensen thuis: ja, ik mis jullie. Ik mis mijn ouders, mijn broertje, Roelof, Eveline, Luuk, mijn andere vrienden, mijn collega's van de Albert Heijn. Gelukkig geven ze me hier geen tijd om na te denken. Missen moet de ruimte en de tijd krijgen, voor het echt effect kan hebben. Dat komt nog wel.

woensdag 24 september 2008

Het Laatste Nieuws Uit Haarlem

Zoals iedereen inmiddels wel weet is morgen de 'grote dag' waarop ik Haarlem tijdelijk in ga ruilen voor Oxford. Maar niet getreurd: mijn laptop gaat mee en ik blijf vrolijk verder bloggen. Tenminste, dat hoop ik. Het is mijn bedoeling hier het officiële verslag van mijn belevenissen te schrijven, voor wie het lezen wil. Reacties zijn - meer dan ooit - welkom.

Inmiddels heb ik ook eindelijk mijn tas ingepakt. Dat was nogal wat gepuzzel (waarbij ik gelukkig veel hulp gehad heb). Het grootste probleem was niet de maat van de tas, maar het gewicht: het is niet makkelijk onder de twintig kilo te blijven als je zo'n tijd weggaat. Het leek er even op dat het prachtige A4tjes-boek dat ik van mijn familie en vrienden heb gehad, het veld zou moeten ruimen! Gelukkig bestaat er nog zoiets als handbagage. Ook al sjouw ik mezelf een hernia, sommige dingen moeten gewoon mee.

Ik wil trouwens even van de gelegenheid gebruik maken om iedereen die afgelopen zaterdag op mijn afscheids-High-Tea was te bedanken. Ik vond het erg gezellig en ik was heel blij dat jullie er allemaal waren. Als ik in juni terugkom, zullen we dan een welkomstfeest houden met Hollandse kaas, aardappelen, tulpen en klompen?

donderdag 18 september 2008

Drank maakt (niet?) gelukkig

Een collega van me komt na zijn werktijd bij me aan de kassa met een aanzienlijke hoeveelheid drank.

Ikke: "Feestje?"
Hij: "Ehh, ja."
Hij rekent af.
Ikke, oprecht: "Nou, maak er een leuke avond van!"
Hij, verbaasd: "Zoveel drank heb ik toch niet?!"

maandag 15 september 2008

9 Maanden

Beslissingen nemen over de verre toekomst, dat is eigenlijk best makkelijk. En voor iemand die zo kortzichtig is als ik, is alles verder weg dan drie maanden uiteraard 'de verre toekomst'. Zeggen dat je over zeven maanden in Engeland gaat wonen voelt dan bijna hetzelfde als zeggen dat je later kinderen wilt.

Dat het niet hetzelfde ís, is me inmiddels wel duidelijk. Zeven maanden is niks, noppes. Het is voorbij voor je het weet. Het ene moment verkeerde ik in de veronderstelling dat ik hier nog alle tijd had om te genieten van alles wat ik heb, alles waarvan ik houd. Het volgende moment sta ik ineens met mijn vliegticket in mijn handen. Nog tien dagen en dan is het zo ver.

En dan? Verder heb ik nog niet gedacht. Als zeven maanden al de eeuwigheid lijkt, dan is negen al helemaal niet te overzien. Negen maanden! Ik kan een kind krijgen in die tijd! (Er is ook gesuggereerd dat dit me waarschijnlijk wel zal gebeuren, maar ik had nog geen plannen, dank u.) Hoe dan ook, negen maanden buitenland, dat is bijna hetzelfde als emigreren.

Ik weet eigenlijk niet goed wat ik hier nu helemaal mee wil zeggen. Feit is dat de tijd in de war raakt, maar dat ik nog veel meer in de war raak. Ik word heen en weer geslingerd tussen allerlei gevoelens van willen blijven en weg willen, van niet en wel, van hoop en van angst voor wat er komen gaat. Gelukkig maakt het weinig uit wat ik voel. De tijd is toch niet stil te zetten.

maandag 8 september 2008

Dinges

Weetjeweetjeweetje... Wat ik nou eigenlijk wel eens kwijt wil... Die, eh... die dingessen. Je snapt het: als je-weet-wel heb je van die dingen en als je niet wil dat die compleet gaan dingessen moet je ze in een dinges dingessen. Maar die dingessen dus, daar zit het probleem. Ik heb er een tijdje geleden een aantal gedingest, maar een van die dingessen is nu al helemaal hoe-heet-t. Het is zo'n dinges met z'n frutsel aan de verkeerde kant enzo, als je begrijpt wat ik bedoel. Maar die is écht helemaal verdingest. Nu heeftie de neiging om te gaan dingessen en dat is balen, want dan komt alle stuff eruit gedingest. Als je dan toevallig.. eh... niet hoe-noem-je-dat bent ofzo, dan kan je het natuurlijk moeilijk even gaan fixen, dat is niet je-weet-wel. Maar gewoon laten dingessen is ook geen optie. En dat is echt balen.

Wie mij kan vertellen over welke dinges ik zojuist gedingest heb, krijgt van mij een hele rol spul met echte dingetjes.

maandag 1 september 2008

Vleiend

Als ik mensen vertel dat ik bij de Appie achter de kassa zit, vragen ze vaak of ik niet veel lastige en chagrijnige klanten krijg. Laat het volgende voorbeeld je ervan overtuigen dat zelfs caissières waardering krijgen voor hun werk.

Ik: "Dat wordt dan vijfentwintig euro en vijfentwintig cent."
Klant: "Wat?"
Ik: "Vijfentwintig euro en vijfentwintig cent."
Klant *komt dichterbij*: "One more time please..."
Ik: "Twenty-five euro and twenty-five cent, please."
Klant: "Sorry, I was just teasing you. But you said it so beautifully."

vrijdag 29 augustus 2008

Nood Boek

Omdat ik zo'n geweldige dochter ben (gehoorzaam, ijverig, lief en slim) hebben mijn ouders besloten mij een laptop cadeau te doen. Mijn vader heeft hem voor me uitgezocht en opgefluft met mooie extra's. Mijn moeder heeft haar onmisbare goedkeuring gegeven. Alles wat ik hoefde te doen was met open mond kijken naar dit absurde staaltje van ouderlijke gulheid. Want het is niet zomaar een laptop, het is een hele mooie: meer flitsende functies en ' gadgets' dan ik kan bedenken, snel, stevig, ergonomisch vormgegeven en tegelijk mooi om te zien.
Twee weken geleden arriveerde het wonderlijke stukje techniek. Dat was veel eerder dan de geschatte levertijd, dus ik was aangenaam verrast. Na met trillende vingers de doos geopend te hebben, kon ik 'm dan eindelijk vasthouden.

Toen begonnen de problemen. Ik heb meerdere minuten vergeefs zitten prutsen omdat ik er van overtuigd was dat het ding aan de andere, verkeerde kant opengeklapt moest worden. Vervolgens druk gezocht naar het 'aan'-knopje. Met een zacht gezoem startte de laptop op, klaar om zijn nieuwe baasje te begroeten met een zacht twinkelend geluidje. Maar dan, de grote teleurstelling: het ding knipperde meewarig met zijn webcam-oogje, maakte een afkeurend geluid met zijn CD-lade. Een diepe zucht. Gewogen, maar te licht bevonden.

Zodoende probeer ik nu dus vriendjes te worden met mijn laptop. Ik verwen hem met met lieve USB-stickjes en een schattig draagbaar muisje. Ik was altijd mijn handen voor ik zijn prachtige toetsenbord aanraak. Ik stof hem dagelijks af. Maar paaien kan ik 'm niet: al na de eerste indruk heeft hij besloten dat hij te goed is voor mij. Het feit dat ik hem in een melige bui Nood Boek heb gedoopt, heeft daar ongetwijfeld aan bijgedragen.
Hoe dan ook, een minachtende blik is alles wat ik kan krijgen. Hij geniet ervan me keer op keer in te wrijven dat ik noch met zijn hardware, noch met zijn software om kan gaan. Verder pest hij me door mijn cd's in te slikken, niet te reageren op de afstandsbediening en de USB-receiver van de muis te verstoppen. De vingerafdruklezer - het digitale kersje op de slagroom - werkt al helemaal niet.

Soms, als ik in bed lig, kan ik hem haast horen fluisteren: "Waarom ben ik niet van een zakenman, en gamer, een informaticastudent..? Het zou verboden moeten worden dat digibeten in het bezit komen van hoogwaardige laptops zoals ik..."

maandag 25 augustus 2008

Why?

Many peoples shine themselves off to question, why I off plan am to Oxford to go for lessens English. Honest said, know I it self also not. My English is all violent, almost fluid selfs. English grammar, gaming and outspeech know no secrets for me. I am also very good on the height of English outpressings and idiom. Why should I lessens necessary have? God may it know. Maybe can I other students help, that not as slim and talented are as I.

woensdag 20 augustus 2008

Awkward Moment

Moeder: "Je was laat thuis gisteren."
Dochter: "Ja, mama."
Moeder: "Ik hoorde jullie om drie uur nog praten."
Dochter: "Sorry, mama, we zullen voortaan zachter praten."
Moeder: "Aan het gekraak van je bed kan je zeker niks doen, hè?"
Dochter: ... *perplex*

vrijdag 15 augustus 2008

Tips voor de Aankomende Postbode

Sinds eind juni sloof ik mij uit met wel een zeer flitsend bijbaantje: ik bezorg post. Daarin word ik moedig bijgestaan door huisgenoten C en D. Laat hun bijdrage vooral niet vergeten worden. Maar hoewel ik uiteraard het liefst hén voor mijn karretje span, heb ik inmiddels vaak genoeg zelf het werk gedaan om te beseffen dat post rondbrengen méér is dan van deur naar deur lopen en dingen door smalle spleten schuiven. Vandaar dat ik hier wat tips neerzet voor mensen die overwegen in mijn voetsporen te treden (mochten die er zijn).

Tip 1: Doe het niet.
Bezin, voordat het te laat is. Het betaalt slecht en kost altijd meer tijd dan je denkt. Mocht je nog steeds de neiging voelen op een advertentie van Sandd, TNT, SelectMail of een ander duivels postbedrijf te reageren, denk dan aan één van de volgende dingen: te kleine brievenbussen, bijtende honden, stromende regen, kilo's onzinnige folders waar je niemand een plezier mee doet. Nog steeds zin?

Tip 2: Pas op voor bijtende brievenbussen.
Jawel, die bestaan. Je steekt je hand naar binnen en voor je het weet slaat de klep met flinke kracht dicht op je vingers. Alsof er een veer achter zit (dit is waarschijnlijk ook het geval). Draag ook nooit ringen tijden het post bezorgen. Wanneer je dit toch doet, kost het je in een gunstig geval een ring, in een minder gunstig geval een vinger.

Tip 3: Pas op voor gecamoufleerde brievenbussen.
Het lijkt erop alsof mensen hun post werkelijk niet willen hebben, anders hadden ze nooit zo veel moeite gedaan hun brievenbussen op zulke slinkse wijzen te verstoppen. Vooral de groene postbusjes die half overgroeid zijn door rozenstruiken en klimplanten zijn sneaky. Evenals de doorns van voornoemde rozen.

Tip 4: Reken af met je vijanden.
En hiermee doel ik op de honden die al beginnen te blaffen voor je ook maar de voortuin bent ingelopen. Reken met hen af, voor ze met jou afrekenen. De beste manier is om op het juiste moment een zwaar poststuk met grote kracht door de brievenbus te lanceren. De dikke, gebonden catalogi van Otto en Neckermann lenen zich hier uitstekend voor. Wanneer het blaffen overgaat in gesmoord gepiep of totale stilte, is de operatie geslaagd.

Tip 5: Roep hulp in.
Aan je eigenlijke collega's heb je uiteraard niets, dus zorg voor één of meer hulpjes. Dit is niet alleen handig tijdens vakantie of ziekte, het is ook een hele steun in de rug. En gedeelde smart is halve smart.

woensdag 13 augustus 2008

Blog Revival

En ja, opnieuw was deze blog bijna een zachte dood gestorven. Hoewel, het is maar wat je zacht noemt: gewoon van t ene op het andere moment verwaarloosd en vergeten worden. Ik kreeg hier en daar zelfs een klacht binnen! "Waarom schrijf je niet weer 'ns wat? Dan kan ik wat van je lezen als ik thuis kom." Wie dat zei, laat zich raden.

Ik kreeg echter ook een hele andere reactie, toen ik vertelde over de moeite die het me kosten dit ziekelijke troetelkindje in leven te houden: "Waarom stop je er niet gewoon mee? Schrijf voor jezelf en zet het gewoon niet online." Precies volgens het devies dat maandenlang de ondertitel van de blog vormde.

Ja, lieve lezers, wat moet ik daar nu mee? Natuurlijk heb ik mijn keuze al gemaakt. Dat blijkt ook al uit het feit dat het eerder genoemde devies inmiddels is verdwenen. Ik ga dus nogmaals proberen jullie een beetje te entertainen hier. Deels omdat ik het niet kan verdragen mijn blog na een half jaar alweer tot digitaal stof te laten wederkeren, deels omdat ik denk dat er misschien wat meer interesse ontstaat, als ik straks eenmaal in Oxford woon. (Ja, wat ver weg is, is goed, hè.)

Om wat extra motivatie te creëren heb ik de boel wat opgefluft. De nieuwe kleur (geen klachten a.u.b.) valt natuurlijk gelijk op, maar let ook even op het nieuwe welkomstbericht en de indeling in categorieën, waar ik zo lang over heb zitten piekeren. Hopelijk maakt dat de boel tijdelijk wat interessanter. Enjoy!

dinsdag 24 juni 2008

Welpieleed

Je zal maar een Welpie zijn. Ten eerste ben je dan een slap aftreksel van een groot succes. Een groot succes met een bittere nasmaak weliswaar: iedereen weet hoe de Wuppies zijn geëindigd. Maar goed, je doet je best. Je zet je vrolijkste glimlach op, je neemt een gewaagd kapsel en já: je wordt geaccepteerd. Sterker nog: je wordt verheven tot symbool van nationale eenheid.

De prijs die je daarvoor betaalt, is hoog: dagenlang sier je motorkappen en fietsbellen. Brandende zon of stromende regen, het doet er niet toe. Je wordt geplet onder massa's boodschappen, je laat aan je plukken en frutselen door plakkerige kinderhandjes. Het is het allemaal waard: je wordt toegejuicht, er wordt om je gevochten, er wordt zelfs een echt lied voor je gecomponeerd. Je bent in de zevende hemel, je bent ereburger van Nederland.

Helaas, aan al dat geluk moet een einde komen. En op wie wordt de frustratie afgereageerd? Niet op de verliezers, niet op de winnaars. Op jou. Wie hoog vliegt, kan diep vallen. Er wordt op je gescholden: "Ja, die kutwelpen hoef ik nouw ook nie meer!". Je belandt in de vuilnisbak, in het gunstigste geval. In een minder gunstig geval word je vertrapt, overreden, ritueel verbrand.

Dus, lieve mensen, verplaats u eens in die arme Welpies. Laat hun smekende glimlach uw hart verwarmen. Bedenk dat zij er ook niets aan kunnen doen. Ondergetekende leidt een Rusthuis voor Afgedankte Welpen. Laat uw gedachten daar eens over gaan.

maandag 16 juni 2008

Vadertje-en-moedertje

Iedereen heeft zo zijn vakantiebezigheden. De één leert kiten of surfen, de ander gaat naar Amerika, de volgende neemt een full-time baan. En ik, ik speel vadertje-en-moedertje. Een betaalde vorm van vadertje-en-moedertje welliswaar, en het grootste deel van de tijd zonder vadertje. Een parttime vader (m/v) is overigens altijd welkom.

Het zit zo: mijn moeder is op vakantie, mijn vader werkt, en ik pas op mijn broertje van negen, die nog naar school moet. Dat betekent vooral heel veel brengen en halen, van en naar school en sportlessen, toneelattributen meeslepen, voorstellingen bijwonen, boodschappen doen, koken, huisdieren verzorgen, proberen de boel schoon en leefbaar te houden en God weet wat nog meer.

Ik vind het leuk. Nu school klaar, over en afgelopen is heb ik toch iets nodig om mijn dagen te vullen. En dit is een prachtig spelletje. Ik leef me helemaal in: op de juiste tijd van huis gaan, de goede boodschappen halen, misschien zelfs al voor de volgende dag, voldoende amusement voor Daan organiseren, geïnteresseerd zijn, overal aan denken. Het is wachten op het moment dat hij zich verspreekt en 'mama' tegen me zegt.

dinsdag 13 mei 2008

Moeders

Voor moederdag. Nee, eigenlijk niet voor moederdag, want dat is een commerciële feestdag, die (net als alle andere commerciële feestdagen) gehaat en geboycot dient te worden. Voor niet-moederdag dan. En expres twee dagen te laat.

Moeders zijn vreemde wezens. Ouders zijn in het algemeen een beetje raar, maar moeders zijn het ergst. Vrijwel alles wat ze doen is 'voor je eigen bestwil'. Ook al zie je dat zelf maar in maximaal 50% van de gevallen in.

Moeders zijn ook onvoorspelbaar. De ene keer is vijf minuten te laat zijn een groot probleem. Maar het kan ook zo zijn dat je een uur te laat thuis komt, vrezend voor je leven en licht aangeschoten bovendien, en dat de eerste vraag is of je ook een wijntje meedrinkt in de tuin. Ja, zo gaat dat soms met moeders. Er is geen peil op te trekken.

Wat bij sommige moeders ook nog wel eens voorkomt is het idee dat ze alleen maar bestaan om schoon te maken, eten te koken, kleren te wassen, kamers op te ruimen, te halen, te brengen, thee op tafel te zetten, etc. De moderne, carrièremakende moeder zal daar vast geen last van hebben, maar bij de meer traditionele moeder-moeder is het vaak te zien.

En leg als kind dan maar eens uit dat je die kleren níét op de grond hebt gegooid met het idee dat zij ze wel voor je weghaalt, dat je de afwas níét voor haar hebt laten staan en dat je níét van plan was haar je kamer te laten opruimen waarin je voor de zoveelste keer een enorme hut hebt gebouwd van alle meubelstukken die in huis te vinden waren. Dat wilde je allemaal zelf doen. Later. Te laat.

Toen ik een klein meisje was - ik bedoel, een kleiner meisje dan ik nu ben - heb ik het ooit eens als volgt geformuleerd:

Moeders hebben ook zo hun gebreken.
Moeders zijn ook mensen.

Kinderen denken van niet:
"Moeder zijn, dat is toch net zoiets als dienstplicht?"
Of, erger nog:
"Moeders zijn er toch alleen voor ons gerief?"

Veel kinderen denken zo.
En als ze niet zo denken
Dan denken moeders toch dat ze zo denken:
Schuldig tot het tegendeel bewezen is.

Moeten we ze dat kwalijk nemen?
Nee, moeders hebben ook zo hun gebreken.
Moeders zijn ook mensen.

We moeten dus maar lief voor ze zijn. Dat verdienen ze wel.

woensdag 7 mei 2008

School

Ja, ik weet dat ik gezegd had dat ik niks meer zou schrijven tot de examens. Maar het is mijn weblog, dus ik mag me niet aan mijn eigen beloften houden als dat me uitkomt. Lekker.

Vandaag heb ik een wandelingetje gemaakt met een overvolle groenbak. Ik dacht dat het donderdag was. Maar het was woensdag. Fijne ontdekking, als je met zo'n stinkding in de brandende zon staat. Ondanks zo'n awkward moment heb ik tóch nog steeds het gevoel dat het donderdag is.

Ik mis school. Dat is het. Ja, serieus. Daardoor weet ik niet meer welke dag het is. Daardoor kijk ik niet meer uit naar het weekend. Daardoor zie ik grote delen van de dag helemaal niemand. Daardoor kan ik mezelf niet aan het werk krijgen. Daardoor wordt de dag een groot leeg gat, dat ik zelf in moet vullen. Afschuwelijk.

En nog afschuwelijker is dat ik weet dat ik minstens net zo hard zou klagen als ik wel naar school zou moeten.

maandag 28 april 2008

Examenstop

Ik ben inspiratieloos. Ik heb geen zin meer. Ik heb het druk. Goede reden om niks meer te schrijven tot na de examens.

woensdag 16 april 2008

Koosnaampjes

Het is een veel voorkomende kwaal onder verliefde mensen: elkaar andere namen willen geven. Hoe zoeter, hoe beter: m'n liefje, m'n hartje, schatje, suikertje, honey bunny, poepie, schoonheid, sweety, teddybeer, popje, prinses, pluisje, poesje, snoezepoes, snoepie, moppie, droppie, baby, krullebol, honnepon, zonnestraaltje, engeltje, kanjer, darling, spetter, lieveling. Allemaal bijzonder cliché en, met name voor buitenstaanders, extreem storend. Opvallend is de (typisch Nederlandse?) voorliefde voor verkleinwoordjes en woorden op -ie.

Zelf heb ik tot nu toe geprobeerd vast te houden aan het neutralere 'lieverd'. Enkele van de bovenstaande termen gebruik ik gek genoeg wél voor mijn familieleden, vooral voor mijn broertje. En helaas ben ik tot de conclusie gekomen dat 'lieverd' echt niet meer kan: het is onpersoonlijk, zoutloos, afgezaagd en ouderwets. Het heeft een air van niets-beters-te-verzinnen-hebben, van onverschilligheid bijna. Niet meer zeggen dus.

Er zijn origineler alternatieven. Zo ken ik iemand die haar vrienden graag 'troeliewoelie' noemt. Zelf heb ik van iemand ooit 'nijlpaard' als bijnaam gekregen. (En nee, dat sloeg niet op mijn lichaamsomvang! De persoon in kwestie mag eventueel zelf uitleggen waar het wel op sloeg.) Onorthodoxe namen te over, maar nog steeds verre van ideaal. De ideale bijnaam is lief, vleiend, niet al te cheesy, en vooral persoonlijk. Er hoort een verhaal bij dat alleen voor insiders te begrijpen is. Bestaat dat?

Bij deze dus een oproep aan al wie dit leest: wat is het leukste, mooiste, liefste of gekste koosnaampje dat je ooit gehoord hebt? Wat was de afschuwelijkste? Welke heb je zelf wel eens gebruikt en hoe ben je zelf ooit genoemd? Ik wacht in spanning op reacties.

donderdag 10 april 2008

Achttien

Vanmorgen wenste ik even dat we thuis een grote spiegel hadden. Die hebben we namelijk niet. Normaal vind ik dat prima, maar vanmorgen had ik even wél een spiegel gewild. Dan zou ik er voor zijn gaan staan, ik had rondjes gedraaid. Stapje naar voren, stapje naar achteren. Armen omhoog, diep inademen. "Dus zo zie je eruit", zou ik gedacht hebben, "de dag voor je achttiende verjaardag. Net als gisteren. Net als morgen."

Achttien. Acht-tien. Dat lijkt heel wat. Misschien is het dat ook wel. Al weken word ik overspoeld met brieven en formulieren: bankrekeningen moeten omgezet, zorgtoeslagen teruggevraagd, verzekeringspremies betaald. En al die brieven zijn aan mij gericht. Niet aan mijn ouders, aan mij alleen. Alsof ik weet hoe al die dingen werken. Alsof een minderjarige zich daar voor zijn plezier mee bezig zou gaan houden.

Vroeger dacht ik dat volwassen worden hetzelfde was als volwassen zijn. Dat achttien het definitieve einde was van kind-zijn en dus het begin van volwassen-zijn. Maar het klopt niet. Een kind ben ik eigenlijk al lang niet meer en volwassen ben ik nog lang niet. Welbeschouwd is morgen helemaal geen keerpunt in mijn leven, of in ieder geval is het niet meer of minder dan mijn zeventiende verjaardag was, of mijn negentiende zal zijn. Gelukkig maar. Ik zou er nog zenuwachtig van worden.

vrijdag 4 april 2008

Zielig

Lang geleden, voordat ik in een huis woonde waar permanent verbouwd wordt, met gevolg dat grote delen van iedereens spullen zich na zes jaar nog steeds in verhuisdozen bevinden... *mopperdemopper* Lang geleden dus, had mijn vader in zijn studeerkamer een plank met medische boeken. Vieze-plaatjes-boeken, noemde ik ze altijd, want ze stonden vol met foto's van de symptomen van de meest smerige ziekten. Zoals sommige mensen griezelverhalen lezen, zo keek ik wel eens in de boeken. Afschuw en nieuwsgierigheid streden om voorrang. Opgezwollen lichaamsdelen, gapende wonden, misvormde gezichten, pus, wild interessant vond ik het.

Nu ik zelf, vanwege iets griepachtigs, zulke opgezwollen oogleden heb dat ik ook bijna in zo'n boek zou kunnen, is het toch minder grappig. En toen ik dinsdag met mijn opgeblazen hoofd op school een mondeling mocht gaan doen was ik helemaal niet blij. Als ík al schrik van mijn eigen spiegelbeeld, wat zullen andere mensen dan wel niet denken? Ik moest de neiging onderdrukken om me tegen iedereen die ik tegen kwam te verontschuldigen: "Nee, zo zie ik er normaal niet uit! Echt niet!"

Zoals ik al zei, ben ik dus ziek deze week. Al vijf dagen, en het ziet er niet naar uit dat het morgen (of overmorgen) ineens helemaal over gaat zijn. Bah. Aan het begin is het nog wel leuk: getroetel, beterschapswensen, kopjes thee op bed, dropjes voor de keel. Inmiddels ben ik het 'zielig zijn' een beetje zat. Ik heb geen zin meer om elke keer te moeten zeggen wat er is, te zeggen dat het nog niet beter gaat. En toch gaat elk gesprek wat ik heb, elk contact met de buitenwereld, daarover.

Duidelijk tijd om weer beter te worden.

zondag 30 maart 2008

Veel Goeier

Het heeft vast te maken met het feit dat het een gymnasium is: bij mij op school is een cultuur ontstaan van anderen verbeteren wat betreft hun taalgebruik. Wie een 'als' en een 'dan' verwisselt of 'hen' en 'hun' omdraait, kan rekenen op een verontwaardigd koor van verbeteraars. Grammaticaal correct praten is een must, anders kun je wel vergeten dat er nog naar de inhoud van wat je zegt wordt geluisterd.

Zelf hou ik me niet zo bezig met het Grote Verbeteren, met name omdat ik zelf te veel fouten maak. Op MSN verwissel ik continu 'gebeurt' als persoonsvorm en 'gebeurd' als voltooid deelwoord. Als ik enthousiast ben, typ ik ook vaak 'jouw' in plaats van 'jou', of andersom. Wanneer ik een nieuw weblogberichtje plaats, is er vrijwel altijd iemand die me wijst op een verkeerd gespelde werkwoordsvorm. Laatst hebben meerdere mensen me geprobeerd uit te leggen dat 'ergeren' en 'irriteren' geen synoniemen zijn. Zonder veel succes.

Grappig genoeg is er op dezelfde school, zelfs bij dezelfde mensen, ook een andere trend gaande. Die trend houdt in dat er juist steeds méér grammaticale incorrectheden het dagelijks taalgebruik binnen sluipen. Overmatig gebruik van het woord 'doen', verkeerde vervoegingen van werkwoorden, 'fonetisch Engels', geen-stijl-spelling, ik kom het allemaal tegen. Blijkbaar botst de neiging tot het gebruik van 'slang' en 'jeugdtaal' nog al eens met het verlangen zich correct en 'volwassen' uit te drukken.

Ik zou zeggen dat het veel goeier zou zijn iets meer tolleranter te doen over elkaars taalgebruik. Anders heeft zo meteen niemand nog de moed om iets te durven zeggen, iv joe sie wat aj mien. Doe eerst even op jezelf letten. Ofzeau.

dinsdag 25 maart 2008

Ode aan de Sneeuw

Er zijn maar weinig dingen die zo'n hoge "ohhhh"-factor hebben als sneeuw. Sneeuw, dansend, dwarrelend, draaiend, langzaam, snel... Sneeuw. En het gekke is dat die betovering eigenlijk nooit verdwijnt.

Ooit een jong poesje door een dikke laag sneeuw zien lopen? Pootje neerzetten, geschrokken terugtrekken, afschudden, likken... Wat is dit dan weer? Daarna rennen, springen, sneeuwvlokken vangen. Mijn poes Kippie had daar een handje van vroeger.

Nog zoiets: door de sneeuw fietsen. De vlokken die vanachter het raam zo rustig leken te dwarrelen komen ineens massaal op je af, blijven in je gezicht plakken, in je oogharen hangen. Ik krijg de vreemde neiging mijn mond open te doen om voor de zoveelste keer te ontdekken dat sneeuw gewoon naar water smaakt. En weer blijkt dat je er net zo nat van kan worden als van regen.

Nee, als het sneeuwt moet je eigenlijk achter een raam zitten, op een bank in een warme kamer, liefst zelfs met een kop thee of chocolademelk. Dan valt het je op hoe de luchtstromen niet overal hetzelfde zijn: opstijgend, dalend, in draaikolken. En dat de vlokken die zo wit afsteken tegenover de grond, grijs lijken wanneer je naar boven kijkt. Sneeuw is wat dat betreft net als vuur: je kan blijven kijken. Het leidt tot niets, maar het blijft magisch.

Dat laatste blijkt ook uit het feit dat mijn klasgenoten van nu (zesde klas gymnasium dus) nog net zo gebiologeerd uit het raam staren als de kinderen in mijn kleuterklas, veertien jaar geleden. "Ja maar... HET SNEEUWT!"

maandag 17 maart 2008

Arm Ding

Vanmorgen is mijn tas overleden. Het gebeurde op het schoolplein, vlak voor de deur van de school. Plotseling scheurde het hengsel af en daar stond ik dan: met een schoudertas zonder hengsel valt vrij weinig aan te vangen.

Die tas was mijn eerste schoudertas ooit. Mede daarom ben ik nogal aan het ding gehecht. Ik hecht me sowieso vrij snel aan bepaalde spullen. Wanneer die spullen het vervolgens begeven, blijf ik achter met zo'n vreemd, machteloos gevoel. Zo heb ik laatst ook vijf minuten bij de prullenbak gestaan met mijn lievelingssokken in mijn hand. In één van beiden zat een enorm gat. Toch deed het me pijn ze weg te moeten gooien, vooral omdat sok nummer twee nog helemaal heel was. Het arme ding.

Medelijden met dingen, een vreemd verschijnsel. Bij mij uit het zich vooral in het niet weg kunnen gooien van kapotte armbandjes, het praten tegen mijn fiets nadat ik 'm heb laten vallen en meer van die vreemde gewoonten. Het is vroeger zelfs zo erg geweest dat ik me schuldig voelde tegenover touwtjes die ik niet meer kon gebruiken en papier waarop ik een mislukte tekening had gemaakt. "Sorry, sorry, sorry... Dit had je toch niet verdiend... Het spijt me."

Gelukkig is mijn tas inmiddels al gerepareerd.

woensdag 12 maart 2008

Volgend Jaar

Precies een week geleden heb ik een stukje van mijn toekomst vastgelegd. Zo voelt het tenminste. Ik heb een aanmeldingsformulier op de post gedaan voor negen maanden lessen aan de EF International School of English in Oxford.

Het posten van dat formulier voelde heel definitief. Eigenlijk had ik mijn beslissing al twee weken eerder genomen. Eigenlijk zou ik het nog steeds allemaal af kunnen blazen mocht ik van mening veranderen. Toch lijkt het net alsof het nu onomkeerbaar is.

Vreemd idee: volgend jaar woon ik niet in Haarlem, volgend jaar vier ik geen Sinterklaas, volgend jaar besteed ik mijn vrijdagavonden waarschijnlijk anders, volgend jaar schrijf ik mijn blogs vanaf de andere kant van de Noordzee... In ieder geval is dat zwarte gat dat eerst gaapte na mijn eindexamen weg. En voor de rest: come what may.

dinsdag 4 maart 2008

Dagboek

Gisteren kwam ik in mijn kast mijn oude dagboek tegen. Het is een dagboek zoals een dagboek eigenlijk hoort te zijn: lichtblauw met tuttige dolfijntjes en een gouden slotje dat bij één keer trekken open breekt. Van binnen is het gevuld met hartjes en de zielenroerselen van een tienjarige die zichzelf al heel wat vond. Smullen.

Het leukste om te lezen zijn toch de basisschoolverliefdheden. Ik ben ooit twee jaar lang in stilte verliefd geweest op een jongen die ik van judoles kende. Het is rustig een obsessie te noemen, want ik spaarde alles wat met hem te maken had. Ik wist hoeveel broers en zussen hij had, waar hij woonde, zijn telefoonnummer, geboortedatum, favoriete kleur, eten, judoworp en het kenteken van zijn vaders auto. Alles wat me aan hem deed denken heb ik verzameld. Die verliefdheid ging over na een fataal bezoek aan de kapper van zijn kant, maar alle frutsels heb ik nog steeds.

Ik lees mezelf als een Bouquetreeks, maar dan met veel 'ohja'-momenten. De verhuizing, mijn nieuwe fiets, mijn elfde verjaardag, Sinterklaas, projecten op school. Maar ook: die keer dat ik klikte ("Juf, ze hebben koekjes!") alleen omdat ik zelf buitengesloten werd. Die keer dat ik in het park een spuit vond. Die keer dat ik mijn eten zo vies vond dat ik over heb gegeven in mijn eigen bord. Die doorn van één centimeter groot die in mijn hoofd kwam bij het buitenspelen. Uiteraard ook een paar lekkere emo-uitingen: "Ik wou dat ik niet bestond. Maar misschien stel ik me aan." Je ziet het, ik ben weinig veranderd...

dinsdag 26 februari 2008

Over de Grens

Zondagavond zat ik in de tram van Nieuwegein naar Utrecht. In diezelfde tram zat ook een groep... Ja, hoe zal ik ze eens noemen... Ze waren iets jonger dan ik en ook niet van het type mensen waar ik veel mee omga. Ze gingen ongetwijfeld uit. En ze waren zich aan het indrinken in de tram. Maar als jij bij het indrinken de boel al niet meer binnen kan houden, hoe erg moet het echte werk dan wel niet zijn? Blijkbaar was deze situatie ook niet uitzonderlijk. Hoewel er enige opwinding ontstond toen iemands maaginhoud over de vloer van de tram stroomde, was er weinig echte verbazing. De algemene reactie: same shit, different day. En zien kotsen doet kotsen.

Het heeft vast iets te maken met het opzoeken van je eigen grenzen. Grenzen bestaan uiteraard alleen in je eigen hoofd. Het kan altijd nét iets erger, nét iets meer. Dat zie je niet alleen met alcohol, maar eigenlijk met alle mogelijke vormen van vermaak. Je ziet het ook met zoenen bijvoorbeeld.

Daar heb ik laatst overigens nog een onderzoekje naar gedaan: waarom zoenen sommige mensen op feestjes at random andere mensen die ze niet of nauwelijks kennen? De antwoorden liepen wat uiteen: lust werd genoemd, maar ook het feit dat het zelfvertrouwen geeft en de kick van het 'veroveren' op zich. Opvallend was toch dat de meeste mensen het doen uit een verlangen om de grens op het zoeken. De 'ik-kan-het-dus-ik-doe-het' mentaliteit.

Dit is niet echt mijn stijl. Ik hoef mijn grenzen op dergelijke punten niet zo nodig op te zoeken. Of misschien heb ik ze eigenlijk al wel gevonden. Dat is toch in feite de definitie van 'principe': ergens een streep trekken.

zaterdag 16 februari 2008

Roddelen

"Wat we missen aan openheid, compenseren we met geroddel." Zo typeerde Roelof onlangs de situatie in onze vriendengroep. En zeker niet geheel onterecht. Ik betwijfel alleen of roddelen de juiste term is. Misschien kunnen we beter zeggen dat er regelmatig gepraat wordt over iemand die op dat moment niet aanwezig is en dat die gesprekken, qua toon en inhoud, behoorlijk afwijken van gesprekken waar die persoon wél bij aanwezig is.

Roddelen dus. Gelukkig heeft niemand nog het recht er over te klagen, omdat iedereen zich er zo af en toe schuldig aan maakt. En met name de meisjes hebben een mooi excuus: roddelen veroorzaakt bij vrouwen het vrij komen van bepaalde hormonen waardoor het beloningscentrum in de hersenen geactiveerd wordt. Het is zelfs de op één na grootste neurologische beloning die er bestaat. (Op nummer één staat - o wonder - het orgasme.)

Ondanks het feit dat het zo 'normaal' is, heeft roddelen nog steeds een extreem negatieve bijklank. Sterker nog, er bestaat zoiets als een antiroddelactie, compleet met eigen website. Het is er vergeven van de vreemde slagzinnen en zoutloze motto's. Een voorbeeld: "Roddelen ont-wij-dt." Of, nog veel erger: "Het ware te wensen / Dat alle mensen / Met hun gebreken / Zichzelf eerst bekeken / Dan zouden zij het praten / Over een ander wel laten." Braak.

dinsdag 12 februari 2008

Valentijn

Valentijnsdag. Niet, zoals ik altijd geloofd heb, een dag verzonnen door Hallmark &co om mensen zonder (al dan niet geheime) aanbidders ongelukkig te maken. Wel de sterfdag van ene Sint Valentinus. Kan me niet voorstellen dat hij het zo gewild heeft.

Om aan Valentijnsdag te ontkomen zou je je tegenwoordig van één tot vijftien februari moeten opsluiten in een ivoren toren. Ramen en deuren sluiten, radio en televisie uit. Waarschijnlijk wordt een mens daar depressiever van dan wanneer hij de 'Dag der Liefde' door moet brengen zonder rozen en kleverige wenskaarten met voorgedrukte tekst.

Valentijndag 2007, dat was trouwens nog wat... Ik kreeg van mijn toenmalige vriendje een mobiele telefoon cadeau. Eigenlijk wilde ik dat helemaal niet. Ik boycotte mobiele telefoons en bovendien bracht een zo groot cadeau mij behoorlijk in verlegenheid. Wekenlang heb ik niets dan 'dankjewel' kunnen stamelen wanneer hij in mijn buurt kwam. Niet zo verwonderlijk dat die relatie maar kort standgehouden heeft.

Dit jaar zal ik het hoogstwaarschijnlijk zonder Valentijnscadeautjes moeten doen. Geeft niet. Om eventueel de kop op stekende teleurstelling het hoofd te kunnen bieden heb ik gewoon voor mezelf iets gekocht. Hoe triest. Hoe heerlijk.

woensdag 6 februari 2008

Public

Sinds 4 januari staat er op mijn blog een klein oranje vierkantje. Dit vierkantje, rechts op de pagina onder het archief, is het logo van de bezoekersteller. Elke avond kijk ik even of er nog mensen langs zijn gekomen die dag.

En tot mijn grote verbazing komen er nog mensen ook. Sinds het moment dat ik die teller installeerde zijn er elke dag minstens vier (!) bezoekers geweest. En dat op zo'n kleine, persoonlijke, onbeduidende weblog als die van mij! Waar o waar komen jullie vandaan, mensen? En zijn het elke dag nieuwe, of komen jullie elke keer weer terug?

Misschien komt het omdat ik vindbaar ben via Google. Als je 'Níníël' intikt, ben ik de tweede hit. Bij 'Níníël Online' zelfs de eerste. Niet dat ik verwacht dat iemand zo'n bizarre zoekterm zou verzinnen, maar het heeft toch wel wat. Zelfs op mijn eigen naam, 'Eva de Groot', ben ik vindbaar (dertigste hit).

Het maakt me eigenlijk wel een beetje zenuwachtig, al die bezoekers. Het lijkt erop dat ik toch echt een vorm van 'public' heb. Misschien moet ik nu wel serieus gaan nadenken over wat ik opschrijf. Anders komen jullie misschien niet meer terug.

Ik weet acuut niets meer te vertellen.

dinsdag 29 januari 2008

Verkouden

Ik ben verkouden.

Verkouden zijn. Dat betekent meestal dat dingen die je neus in moeten er niet meer in kunnen, terwijl de dingen die er in zouden moeten blijven er aan één stuk door uit komen. In mijn geval nog aangevuld met een ongelooflijke kriebel in mijn keel en niks meer kunnen ruiken of proeven. Maar wat nog het ergste is: ik ben doof.

Alles wat ik nog wel hoor, hoor ik als door een dik kussen. Stemmen komen van heel ver weg. Ook mijn eigen stem klinkt totaal anders, als iets wat niet uit mij komt, maar uit een vreemd wezen, dat bovendien ook op een heel vreemde en hysterische manier lacht. Ik krijg het gevoel dat ik opgesloten zit achter een glazen wand: ik zie alles, maar contact maken met de wereld lukt niet. Waarom zou ik het ook proberen? De wereld gaat te snel en mijn hoofd zit vol watten. Langzaam stik ik.

Hoe vaak in een jaar is een gemiddeld mens eigenlijk verkouden? Drie, vier keer? Meer misschien nog. Het is ook iets dat snel weer vergeten wordt. Ik denk er ook eigenlijk nooit over na, zolang ik er geen last van heb: "Goh, wat ben ik heerlijk niet-verkouden." Misschien zou ik dat eens wat vaker moeten denken. Of: "Wat adem ik lekker." Of: "Hé, wat ben ik eigenlijk gezond."

Soms ga je iets pas echt waarderen als je het kwijt raakt.

woensdag 23 januari 2008

Sociaal Wenselijke Leugenaar

Roelof heeft pas tegen me gezegd dat hij het leuk zou vinden als ik wat persoonlijker stukjes zou schrijven. Dan kan hij me wat beter leren kennen, zegt hij. Ik wil best een poging doen, ik doe mensen graag een plezier. Ik denk alleen niet dat hij of iemand anders me op die manier snel beter zal leren kennen.
Er staat namelijk één ding altijd gigantisch in de weg. Dat ding is het volgende: ik ben een enorme leugenaar. Ik lieg sowieso minstens één keer per dag en zeker in elk weblogberichtje. Ik ben wat je noemt een sociaal wenselijke leugenaar. En die leugens zijn de welbekende 'leugentjes om bestwil'.

Ik zeg dat ik tijd heb, ook als ik het niet heb. Ik zeg dat het goed met me gaat, ook als het dat niet gaat. Ik zeg dat ik het eten heerlijk vond, ook als ik het eigenlijk tien keer niks vond. Ik zeg dat ik bepaalde kleren mooi vind, dat ik bepaalde muziek leuk vind, dat ik bepaalde ideeën goed vind, dat ik graag een keertje mee ga dit-of-dat-doen. Ik zeg dat iets me niet kan schelen, ook als het me in werkelijkheid ongelooflijk veel pijn doet. Soms zeg ik zelfs dat ik mensen aardig vind, terwijl ik ze op dat moment wel kan schieten.

Ik weet niet precies waar dit gedrag van mij vandaan komt. Het is er al zolang ik me kan herinneren. Sociaal wenselijk gedrag is natuurlijk nuttig en een stukje van de menselijke natuur, maar niemand maakt mij wijs dat je er werkelijk evolutionair voordeel bij hebt als je mensen alleen zegt wat ze willen horen, zelfs over de meest onbenullige dingen.

Feit blijft dat het eigenlijk niemand iets uitmaakt dat ik ze voorliegt, zolang ze het maar niet weten. Mensen bouwen bij voorkeur een zo positief mogelijk beeld van zichzelf, dus zullen ze me niet snel wantrouwen als ik een complimentje maak of mijn instemming geef over iets. Helaas (gelukkig?) gaat dat voor de mensen die dit eenmaal gelezen hebben niet meer op. Ik vraag me af of er iemand zal zijn die, bij een volgend positief woord van mijn kant, aan deze bekentenis terugdenkt en zich afvraagt: "Meent ze dit of is het puur voor de show?"

woensdag 16 januari 2008

In Memoriam Het Rode Bord

Het rode bord is weg. Jarenlang was het elektronische mededelingenbord met zijn rode, al dan niet knipperende letters met roosterwijzigingen en lesuitval het eerste waar ik naar keek als ik de hal van de school binnenstapte... En nu is het vervangen door een enorme plasmaTV, die er uit ziet alsof hij bij de eerste de beste windvlaag van de muur gaat vallen. Een typisch voorbeeld van vooruitgang die eigenlijk achteruitgang is.

Dat rode bord deed me denken aan mijn eerste dagen op het Stedelijk. Toen ik nog te traag was om de steeds wisselende teksten in één keer te kunnen lezen. Toen ik nog angstig achter de rest van de klas aan moest rennen omdat ik geen enkel lokaal kon vinden. Toen er bij de wc’s in de dependance nog een spiegel hing met de tekst ‘Ken Uzelf’. Die goeie ouwe tijd.

Nostalgie heet dat met een mooi woord: het terugverlangen naar en idealiseren van het verleden. We doen het vrijwel allemaal en liefst op momenten dat we ons eenzaam en zielig voelen. Vroeger werd nostalgie (terecht?) als een ziekte gezien. De verschijnselen: pijn in keel, buik en borst en verminderde eetlust. Verwant aan melancholie en heimwee.

Toch hebben die herinneringen vooral een positief effect op onze stemming. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die nostalgische herinneringen op hebben gehaald een veel positiever beeld hebben van zichzelf en hun plaats in de wereld, dan mensen die dat niet hebben gedaan. Nostalgie is een houvast en schijnt zelfs te helpen bij het aanvaarden van de dood.

Is het je trouwens wel eens opgevallen dat we ons standaard alleen de goede dingen herinneren? Dat is een trucje van ons geheugen: positieve dingen blijven veel beter hangen dan negatieve. Misschien een gevolg van het feit dat mensen er altijd naar streven zich zo goed mogelijk te voelen. En dus zeggen volwassenen massaal dat ze hun middelbare schooltijd de leukste tijd van hun leven vonden. Nou, als dit de leukste tijd van mijn leven is, hoe erg moet de rest dan wel niet worden?

Bekend is dat we van de meeste dingen de waarde pas écht gaan inzien als we ze kwijt zijn. Zo gaat het met vrienden, relaties, persoonlijke eigendommen... En rode borden.

woensdag 9 januari 2008

Brugger All Over Again

Sinds afgelopen maandag is het Nieuwe Gebouw van onze school open. Na meer dan drie jaar op en neer sloffen naar een afgelegen en vreselijk noodgebouw zijn we eindelijk weer 'thuis'. Hoewel...

Het nieuwe gebouw is mooi, laat ik dat eerst maar zeggen. Ik betwijfel hoelang dat zo zal blijven, want 800 scholieren zijn op lange termijn destructiever dan een tornado. Maar nu is het mooi en elk lesuur 'aan de overkant' is iets om naar uit te kijken. Nieuwe tafels om je naam in te krassen. Nieuwe stoelen om kauwgom onder te plakken. Nieuwe plafonds om pennen in te schieten. Nieuwe WC deuren om foute teksten op te schrijven. Feest.

Toch is wel duidelijk te merken dat het geheel nog niet af is. Hier en daar ontbreken sloten en deurknoppen. Er zijn nergens prullenbakken, dus nóg een mooi excuus voor het kauwgomplakken. In sommige lokalen missen zelfs de schoolborden nog. Tijdens wiskunde hebben we overwogen de sommen dan maar regelrecht op de smetteloos witte muur te schrijven. Er was natuurlijk een kansje dat de bouwvakkers (meestal denigrerend 'arbeiders' genoemd) het bord er precies overheen zouden hangen, maar we hebben het risico toch maar niet genomen.

Naast deze onafheden heeft het Nieuwe Gebouw ook regelrechte nadelen. Zo zijn de gangen boven nauwelijks anderhalve meter breed. Dat leidt regelmatig tot verstoppingen. Daar komt nog bij dat de prachtige galerijen die boven langs de aula lopen werkelijk uitstekend zijn om vanaf te springen na een slecht cijfer voor natuurkunde. Het zal mij benieuwen wanneer ze er netten gaan ophangen om suïcidale leerlingen op te vangen.

Maar dan wat me op dit moment nog het meest stoort: ik ben continu de weg kwijt! De lokalen bevinden zich in meerdere gebouwen die door allerlei sluipgangetjes en trappetjes met elkaar verbonden zijn. De logica is volledig zoek! Als ik het me goed herinner duurde het ruim twee jaar voor ik in het noodgebouw de lokalen uit elkaar kon houden, dus ik denk dat er weinig hoop is dat ik vóór mijn eindexamen lokaal 49 weet te vinden. Echt, het is net Zweinstein. Of, zoals Ilse al opmerkte: "Het is Brugger all over again."

vrijdag 4 januari 2008

Stem uit het Verleden

Op 1 januari 2008 kreeg ik een mailtje van mezelf. Het was een mailtje dat ik exact een jaar daarvoor gestuurd had, op 1 januari 2007. Er is namelijk een speciale website waarmee je e-mail naar je toekomstige zelf kunt sturen: http://www.futureme.org/. Ik ken die website al een paar jaar en sindsdien heb ik er een gewoonte van gemaakt mezelf elk jaar op de eerste van januari een gelukkig nieuwjaar te wensen.

Klinkt als een zielige gewoonte voor eenzame mensen, ik weet het. Maar eigenlijk is het best wel leuk. Ten eerste omdat zo'n mailtje bijna altijd een verrassing is: bijna altijd slaag ik er weer in te vergeten dat ik het jaar ervoor zoiets gestuurd heb.

Ten tweede is het grappig om iets te lezen van een jaar terug: hoe voelde je je toen, waar hield je je mee bezig, hoe dacht je... Dat is namelijk iets wat je niet zo goed kan onthouden, heb ik gemerkt. Ik heb bijvoorbeeld de romantische neiging te denken dat ik vroeger veel gelukkiger en vrolijker was dan nu en dat ik toen een veel beter sociaal leven had. Dankzij die mailtjes heb ik geleerd dat daar echt helemaal niks van klopt. Sterker nog: het gaat elk jaar beter met me, lijkt wel. En die gedachte is eigenlijk een stuk leuker dan telkens te denken dat vroeger alles beter was.

Eén tip: mocht je zelf ook zo'n nieuwjaarsmailtje willen sturen: zet er nooit, maar dan ook nooit je goede voornemens van dat jaar in. Daar wordt je alleen maar ongelukkig van. Gebleken is dat maar 12% van de mensen zich aan zijn of haar goede voornemens weet te houden. Beter maar niet het nieuwe jaar beginnen met de mislukkingen van het vorige jaar dus.

Via FutureMe kan je overigens ook berichten sturen die vijf of zelfs tien jaar later aankomen. En het schijnt dat je, wanneer je een account aanmaakt, ook antwoorden terug kan sturen naar het verleden. Maar hoe dat in godesnaam werkt, moet je mij niet vragen.

dinsdag 1 januari 2008

Nieuw

Nieuwjaarsdag. Die naam is misleidend. Ik heb nog nooit een nieuwjaarsdag meegemaakt die in wat voor opzicht dan ook nieuw was.
Nieuwjaarsdagen zijn over het algemeen grauwe, verloren dagen, bezaaid met de resten van vuurwerk. Wallen onder je ogen. De laatste oliebol. Het eind van de feestdagen. Niets meer om naar uit te kijken, behalve dan dat enorme nieuwe jaar. Afschrikwekkend is het.
Ik voel me ook verre van nieuw. Ik krijg mijn ogen nauwelijks open. Mijn hoofd bonkt. Ik voel me vies en plakkerig.
Nieuwjaarsdag. Een dag als een koude douche.

Nog zoiets: goede voornemens. Ook zo'n misleidende term. "Goed" suggereert dat het om iets leuks gaat, maar goede voornemens zijn helemaal niet leuk. Waarom zouden we ze anders voor ons uitschuiven tot het begin van het nieuwe jaar?
Ik heb me dan ook al meerdere keren voorgenomen nooit meer goede voornemens te maken. Ze zijn toch gedoemd te mislukken. Maar er valt niet aan te ontkomen, ben ik bang. Elk jaar weer is er een stukje van mij dat zich stiekem voorneemt alles het jaar erop beter te doen.

Vroeger gaan slapen. Beter mijn huiswerk doen. Minstens vijf kilo afvallen. Meer sporten. Aardiger zijn tegen de mensen die het verdienen. Minder aardig zijn tegen de mensen die het niet verdienen. Stoppen met hele avonden achter de PC hangen. Stoppen met emotioneel eten. Stoppen met andere emotionele uitspattingen. Stoppen met zeuren over dingen die niet te veranderen zijn. Stoppen met zeuren over dingen die wel te veranderen zijn. Helemaal stoppen met zeuren. Stoppen me anders voor te doen dan ik ben. Stoppen met denken dat vroeger alles beter was. Stoppen met beginnen aan dingen waarvan ik van te voren al zie dat ze gedoemd zijn te mislukken. Stoppen met geloven dat stoppen alles oplost. Stoppen met stoppen. En starten met een nieuwe weblog.