"Is zo'n beugel niet slecht voor je zelfbeeld..?" vroeg Luuk afgelopen vrijdag in de pub. Hij was één van de velen aan wie ik afgelopen weken al heb moeten uitleggen waarom ik ineens weer met een mond vol ijzerwerk rondloop. Het valt nogal op, schijnt.
"Valt best mee, ik ben er al bijna aan gewend," antwoordde ik. Eigenlijk had ik natuurlijk volmondig 'ja' moeten zeggen, want die beugel is behoorlijk slecht voor mijn zelfbeeld. Dat wil zeggen: de acht slotjes die ik nu heb zijn tien keer slechter voor mijn zelfbeeld dan de 32 van een aantal jaar terug. Als je veertien bent heeft namelijk iedereen een beugel, maar als je twintig bent niet meer. Het is een schrale troost dat het met die beugel wel weer lijkt alsof ik veertien ben.
Roelof beweert dat het hem niet uitmaakt, maar slotjes staan natuurlijk niet in het lijstje van wat vrouwen mooi of sexy maakt. Ook al ben ik niet 'op zoek', het blijft een wat deprimerend vooruitzicht het komende jaar onderaan iedereens 'ladder' te staan. Het schijnt dat meer mensen daar last van hebben, want het internet staat vol met tandkleurige en doorzichtige beugels, om het leed te beperken. De websites van dergelijke cosmetisch verantwoorde orthodontisten staan vol met teksten die de metalen slotjes bombarderen tot toppunt van afzichtelijkheid. Toen ik dat zag werd ik uiteraard niet vrolijker. Toch: elk voordeel blijkt zijn nadeel te hebben, want ik heb van ervaringsdeskundigen gehoord dat tandkleurige beugels eruit zien alsof je een gezwel op je tanden hebt en dat ze binnen enkele weken verkleuren tot smerige stopverf, hoe hard je ook poetst.
Ik kwam er trouwens vandaag achter dat ik er misschien toch niet volgens iedereen uitzie als een veertienjarige: bij de slijter kreeg ik twee flessen sterk mee zonder dat er om een ID-kaart gevraagd werd.
Maar misschien is die slijter veertienjarigen wel heel vriendelijk gezind. Of hij voelde zich bedreigd door mijn metal smile.
HALLIEHALLO!
En welkom op mijn weblog.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
dinsdag 21 september 2010
woensdag 25 augustus 2010
Gedoemd Om Te Mislukken
Er zijn dingen die gedoemd lijken te mislukken. Je steekt er zeeën van tijd in - vooral in het uitstellen ervan -, maar het resultaat lijkt alsmaar een groter toonbeeld van incompetentie te worden. De weerzin groeit met de dag. Zo'n ding achtervolgt mij nu dus al sinds Februari en ik ga gewoon even mijn gal spuwen hier.
Het ding in kwestie is een scriptie die ik moet schrijven voor heel prestigieus project, laten we het even de Tautology Club noemen. Ik heb hier, samen met mijn scriptiemaatje, een onderwerp voor gekozen wat in alle opzichten te groot, te breed en totaal onhandelbaar is, omdat het dusdanig veel (ethische, wetenschappelijke, rechtsgerelateerde) facetten heeft dat een boek van 1000 pagina's nog niet genoeg zou zijn om het allemaal op te schrijven.
Helaas zijn we nooit echt in staat geweest het onderwerp in te laten krimpen tot iets behapbaars, waardoor de scriptie altijd op het niveau van basisschoolwerkstuk is blijven hangen.
Het gebrek aan daadkracht leidde er uiteraard toe dat we er geen van beiden met veel enthousiasme mee aan de slag zijn gegaan, omdat er nauwelijks iets concreets was om mee aan de slag te gaan.
Uiteraard hadden de personen die we voor deze scriptie hebben geïnterviewd ook veel interessants te vertellen, met name over dingen die niet gerelateerd zijn aan onze onderzoeksvragen. Bovendien hebben ze allemaal ook een geheel eigen idee over hoe we het béter hadden kunnen doen, waardoor we het roer steeds maar om blijven gooien, zonder ooit echt op gang te komen.
Af en toe, als ik 's avonds laat in bed toch weer hieraan moest denken, ondanks al mijn pogingen het ding op te sluiten in het verste, stoffigste hoekje van mijn gedachten, kreeg ik schitterende visioenen van hoe het had moeten zijn. Bij daglicht bleek dit uiteraard weer niet helemaal haalbaar, omdat de juiste informatie niet toegankelijk was of het gewoon te veel moeite kostte.
En toen ineens: we kregen het te pakken! Gewoon maar gaan schrijven! De deelvragen zo goed als mogelijk beantwoorden en hopen dat het geheel - in mooie vorm verpakt - ergens op slaat. De pragmatische manier van werken dus en er vooral niet aan denken dat de Raad van Bestuur dit onder ogen krijgt. Voor de zekerheid het ook maar even door iemand laten proeflezen, misschien dat wat opbouwende kritiek ons nog kan helpen...
Dan komt helaas het vernietigende oordeel: "Ik had eigenlijk geen idee dat jullie over dit onderwerp wilden schrijven, maar ik geloof dat jullie veel essentiële punten gemist hebben. Misschien moeten jullie nog eens langskomen."
Ik lees dit als: "Doordat jullie niet gewoon gedaan hebben wat ik zei, hebben jullie hard gefaald in alle opzichten. Als je wilt horen hoe hard precies zal ik dat graag nog toelichten. Dan kunnen jullie daarna deze onzin in de prullenbak gooien en totaal opnieuw beginnen, als je dat tenminste nog durft."
Maar misschien lees ik het wel verkeerd.
Nog twee weken te gaan tot de deadline. Hoe desastreus dit ook uit zal pakken, het leed is dan in ieder geval geleden. En sommige dingen zijn gewoon gedoemd om te mislukken.
Het ding in kwestie is een scriptie die ik moet schrijven voor heel prestigieus project, laten we het even de Tautology Club noemen. Ik heb hier, samen met mijn scriptiemaatje, een onderwerp voor gekozen wat in alle opzichten te groot, te breed en totaal onhandelbaar is, omdat het dusdanig veel (ethische, wetenschappelijke, rechtsgerelateerde) facetten heeft dat een boek van 1000 pagina's nog niet genoeg zou zijn om het allemaal op te schrijven.
Helaas zijn we nooit echt in staat geweest het onderwerp in te laten krimpen tot iets behapbaars, waardoor de scriptie altijd op het niveau van basisschoolwerkstuk is blijven hangen.
Het gebrek aan daadkracht leidde er uiteraard toe dat we er geen van beiden met veel enthousiasme mee aan de slag zijn gegaan, omdat er nauwelijks iets concreets was om mee aan de slag te gaan.
Uiteraard hadden de personen die we voor deze scriptie hebben geïnterviewd ook veel interessants te vertellen, met name over dingen die niet gerelateerd zijn aan onze onderzoeksvragen. Bovendien hebben ze allemaal ook een geheel eigen idee over hoe we het béter hadden kunnen doen, waardoor we het roer steeds maar om blijven gooien, zonder ooit echt op gang te komen.
Af en toe, als ik 's avonds laat in bed toch weer hieraan moest denken, ondanks al mijn pogingen het ding op te sluiten in het verste, stoffigste hoekje van mijn gedachten, kreeg ik schitterende visioenen van hoe het had moeten zijn. Bij daglicht bleek dit uiteraard weer niet helemaal haalbaar, omdat de juiste informatie niet toegankelijk was of het gewoon te veel moeite kostte.
En toen ineens: we kregen het te pakken! Gewoon maar gaan schrijven! De deelvragen zo goed als mogelijk beantwoorden en hopen dat het geheel - in mooie vorm verpakt - ergens op slaat. De pragmatische manier van werken dus en er vooral niet aan denken dat de Raad van Bestuur dit onder ogen krijgt. Voor de zekerheid het ook maar even door iemand laten proeflezen, misschien dat wat opbouwende kritiek ons nog kan helpen...
Dan komt helaas het vernietigende oordeel: "Ik had eigenlijk geen idee dat jullie over dit onderwerp wilden schrijven, maar ik geloof dat jullie veel essentiële punten gemist hebben. Misschien moeten jullie nog eens langskomen."
Ik lees dit als: "Doordat jullie niet gewoon gedaan hebben wat ik zei, hebben jullie hard gefaald in alle opzichten. Als je wilt horen hoe hard precies zal ik dat graag nog toelichten. Dan kunnen jullie daarna deze onzin in de prullenbak gooien en totaal opnieuw beginnen, als je dat tenminste nog durft."
Maar misschien lees ik het wel verkeerd.
Nog twee weken te gaan tot de deadline. Hoe desastreus dit ook uit zal pakken, het leed is dan in ieder geval geleden. En sommige dingen zijn gewoon gedoemd om te mislukken.
vrijdag 20 augustus 2010
Van Oude Mensen: Op Kousenvoeten
Werken met dementerende mensen vind ik heel leuk: ze zijn vaak ontzettend grappig, vriendelijk en zielsdankbaar, al doe je niet meer dan een kop thee inschenken. Bovendien kunnen de meesten heel interessante verhalen vertellen als je de tijd voor ze neemt.
Zelf zou ik het als psychogeriatrisch patiënt heel slecht doen, denk ik. Ik zou altijd bang zijn en huilen, nooit om hulp durven vragen en in een diepe depressie schieten om wat er van me geworden was. Waarschijnlijk zou ik proberen weg te lopen, als ik dat nog durfde, of er een eind aan maken. Tegen de tijd dat ik gepureerde biefstuk te eten krijg, ben ik liever dood. Dat is wat men typeert als een 'moeilijke bewoner'. Of gewoon een 'lastig mens'.
Tijdens mijn werk kom ik regelmatig twee vrouwen tegen. Ze wonen op een andere afdeling, maar aangezien het tehuis een project heeft om de bewoners zoveel mogelijk vrijheid te geven, staan alle deuren voor ze open. Behalve dan de buitendeur.
Deze twee dames hebben wel iets weg van een komisch duo. De één loopt fit rechtop, is altijd optimistisch, het zonnetje in huis. De tweede sukkelt er een paar meter achteraan, krom gebogen, steunend, kreunend en eeuwig wantrouwend. Samen zijn ze op zoek naar 'De Uitgang'. Wie ze ook maar tegenkomen, vragen ze de weg.
Nu vormen de gangen van de verschillende afdelingen samen een grote driehoek. Terwijl ze door het personeel van het kastje naar de muur gestuurd worden, blijven ze dus maar rondjes lopen. Hoeveel kilometer zouden die twee op een dag maken? Ik zou het niet durven zeggen.
Stel je nu eens voor dat je de hele dag op zoek bent naar een uitgang, maar na elke hoek volgt weer een identieke gang. De meeste mensen zouden dit omschrijven als een nachtmerrie.
Ineens bedacht ik me dat er voor die twee uiteindelijk maar één manier zou zijn om De Uitgang definitief te bereiken: tussen zes plankjes. Dit geldt voor elke bewoner: het verpleeghuis is het eindstation. Daarna is er niets meer. Het is maar goed dat de meesten zich dit niet realiseren.
Of, zoals een collega opmerkte, "anders is het maar te hopen dat de Dood snel komt. Op kousenvoeten."
En ik? Ik trek na een vakantie lang hard werken de deur achter me dicht. Ik besluit dat het 'leuk' is met dementerenden te werken. Ik ga weer verder met het volgende stuk van mijn leven.
Zelf zou ik het als psychogeriatrisch patiënt heel slecht doen, denk ik. Ik zou altijd bang zijn en huilen, nooit om hulp durven vragen en in een diepe depressie schieten om wat er van me geworden was. Waarschijnlijk zou ik proberen weg te lopen, als ik dat nog durfde, of er een eind aan maken. Tegen de tijd dat ik gepureerde biefstuk te eten krijg, ben ik liever dood. Dat is wat men typeert als een 'moeilijke bewoner'. Of gewoon een 'lastig mens'.
Tijdens mijn werk kom ik regelmatig twee vrouwen tegen. Ze wonen op een andere afdeling, maar aangezien het tehuis een project heeft om de bewoners zoveel mogelijk vrijheid te geven, staan alle deuren voor ze open. Behalve dan de buitendeur.
Deze twee dames hebben wel iets weg van een komisch duo. De één loopt fit rechtop, is altijd optimistisch, het zonnetje in huis. De tweede sukkelt er een paar meter achteraan, krom gebogen, steunend, kreunend en eeuwig wantrouwend. Samen zijn ze op zoek naar 'De Uitgang'. Wie ze ook maar tegenkomen, vragen ze de weg.
Nu vormen de gangen van de verschillende afdelingen samen een grote driehoek. Terwijl ze door het personeel van het kastje naar de muur gestuurd worden, blijven ze dus maar rondjes lopen. Hoeveel kilometer zouden die twee op een dag maken? Ik zou het niet durven zeggen.
Stel je nu eens voor dat je de hele dag op zoek bent naar een uitgang, maar na elke hoek volgt weer een identieke gang. De meeste mensen zouden dit omschrijven als een nachtmerrie.
Ineens bedacht ik me dat er voor die twee uiteindelijk maar één manier zou zijn om De Uitgang definitief te bereiken: tussen zes plankjes. Dit geldt voor elke bewoner: het verpleeghuis is het eindstation. Daarna is er niets meer. Het is maar goed dat de meesten zich dit niet realiseren.
Of, zoals een collega opmerkte, "anders is het maar te hopen dat de Dood snel komt. Op kousenvoeten."
En ik? Ik trek na een vakantie lang hard werken de deur achter me dicht. Ik besluit dat het 'leuk' is met dementerenden te werken. Ik ga weer verder met het volgende stuk van mijn leven.
woensdag 18 augustus 2010
Van Oude Mensen: Laat Maar Lopen
Wie in een verpleeghuis komt werken maakt kennis met een geheel nieuwe vocabulaire. Iets wat elke leek een slabbetje zou noemen, heet hier geen slab, maar een servet. Je 'voert' iemand niet, je 'helpt iemand met eten'. En luiers zijn geen luiers, maar Incontinentiemateriaal, mysterieus afgekort tot Inco's.
Als iemand per ongeluk toch een verboden woord zegt, valt er een geschrokken stilte, als ging het om een vreselijke vloek. Alles om de eigenwaarde van de bewoners intact te laten, toch?
Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om woorden. De bijpassende daden komen wel eens in het gedrang. Misschien zijn het de bezuinigingen - steeds meer bejaarden per verzorger? Of een vorm van afstomping? Ik weet het niet.
Het blijkt het duidelijkst bij bewoners die niet meer in staat zijn zelfstandig het toilet te bezoeken, maar nog genoeg bij de tijd zijn om dit wel te wíllen. Als hulpeloze vogeltjes roepen ze, om maar op tijd aan de beurt te komen. Helaas heeft iedereen het altijd druk, dus wie buiten de 'toiletronde' om aandacht vraagt heeft soms pech.
Ik heb het daar altijd moeilijk mee. Omdat ik niet getraind ben als 'verzorgende' - een training die zeggen en schrijven bestaat uit drie dagen meelopen met iemand die wel in de zorg zit - ben ik niet gekwalificeerd om de begeleiding op me te nemen. Probeer dat alleen maar eens te verkopen aan een bejaarde met hoge nood.
Het is dan extra pijnlijk als iemand die wél zou mogen helpen laconiek roept: "Ach mens, je hebt toch een luier aan! Laat maar lopen!"
Dat zelfs bejaarden dit als mensonterend ervaren blijkt wel uit het gehuil en gejammer dat me nog een tijdlang door de gangen achtervolgt. "Jullie zijn te laat! Dit kan toch niet! Nu ben ik helemaal nat en vies van onderen! Oh, help me dan toch! Oh Maria, help!"
Ik probeer me ervoor af te sluiten. Er zal alleen wel iets meer dan vijf weken afstomping nodig zijn voordat dit je niet meer raakt.
DISCLAIMER: Dit is een willekeurige situatie, niet iets wat aan de lopende band voorkomt. Voordat iemand gaat denken dat alle mensen die in de zorg werken luie, ongeïnteresseerde aso's zijn. De meesten zijn dat niet.
Als iemand per ongeluk toch een verboden woord zegt, valt er een geschrokken stilte, als ging het om een vreselijke vloek. Alles om de eigenwaarde van de bewoners intact te laten, toch?
Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om woorden. De bijpassende daden komen wel eens in het gedrang. Misschien zijn het de bezuinigingen - steeds meer bejaarden per verzorger? Of een vorm van afstomping? Ik weet het niet.
Het blijkt het duidelijkst bij bewoners die niet meer in staat zijn zelfstandig het toilet te bezoeken, maar nog genoeg bij de tijd zijn om dit wel te wíllen. Als hulpeloze vogeltjes roepen ze, om maar op tijd aan de beurt te komen. Helaas heeft iedereen het altijd druk, dus wie buiten de 'toiletronde' om aandacht vraagt heeft soms pech.
Ik heb het daar altijd moeilijk mee. Omdat ik niet getraind ben als 'verzorgende' - een training die zeggen en schrijven bestaat uit drie dagen meelopen met iemand die wel in de zorg zit - ben ik niet gekwalificeerd om de begeleiding op me te nemen. Probeer dat alleen maar eens te verkopen aan een bejaarde met hoge nood.
Het is dan extra pijnlijk als iemand die wél zou mogen helpen laconiek roept: "Ach mens, je hebt toch een luier aan! Laat maar lopen!"
Dat zelfs bejaarden dit als mensonterend ervaren blijkt wel uit het gehuil en gejammer dat me nog een tijdlang door de gangen achtervolgt. "Jullie zijn te laat! Dit kan toch niet! Nu ben ik helemaal nat en vies van onderen! Oh, help me dan toch! Oh Maria, help!"
Ik probeer me ervoor af te sluiten. Er zal alleen wel iets meer dan vijf weken afstomping nodig zijn voordat dit je niet meer raakt.
DISCLAIMER: Dit is een willekeurige situatie, niet iets wat aan de lopende band voorkomt. Voordat iemand gaat denken dat alle mensen die in de zorg werken luie, ongeïnteresseerde aso's zijn. De meesten zijn dat niet.
maandag 16 augustus 2010
Van Oude Mensen: Mannen Blijven Mannen
Ik heb deze zomer schandalig weinig geblogd! Om het een beetje goed te maken plaats ik deze week een drieluikje, zoals dat zo mooi heet, over mijn zomerbaan in een psychogeriatrisch verpleeghuis. Door schade en schande wijsgeworden heb ik besloten deze keer zowel mijn werkplek als de mensen waarmee ik werk zo onherkenbaar mogelijk neer te zetten.
Vier mannen zitten aan een tafel te genieten van een drankje. Onderwijl volgen ze nauwlettend elke beweging die ik maak. Hoe vaker ik langsloop, des te ongemakkelijker ik me begin te voelen: hun gestaar is nauwelijks te negeren. "Goedemiddag, heren," zeg ik, en glimlach verlegen. Een grijns en een vette knipoog is het antwoord. Ik word nog net niet nagefloten.
In elke andere situatie zou dit als 'seksuele intimidatie op de werkvloer' kunnen worden betiteld, maar hier is het anders. De mannen drinken appelsap, zitten in een rolstoel en op de 'parkeerplaats' staat geen stoere sportauto maar een rollator. Bovendien zijn ze alle vier in de tachtig en dementerend.
Twee van de mannen zijn mijn bestaan waarschijnlijk al vergeten voor ik de hoek om ben. De derde vraagt iedereen te pas en te onpas ten huwelijk. De vierde verkeert in de veronderstelling dat ik zijn kleindochter ben. Ik laat het maar zo. Hij is een lieve opa. Het is alleen wat moeilijk als hij me steeds wil knuffelen en zoenen om te bedanken voor een ansichtkaart die zijn échte kleindochter hem heeft gestuurd.
Een ander maakt het me soms ook lastig door me in het voorbijgaan steevast een tik op de billen te geven. Moet ik er wat van zeggen? Kan je iemand die al zo ver heen is dat hij nauwelijks nog praat zoiets überhaupt nog afleren? Ook dat laat ik dus maar zoals het is.
Wanneer ik later opnieuw de tafel passeer, beladen met handdoeken en incontinentiemateriaal, zijn twee van de mannen in slaap gevallen: slap, voorover op tafel. Ik kan het niet nalaten even te checken of ze het nog wel doen. Als ik gerustgesteld wegloop hoor ik er eentje fluisteren: "Leuk meisje, hè?"
Vier mannen zitten aan een tafel te genieten van een drankje. Onderwijl volgen ze nauwlettend elke beweging die ik maak. Hoe vaker ik langsloop, des te ongemakkelijker ik me begin te voelen: hun gestaar is nauwelijks te negeren. "Goedemiddag, heren," zeg ik, en glimlach verlegen. Een grijns en een vette knipoog is het antwoord. Ik word nog net niet nagefloten.
In elke andere situatie zou dit als 'seksuele intimidatie op de werkvloer' kunnen worden betiteld, maar hier is het anders. De mannen drinken appelsap, zitten in een rolstoel en op de 'parkeerplaats' staat geen stoere sportauto maar een rollator. Bovendien zijn ze alle vier in de tachtig en dementerend.
Twee van de mannen zijn mijn bestaan waarschijnlijk al vergeten voor ik de hoek om ben. De derde vraagt iedereen te pas en te onpas ten huwelijk. De vierde verkeert in de veronderstelling dat ik zijn kleindochter ben. Ik laat het maar zo. Hij is een lieve opa. Het is alleen wat moeilijk als hij me steeds wil knuffelen en zoenen om te bedanken voor een ansichtkaart die zijn échte kleindochter hem heeft gestuurd.
Een ander maakt het me soms ook lastig door me in het voorbijgaan steevast een tik op de billen te geven. Moet ik er wat van zeggen? Kan je iemand die al zo ver heen is dat hij nauwelijks nog praat zoiets überhaupt nog afleren? Ook dat laat ik dus maar zoals het is.
Wanneer ik later opnieuw de tafel passeer, beladen met handdoeken en incontinentiemateriaal, zijn twee van de mannen in slaap gevallen: slap, voorover op tafel. Ik kan het niet nalaten even te checken of ze het nog wel doen. Als ik gerustgesteld wegloop hoor ik er eentje fluisteren: "Leuk meisje, hè?"
vrijdag 2 juli 2010
Ver Weg Dichtbij
Toen ik in Oxford woonde, wat voelt als gisteren en tegelijk als iets uit een ander universum, had ik pas door hoe groot de wereld was. En hoe klein.
Nou had ik me wel eerder gerealiseerd dat de wereld groot is in vergelijking met een mens en klein in vergelijking met de rest van het heelal, maar verder had ik er nooit zo over nagedacht. Ik had nooit heel veel nagedacht over andere mensen.
In Oxford kwam ik tot de ontdekking dat er mensen zijn die op mij lijken, ook al wonen ze aan de andere kant van de wereld. Dat je dezelfde dingen leuk kan vinden, ook al ligt er een oceaan tussen je in. En dat mensen die in het land direct naast het jouwe wonen totaal andere cultuurgebonden opvattingen kunnen hebben over bepaalde zaken, ook al is de geografische afstand maar heel klein.
Ik vond het vooral ook zo'n gek idee dat we allemaal een andere achtergrond hadden, maar daar nu toch allemaal globaal hetzelfde leven leidden. Dat we allemaal thuis misten, maar dat dat voor iedereen een totaal andere betekenis had.
Het was alleen allemaal maar tijdelijk. Dat wil zeggen, op een gegeven moment vlieg je weer naar huis en dan woon je weer in je eigen land, met vooral veel medelanders, tot je alweer niet veel verder kijkt dan je neus lang is. De 'vrienden voor het leven' die ik gemaakt heb, zaten toen eigenlijk vooral in mijn hoofd. Je mailt eens wat en je schrijft eens wat, maar het is toch anders.
En dan mailen die vrienden ineens dat ze langs willen komen, wat natuurlijk prompt allemaal geregeld wordt. Toch blijft het wat onrealistisch.
Dus vanavond is het zo ver. Mijn twee voormalige kamergenootjes uit respectievelijk België en Denemarken komen voor een week over. En ik denk dat ik het niet echt kan geloven tot ik ze vanavond van het vliegveld haal.
Nou had ik me wel eerder gerealiseerd dat de wereld groot is in vergelijking met een mens en klein in vergelijking met de rest van het heelal, maar verder had ik er nooit zo over nagedacht. Ik had nooit heel veel nagedacht over andere mensen.
In Oxford kwam ik tot de ontdekking dat er mensen zijn die op mij lijken, ook al wonen ze aan de andere kant van de wereld. Dat je dezelfde dingen leuk kan vinden, ook al ligt er een oceaan tussen je in. En dat mensen die in het land direct naast het jouwe wonen totaal andere cultuurgebonden opvattingen kunnen hebben over bepaalde zaken, ook al is de geografische afstand maar heel klein.
Ik vond het vooral ook zo'n gek idee dat we allemaal een andere achtergrond hadden, maar daar nu toch allemaal globaal hetzelfde leven leidden. Dat we allemaal thuis misten, maar dat dat voor iedereen een totaal andere betekenis had.
Het was alleen allemaal maar tijdelijk. Dat wil zeggen, op een gegeven moment vlieg je weer naar huis en dan woon je weer in je eigen land, met vooral veel medelanders, tot je alweer niet veel verder kijkt dan je neus lang is. De 'vrienden voor het leven' die ik gemaakt heb, zaten toen eigenlijk vooral in mijn hoofd. Je mailt eens wat en je schrijft eens wat, maar het is toch anders.
En dan mailen die vrienden ineens dat ze langs willen komen, wat natuurlijk prompt allemaal geregeld wordt. Toch blijft het wat onrealistisch.
Dus vanavond is het zo ver. Mijn twee voormalige kamergenootjes uit respectievelijk België en Denemarken komen voor een week over. En ik denk dat ik het niet echt kan geloven tot ik ze vanavond van het vliegveld haal.
dinsdag 15 juni 2010
Mijn WK gevoel
Een wat verfomfaaid Beesie klemt zich krampachtig aan vast aan het stuur van mijn fiets. Overal in de stad schreeuwen de toeters: WE HEBBEN GESCOORD!
Ik hou niet van oranje, ik hou niet van voetbal en ik heb nul komma nul nationale trots. Maar stiekem is het toch wel leuk, als na alle polarisatie door de verkiezingen blijkt dat er toch nog iets is wat mensen wél bindt.
Ik hou niet van oranje, ik hou niet van voetbal en ik heb nul komma nul nationale trots. Maar stiekem is het toch wel leuk, als na alle polarisatie door de verkiezingen blijkt dat er toch nog iets is wat mensen wél bindt.
dinsdag 8 juni 2010
Mening Gevonden?
Ik heb me gehouden aan mijn goede voornemen van eind februari: deze keer heb ik me wel enigszins verdiept in wat er te stemmen valt tijdens deze verkiezingen. Aanvankelijk was ik van plan alle verkiezingsprogramma's door te lezen, maar dat bleek toch wel heel veel huiswerk. Bovendien kan het allemaal stukken makkelijker. In tegenstelling tot bij de gemeenteraadsverkiezingen, wordt je als het om de Tweede Kamer gaat continu om je oren geslagen met de standpunten van de diverse partijen.
Zo had de NRC next een erg leuke serie waarin elke dag een partij belicht werd: natuurlijk met een samenvatting van het partijprogramma, maar de algemene mentaliteit en het type kiezers dat voor de betreffende partij kiest werd ook belicht.
En ik heb, zoals vrijwel iedereen, ontzettend genoten van het filmpje van Rita Verdonk. Het origineel is inmiddels nauwelijks meer terug te vinden tussen alle parodieën.
Verder waren er de prachtige alternatieve verkiezingsposters van de VPRO.
Ook was er weer een nieuwe hit van de SP, die ik nooit echt gehoord heb, behalve dan in de versie van mijn broertje, die het over niets anders meer heeft dan 'De Grote Schoonmaak'.
Uiteraard waren alle politici dit jaar niet meer te vinden op Hyves, maar wel op Facebook en Twitter. Daar heb ik me trouwens weinig van aangetrokken, al kwam ik niet meer bij toen Alexander Pechtold op Twitter verklaarde dat hij "zelf gezien had dat Rita Verdonk geen vinger uitsteekt als ze ziet dat een oud vrouwtje beroofd wordt".
Ik heb op de website van Greenpeace alle politici op zeer speciale wijze vergeleken op gebied van milieu beleid.
Mijn mailbox werd volgespamt door de Partij Voor De Dieren - God mag weten hoe ze aan mijn adres komen. Ze hebben me mailtjes gestuurd waarin één voor één alle andere partijen vergeleken en schaamteloos afgekraakt werden, tot ik het idee had dat er tussen de PvdD en GroenLinks een even groot verschil bestaat als tussen de PvdD en Geert Wilders.
Over Geert gesproken: ik draag al een paar weken een bandje waarop staat dat hij niet voor mij spreekt.
Het enige wat ik tot nu toe nog niet gedaan had was kijken naar een televisiedebat. Gelukkig heb vanavond nog een laatste kans, waar ik ook gebruik van maak.
Conclusie: het volgen van de campagnes heeft er niet direct voor gezorgd dat ik nu wel weet wat ik overal van vind, integendeel, er blijken nog veel meer onderwerpen te zijn om iets over te vinden dan ik al dacht. Amusant was het wel. Hadden we maar vaker verkiezingen...
Ah, ik denk dat ik al weet op welke partij ik daarvoor moet stemmen!
Zo had de NRC next een erg leuke serie waarin elke dag een partij belicht werd: natuurlijk met een samenvatting van het partijprogramma, maar de algemene mentaliteit en het type kiezers dat voor de betreffende partij kiest werd ook belicht.
En ik heb, zoals vrijwel iedereen, ontzettend genoten van het filmpje van Rita Verdonk. Het origineel is inmiddels nauwelijks meer terug te vinden tussen alle parodieën.
Verder waren er de prachtige alternatieve verkiezingsposters van de VPRO.
Ook was er weer een nieuwe hit van de SP, die ik nooit echt gehoord heb, behalve dan in de versie van mijn broertje, die het over niets anders meer heeft dan 'De Grote Schoonmaak'.
Uiteraard waren alle politici dit jaar niet meer te vinden op Hyves, maar wel op Facebook en Twitter. Daar heb ik me trouwens weinig van aangetrokken, al kwam ik niet meer bij toen Alexander Pechtold op Twitter verklaarde dat hij "zelf gezien had dat Rita Verdonk geen vinger uitsteekt als ze ziet dat een oud vrouwtje beroofd wordt".
Ik heb op de website van Greenpeace alle politici op zeer speciale wijze vergeleken op gebied van milieu beleid.
Mijn mailbox werd volgespamt door de Partij Voor De Dieren - God mag weten hoe ze aan mijn adres komen. Ze hebben me mailtjes gestuurd waarin één voor één alle andere partijen vergeleken en schaamteloos afgekraakt werden, tot ik het idee had dat er tussen de PvdD en GroenLinks een even groot verschil bestaat als tussen de PvdD en Geert Wilders.
Over Geert gesproken: ik draag al een paar weken een bandje waarop staat dat hij niet voor mij spreekt.
Het enige wat ik tot nu toe nog niet gedaan had was kijken naar een televisiedebat. Gelukkig heb vanavond nog een laatste kans, waar ik ook gebruik van maak.
Conclusie: het volgen van de campagnes heeft er niet direct voor gezorgd dat ik nu wel weet wat ik overal van vind, integendeel, er blijken nog veel meer onderwerpen te zijn om iets over te vinden dan ik al dacht. Amusant was het wel. Hadden we maar vaker verkiezingen...
Ah, ik denk dat ik al weet op welke partij ik daarvoor moet stemmen!
maandag 7 juni 2010
Modern Bijgeloof
"Doetetnie" Ik hang weer eens aan de balie bij de Rabobank. Het is vrijdagmiddag, vijf voor vijf, en mijn pinpas is helaas niet meer onder de levenden. Altijd handig, in het weekend.
"Zou je het niet eerst nog eens even testen?" zegt bankmevrouw. Braaf loop ik naar de automaat, maar ik weet bij voorbaat dat het zinloos is. Inmiddels heb ik de 'signs and symptoms' wel leren herkennen. De automaat wil mijn pasje niet eens meer innemen en houdt resoluut zijn denkbeeldige kaken op elkaar, als de beroemde brievenbus van Annie M.G. Schmidt.
"Maar waarom gebeurt dit steeds?" jammer ik, als ik weer aan de beurt ben. "Dit is al mijn vierde pas in minder dan een jaar!"
Ik kijk naar de dame achter de balie: chic gekleed, in 's Rabobanks eigen kledinglijn, blond haar strak in een knot, een modieuze bril. Prototype moderne zakenvrouw. Zij kan mij vast vertellen waarom al mijn pasjes zonder uiterlijk vertoon van schade binnen enkele maanden de geest geven.
"Het zijn de telefoons," antwoordt ze, bloedserieus, "de telefoons en de laptops en de detectiepoortjes. Overal is straling! Je moet zorgen dat je pas niet in de buurt komt van je mobiele telefoon of je laptop, want daar kunnen ze dus niet tegen. Minstens drie meter ertussen houden. Doe ik ook altijd."
Ik durf de dame nauwelijks te vragen hoe ik dan ins hemelsnaam moet internetbankieren en of dit dus betekent dat ik of mijn telefoon of mijn pinpas thuis moet laten als ik de deur uitga. Het is net alsof ik ineens weer terug ben op de de kleuterschool, waar de juf mijn moeder uitlegt dat ik een wollen muts op moet tegen de straling vanuit de kosmos en uit de buurt moet blijven van stopcontacten, walkmans, televisies en de spiegel, ter voorkoming van een verstoord ik-beeld.
Inmiddels is mijn nieuwe bankpasje gearriveerd. Helaas mag al het goede advies van de hoogopgeleide werknemers van de Rabobank niet baten: elke keer weet het ding op miraculeuze wijze vlak naast mijn computer te belanden. Ik let even niet op, en daar ligtie weer!
Misschien moet ik het pasje maar in een zelfgebreide, bobbelige wollen muts verstoppen, een veilig wapen tegen elke vorm van bijgeloof.
"Zou je het niet eerst nog eens even testen?" zegt bankmevrouw. Braaf loop ik naar de automaat, maar ik weet bij voorbaat dat het zinloos is. Inmiddels heb ik de 'signs and symptoms' wel leren herkennen. De automaat wil mijn pasje niet eens meer innemen en houdt resoluut zijn denkbeeldige kaken op elkaar, als de beroemde brievenbus van Annie M.G. Schmidt.
"Maar waarom gebeurt dit steeds?" jammer ik, als ik weer aan de beurt ben. "Dit is al mijn vierde pas in minder dan een jaar!"
Ik kijk naar de dame achter de balie: chic gekleed, in 's Rabobanks eigen kledinglijn, blond haar strak in een knot, een modieuze bril. Prototype moderne zakenvrouw. Zij kan mij vast vertellen waarom al mijn pasjes zonder uiterlijk vertoon van schade binnen enkele maanden de geest geven.
"Het zijn de telefoons," antwoordt ze, bloedserieus, "de telefoons en de laptops en de detectiepoortjes. Overal is straling! Je moet zorgen dat je pas niet in de buurt komt van je mobiele telefoon of je laptop, want daar kunnen ze dus niet tegen. Minstens drie meter ertussen houden. Doe ik ook altijd."
Ik durf de dame nauwelijks te vragen hoe ik dan ins hemelsnaam moet internetbankieren en of dit dus betekent dat ik of mijn telefoon of mijn pinpas thuis moet laten als ik de deur uitga. Het is net alsof ik ineens weer terug ben op de de kleuterschool, waar de juf mijn moeder uitlegt dat ik een wollen muts op moet tegen de straling vanuit de kosmos en uit de buurt moet blijven van stopcontacten, walkmans, televisies en de spiegel, ter voorkoming van een verstoord ik-beeld.
Inmiddels is mijn nieuwe bankpasje gearriveerd. Helaas mag al het goede advies van de hoogopgeleide werknemers van de Rabobank niet baten: elke keer weet het ding op miraculeuze wijze vlak naast mijn computer te belanden. Ik let even niet op, en daar ligtie weer!
Misschien moet ik het pasje maar in een zelfgebreide, bobbelige wollen muts verstoppen, een veilig wapen tegen elke vorm van bijgeloof.
zaterdag 8 mei 2010
One Million Giraffes
Ik hou wel van creatieve acties op internet. Gewoon, omdat het maf is, omdat het leuk is. Van de recente hype Chatroulette hoorde ik helaas pas toen het aantal creatievelingen al lang was verdrongen door het aantal perverselingen, maar het idee vond ik fantastisch.
En nu kwam ik vanmorgen dit tegen: www.onemilliongiraffes.com
Het idee is heel simpel. Een jongen is door zijn vriend uitgedaagd om binnen een jaar een miljoen giraffen te verzamelen. De enige regel is: de giraffen moeten zelf gemaakt zijn en daarbij mag je geen computer gebruiken. Voor de rest mag alles en kan alles. Dat leidt tot allerlei interessante resultaten, van snelle schetjes tot schaduw-giraffen tot stripverhalen tot zelfgemaakte knuffeldieren.
Dus misschien moeten we onze computers maar eens een middagje uitzetten en een giraffe fabriceren. Gewoon, omdat het maf is.
En nu kwam ik vanmorgen dit tegen: www.onemilliongiraffes.com
Het idee is heel simpel. Een jongen is door zijn vriend uitgedaagd om binnen een jaar een miljoen giraffen te verzamelen. De enige regel is: de giraffen moeten zelf gemaakt zijn en daarbij mag je geen computer gebruiken. Voor de rest mag alles en kan alles. Dat leidt tot allerlei interessante resultaten, van snelle schetjes tot schaduw-giraffen tot stripverhalen tot zelfgemaakte knuffeldieren.
Dus misschien moeten we onze computers maar eens een middagje uitzetten en een giraffe fabriceren. Gewoon, omdat het maf is.
zaterdag 1 mei 2010
De Kracht Van Wit
Afgelopen week heb ik een oriëntatiestage gelopen in het ziekenhuis, op de Longafdeling. Het doel van deze stage, zo in het eerste jaar van mijn studie, is dat ik een realistisch beeld ontwikkel van wat artsen nu eigenlijk de hele dag uitspoken. Een beetje de-romantiseren dus: er komt meer bij kijken dan als een engel, episch rondwapperend in een wit gewaad, mensenlevens redden. Gelukkig wist ik al wel dat de werkelijkheid er niet zo uit ziet, anders zou ik er waarschijnlijk in gebleven zijn.
Ook al ben ik een eerstejaars die maar een beetje mee komt kijken in de keuken, de regels van het ziekenhuis zijn direct op mij van toepassing: beroepsgeheim, netjes voorstellen aan de patiënt, professionele attitude, de regels der basale hygiëne en natuurlijk de Witte Jas. Ik hoef nog niets de kunnen en ik kan in feite ook nog helemaal niets, maar het lijkt ineens al heel wat. Nu mag ik bij de dokter in zijn spreekkamer zitten, aan zijn kant van het bureau.
De dokter stelt mij voor als zijn co-assistent - een flinke overdrijving in mijn ogen, want mijn co-schappen bevinden zich ergens vier jaar in de toekomst. Maar het is een woord dat mensen kennen, waardoor mijn aanwezigheid op die stoel gerechtvaardigd is. Sterker nog, soms lijken de patiënten meer tegen mij te praten dan tegen de dokter, die ondertussen rustig doortikt op zijn computer. Mijn kleine beetje kennis over longziekten verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra ik aangekeken word.
Als ik over de gang loop, in het kielzog van een dokter of assistent, word ik me nog bewuster van mezelf. Misschien denken ze wel dat ik ook zo'n Witjas ben, de mensen die wachten in de wachtkamers of liggen in hun ziekenhuisbedden. Misschien denken ze wel dat ik iets weet, iets kan. Oh, laten ze alsjeblieft niet denken dat ik iets kan!
Maar dat is de kracht van het uniform en dus ook van de witte jas: mensen denken dat je iets te betekenen hebt. Elke eerstejaars met een geleende doktersjas kan op een patiënt afstappen, zijn complete levensverhaal uitvragen en met een stethoscoop alle mogelijke muziekjes van het lichaam beluisteren, zonder een flauwe notie te hebben van wat het allemaal betekent. En misschien is dat ook wel helemaal niet erg, want zo leer je dingen.
Mijn stage was overigens ontzettend leuk. Ik heb heel veel gezien, en ook veel geleerd, al hoef ik dat niet allemaal te onthouden, zo benadrukte één van de arts-assistenten. Maar er is in ieder geval één ding wat ik geleerd heb en zeker niet ga vergeten: volgende keer dat ik die witte jas aan doe, wil ik me niet voelen als een klein meisje op een verkleedfeestje. Volgende keer WEET ik dingen, KAN ik dingen en ben ik al dat vertrouwen dat mensen lijken te hebben in al wat wit is en pillen uitdeelt, misschien nét ietsje meer waard.
Ook al ben ik een eerstejaars die maar een beetje mee komt kijken in de keuken, de regels van het ziekenhuis zijn direct op mij van toepassing: beroepsgeheim, netjes voorstellen aan de patiënt, professionele attitude, de regels der basale hygiëne en natuurlijk de Witte Jas. Ik hoef nog niets de kunnen en ik kan in feite ook nog helemaal niets, maar het lijkt ineens al heel wat. Nu mag ik bij de dokter in zijn spreekkamer zitten, aan zijn kant van het bureau.
De dokter stelt mij voor als zijn co-assistent - een flinke overdrijving in mijn ogen, want mijn co-schappen bevinden zich ergens vier jaar in de toekomst. Maar het is een woord dat mensen kennen, waardoor mijn aanwezigheid op die stoel gerechtvaardigd is. Sterker nog, soms lijken de patiënten meer tegen mij te praten dan tegen de dokter, die ondertussen rustig doortikt op zijn computer. Mijn kleine beetje kennis over longziekten verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra ik aangekeken word.
Als ik over de gang loop, in het kielzog van een dokter of assistent, word ik me nog bewuster van mezelf. Misschien denken ze wel dat ik ook zo'n Witjas ben, de mensen die wachten in de wachtkamers of liggen in hun ziekenhuisbedden. Misschien denken ze wel dat ik iets weet, iets kan. Oh, laten ze alsjeblieft niet denken dat ik iets kan!
Maar dat is de kracht van het uniform en dus ook van de witte jas: mensen denken dat je iets te betekenen hebt. Elke eerstejaars met een geleende doktersjas kan op een patiënt afstappen, zijn complete levensverhaal uitvragen en met een stethoscoop alle mogelijke muziekjes van het lichaam beluisteren, zonder een flauwe notie te hebben van wat het allemaal betekent. En misschien is dat ook wel helemaal niet erg, want zo leer je dingen.
Mijn stage was overigens ontzettend leuk. Ik heb heel veel gezien, en ook veel geleerd, al hoef ik dat niet allemaal te onthouden, zo benadrukte één van de arts-assistenten. Maar er is in ieder geval één ding wat ik geleerd heb en zeker niet ga vergeten: volgende keer dat ik die witte jas aan doe, wil ik me niet voelen als een klein meisje op een verkleedfeestje. Volgende keer WEET ik dingen, KAN ik dingen en ben ik al dat vertrouwen dat mensen lijken te hebben in al wat wit is en pillen uitdeelt, misschien nét ietsje meer waard.
donderdag 29 april 2010
Verhaal
Alles in de wereld heeft een eigen verhaal. Dat is een natuurlijk gevolg van het bestaan van ruimte en tijd, uiteraard, maar als je het je werkelijk realiseert is het nauwelijks te bevatten. Mensen, dieren, spullen, allemaal komen ze ergens vandaan en gaan ze ergens naartoe. En als ze nergens naartoe gaan, zoals de bomen in het bos en de gebouwen in de stad, dan zien ze de wereld dag na dag aan zich voorbij trekken.
Ik hou van verhalen. Het leuke van de wereld is dat je altijd in één verhaal de hoofdrol speelt, in meerderen een bijrol vervult en in nog veel meer gevallen slechts een figurant bent. Het niet-weten is bijna even leuk als het wel-weten: alle mensen die ik tegenkom gaan ergens heen, hebben een geheel eigen programma, dat ik nooit zal weten. Misschien kom ik ze nog vaker tegen, misschien ook wel nooit meer. In feite zou de hele wereld kunnen verdwijnen als ik de andere kant op kijk en ik zou het niet eens hoeven merken.
Genoeg gefilosofeerd. Soms weet je de verhalen namelijk wél.
Een paar weken geleden heb ik op Marktplaats een kast gekocht. Het is zo'n grote houten buffetkast, met glazen deurtjes boven, houten deurtjes beneden en daartussen een lade. Ik zocht al een tijdje naar iets dergelijks, voor in de keuken van het nieuwe huis waar ik en Roelof binnenkort gaan wonen.
Na meerdere keren vergeefs bieden of andere kasten, vond ik dit exemplaar. Helaas woonde de eigenaresse in Assen, wat lastig is als je over rijbewijs noch auto beschikt. Gelukkig wilde ze hem wel komen brengen, nouja, een kennis zou hem brengen, dat had ze nog van hem tegoed. Wat iemand wel niet voor je gedaan moet hebben wil je diegene een rit van Assen naar Rotterdam en terug schuldig zijn, dat weet ik ook niet.
De man die de kast bracht was al een avontuur op zich. Erg praatgraag, maar moeilijk verstaanbaar door een (Twents?) accent en natuurlijk het de trap opsjouwen van de kast. Toen hij weer vertrokken was en de kast veilig in onze gang stond hebben ik en Roelof nog geprobeerd zijn levensverhaal samen te stellen uit de vele puzzelstukjes die hij ons had nagelaten. Tevergeefs.
Zo had het natuurlijk kunnen blijven: een mooie kast, met wat sporen van gebruik en houtworm, een koopje, met wat mysterieuze verhalen van de bezorger, snel vergeten, verder niets. Ware het niet dat de vorige eigenaresse nog een mailtje stuurde. Hoe oud de kast is weet ik niet, schijnbaar ben ik al zijn derde baasje. Wat ik nu wel weet is dat hij meer van het leven gezien heeft dan ik, dat hij liefde heeft gezien, verdriet, ziekte, dood zelfs, dat hij mensen dierbaar is geweest en soms ook een blok aan het been. En daarmee is mijn 'nieuwe' keukenkast veel meer dan een gewoon meubel. Daarmee onderscheidt hij zich van de bank, de stoelen en het bed. Omdat ik wéét dat deze kast al geleefd heeft.
Hij is me nu al dierbaar.
Ik hou van verhalen. Het leuke van de wereld is dat je altijd in één verhaal de hoofdrol speelt, in meerderen een bijrol vervult en in nog veel meer gevallen slechts een figurant bent. Het niet-weten is bijna even leuk als het wel-weten: alle mensen die ik tegenkom gaan ergens heen, hebben een geheel eigen programma, dat ik nooit zal weten. Misschien kom ik ze nog vaker tegen, misschien ook wel nooit meer. In feite zou de hele wereld kunnen verdwijnen als ik de andere kant op kijk en ik zou het niet eens hoeven merken.
Genoeg gefilosofeerd. Soms weet je de verhalen namelijk wél.
Een paar weken geleden heb ik op Marktplaats een kast gekocht. Het is zo'n grote houten buffetkast, met glazen deurtjes boven, houten deurtjes beneden en daartussen een lade. Ik zocht al een tijdje naar iets dergelijks, voor in de keuken van het nieuwe huis waar ik en Roelof binnenkort gaan wonen.
Na meerdere keren vergeefs bieden of andere kasten, vond ik dit exemplaar. Helaas woonde de eigenaresse in Assen, wat lastig is als je over rijbewijs noch auto beschikt. Gelukkig wilde ze hem wel komen brengen, nouja, een kennis zou hem brengen, dat had ze nog van hem tegoed. Wat iemand wel niet voor je gedaan moet hebben wil je diegene een rit van Assen naar Rotterdam en terug schuldig zijn, dat weet ik ook niet.
De man die de kast bracht was al een avontuur op zich. Erg praatgraag, maar moeilijk verstaanbaar door een (Twents?) accent en natuurlijk het de trap opsjouwen van de kast. Toen hij weer vertrokken was en de kast veilig in onze gang stond hebben ik en Roelof nog geprobeerd zijn levensverhaal samen te stellen uit de vele puzzelstukjes die hij ons had nagelaten. Tevergeefs.
Zo had het natuurlijk kunnen blijven: een mooie kast, met wat sporen van gebruik en houtworm, een koopje, met wat mysterieuze verhalen van de bezorger, snel vergeten, verder niets. Ware het niet dat de vorige eigenaresse nog een mailtje stuurde. Hoe oud de kast is weet ik niet, schijnbaar ben ik al zijn derde baasje. Wat ik nu wel weet is dat hij meer van het leven gezien heeft dan ik, dat hij liefde heeft gezien, verdriet, ziekte, dood zelfs, dat hij mensen dierbaar is geweest en soms ook een blok aan het been. En daarmee is mijn 'nieuwe' keukenkast veel meer dan een gewoon meubel. Daarmee onderscheidt hij zich van de bank, de stoelen en het bed. Omdat ik wéét dat deze kast al geleefd heeft.
Hij is me nu al dierbaar.
zaterdag 27 maart 2010
Laat Ze Maar Omvallen
Afgelopen dinsdag had ik mijn EHBO examen. Ik was ontzettend zenuwachtig, want ik heb het niet zo op praktijkexamens. Faalangstig als ik soms kan zijn, vind ik het veel minder erg dat een anonieme corrector zich verbaasd over bizarre fouten in mijn tentamen dan dat ik de plank volledig mis sla onder het toeziend oog van vier examinatoren. Ik had dus behoorlijk hard zitten leren en op meerdere nietsvermoedende mensen geoefend met de Heimlich.
EHBO is niet ingewikkeld. Er zijn alleen ontzettend veel richtlijnen en uitzonderingen voor specifieke situaties, zodat je als hulpverlener nooit met je mond vol tanden komt te staan. Alles moet uiteraard ook in een specifieke volgorde, die je moet kunnen dromen, zodat je geen essentiële dingen over het hoofd ziet in een kritieke situatie. Dat dat bij ons, studentjes, nog niet helemaal het geval is, bleek wel uit het feit dat sommige mensen vergaten 112 te (laten) bellen, één van de dingen die toch wel belangrijk was om te slagen.
Bij mij ging het eigenlijk wel goed. Ik had alleen wat moeite mijn simulatiepatiënt, een stevige ouderejaars, uit de brandende C&A te weg te slepen. Toen gaf ik hem per ongeluk ook nog een kniestoot tegen zijn hoofd, wat de examinator gelukkig niet zag, want als je nog geen nekletsel had zou je het er wel van krijgen.
Nu ben ik dus officieel bevoegd EHBO'er, met een pasje (BLS, CRP, AED!) en een beademingsmasker aan mijn sleutelbos.
Als ik over straat ga kijk ik zoekend om me heen of ik al mensen een hartaanval of een ongeluk zie krijgen. Tot op heden weinig geluk. Als je een tijd wekelijks twee uur geoefend hebt met allerlei omvallende en instortende slachtoffers krijg je toch het idee dat zoiets heel vaak voor zou moeten komen. Maar mensen krijgen hun circulatiestilstand misschien liever op achterafkamertjes.
EHBO is niet ingewikkeld. Er zijn alleen ontzettend veel richtlijnen en uitzonderingen voor specifieke situaties, zodat je als hulpverlener nooit met je mond vol tanden komt te staan. Alles moet uiteraard ook in een specifieke volgorde, die je moet kunnen dromen, zodat je geen essentiële dingen over het hoofd ziet in een kritieke situatie. Dat dat bij ons, studentjes, nog niet helemaal het geval is, bleek wel uit het feit dat sommige mensen vergaten 112 te (laten) bellen, één van de dingen die toch wel belangrijk was om te slagen.
Bij mij ging het eigenlijk wel goed. Ik had alleen wat moeite mijn simulatiepatiënt, een stevige ouderejaars, uit de brandende C&A te weg te slepen. Toen gaf ik hem per ongeluk ook nog een kniestoot tegen zijn hoofd, wat de examinator gelukkig niet zag, want als je nog geen nekletsel had zou je het er wel van krijgen.
Nu ben ik dus officieel bevoegd EHBO'er, met een pasje (BLS, CRP, AED!) en een beademingsmasker aan mijn sleutelbos.
Als ik over straat ga kijk ik zoekend om me heen of ik al mensen een hartaanval of een ongeluk zie krijgen. Tot op heden weinig geluk. Als je een tijd wekelijks twee uur geoefend hebt met allerlei omvallende en instortende slachtoffers krijg je toch het idee dat zoiets heel vaak voor zou moeten komen. Maar mensen krijgen hun circulatiestilstand misschien liever op achterafkamertjes.
dinsdag 16 maart 2010
Ongemakkelijk/Pijnlijk
Vanmiddag heb ik geprobeerd mijn broertje de betekenis van het woord 'awkward' uit te leggen. Het is namelijk een prachtig woord, lang niet zo goed als de Nederlandse alternatieven 'ongemakkelijk' of 'pijnlijk'. De woordenboekvertalingen 'lomp' en 'vervelend' dekken de lading mijns inziens al helemaal niet. Maar misschien is het woord inmiddels wel een eigen leven gaan leiden in mijn hoofd en is het zijn originele betekenis al lang kwijt, wie weet. Ik leerde Daan dus mijn interpretatie van het woord en niets is daarbij zo treffend als een voorbeeld, zoals de situatie die vanmorgen ontstond met één van mijn betere studievriendinnetjes, die mij in het weekend had gemaild om me uit te nodigen voor haar verjaardag.
Ik: "Bedankt voor je uitnodiging!"
Zij: "Uitnoding?!"
*perplexe stilte*
...
Ik, onzeker: "Ja, euh... je uitnodiging voor je verjaardag... voor zaterdag, weetjewel..."
Zij: "Maar ik heb je helemaal niet uitgenodigd! Dat mailtje was bedoeld voor een andere Eva!"
Ik: "Oh."
Zij: "Maar je mag natuurlijk wel... weetjewel... als je wilt... enzo..." *gestamel*
Ja, wat moet ik dan? Het feestje stond al in mijn agenda. Ik had zelfs al opgezocht waar ze woonde en welke bus ik moest nemen. Alleen is de rol van party crasher me niet echt op het lijf geschreven.
Ik heb me serieus zelfs even afgevraagd of ik me beledigd moest voelen dat ik niet uitgenodigd was, maar ik bedacht dat ik dat ook niet geweest zou zijn als ik het hele mailtje nooit gehad had. Om mezelf een houding te geven verstopte ik me maar snel achter mijn boek. Waarna zij het niet kon laten tussen de colleges door toch nog een aantal keer te melden dat ik toch vooral langs moest komen, als ik daar behoefte aan had.
Ik: "Bedankt voor je uitnodiging!"
Zij: "Uitnoding?!"
*perplexe stilte*
...
Ik, onzeker: "Ja, euh... je uitnodiging voor je verjaardag... voor zaterdag, weetjewel..."
Zij: "Maar ik heb je helemaal niet uitgenodigd! Dat mailtje was bedoeld voor een andere Eva!"
Ik: "Oh."
Zij: "Maar je mag natuurlijk wel... weetjewel... als je wilt... enzo..." *gestamel*
Ja, wat moet ik dan? Het feestje stond al in mijn agenda. Ik had zelfs al opgezocht waar ze woonde en welke bus ik moest nemen. Alleen is de rol van party crasher me niet echt op het lijf geschreven.
Ik heb me serieus zelfs even afgevraagd of ik me beledigd moest voelen dat ik niet uitgenodigd was, maar ik bedacht dat ik dat ook niet geweest zou zijn als ik het hele mailtje nooit gehad had. Om mezelf een houding te geven verstopte ik me maar snel achter mijn boek. Waarna zij het niet kon laten tussen de colleges door toch nog een aantal keer te melden dat ik toch vooral langs moest komen, als ik daar behoefte aan had.
zondag 14 maart 2010
De AAAAA
Als er één beroepsgroep berucht is vanwege het gebruiken van voor de normale mens onbegrijpelijk vakjargon, zijn het volgens mij wel de medici. Objectief gezien valt dit misschien nog wel mee - elk wereldje heeft zo zijn eigen bizarre termen - maar uiteindelijk komt iedereen vroeg of laat met de gezondheidszorg en dus ook met het bijbehorende taalgebruik in aanraking. Zeker het feit dat deze vocabulaire deels is opgebouwd uit (potjes-) Latijn maakt het voor veel mensen bijzonder raadselachtig, lijkt me.
Eén van de dingen die ik als geneeskundestudent moet doen is me de taal van de geneeskunde eigen maken. En dat het liefst zonder de mogelijkheid in normaal Nederlands te communiceren totaal te verliezen. De kunst is volgens mij dat je uiteindelijk een brug kunt slaan tussen het taalgebruik van leerboeken, naslagwerken en publicaties in belangrijke tijdschriften en de leefwereld van patiënten. Helaas is voor de meeste medische termen niet eens een 'gewoon woord' beschikbaar.
Daar komt nog bij dat er in de geneeskunde voor echt alles wat je kunt verzinnen een woord is. In de anatomie bijvoorbeeld heeft elk ribbeltje op een bot en elk miniscuul spierbundeltje zijn eigen naam. Ook alle processen, genen, eiwitten, enzymen, transporters en natuurlijk alle afwijkingen die op die gebieden en elders kunnen ontstaan worden zorgvuldig benoemd.
De gebruikte termen zijn vaak erg lang. Dit heeft ertoe geleid dat er ook nog vreselijk veel afkortingen gebruikt worden, wat het er voor de student niet makkelijker op maakt. Dacht je te weten dat IC voor Intensive Care stond, blijkt het ineens ook Intercalair Cel te kunnen betekenen. De ene week wordt er met PT gedoeld op de proximale tubulus, het volgende moment betekent het protrombine tijd.
En dan heb ik het nog niet eens over alle acronymen die gebruikt worden. Tijdens de eerste EHBO les lijkt een acronym als STOP (Stop, Think, Observe, Plan) nog heel handig, maar na een paar lessen is het niet alleen STOP, maar ook ABC(DE), MIST, RICE en HOLK (?).
Ook de wereld van het onderzoek bedient zich van dergelijke acronymen. Studies over stentgebruik krijgen catchy namen als BENESTENT of CAPRI. Ik ben ook al studies tegengekomen met namen als CURE, VANQUISH, of zelfs COPERNICUS. Al die letters staan ook nog echt voor een woord, en dat woord is ook nog echt gerelateerd aan het onderwerp. En dan was men nog verbaasd toen iedereen het voor zoete koek slikte dat de afkorting PAINTBALL voor een obscure psychische afwijking zou staan, met als kenmerken roekeloosheid en blauwe plekken.
Kortom, ik denk dat de geneeskundige wereld wel toe is aan een eigen tak van de AAAAA: de Association for the Abolition of Abused Abbreviations and Asinine Acronyms.
Eén van de dingen die ik als geneeskundestudent moet doen is me de taal van de geneeskunde eigen maken. En dat het liefst zonder de mogelijkheid in normaal Nederlands te communiceren totaal te verliezen. De kunst is volgens mij dat je uiteindelijk een brug kunt slaan tussen het taalgebruik van leerboeken, naslagwerken en publicaties in belangrijke tijdschriften en de leefwereld van patiënten. Helaas is voor de meeste medische termen niet eens een 'gewoon woord' beschikbaar.
Daar komt nog bij dat er in de geneeskunde voor echt alles wat je kunt verzinnen een woord is. In de anatomie bijvoorbeeld heeft elk ribbeltje op een bot en elk miniscuul spierbundeltje zijn eigen naam. Ook alle processen, genen, eiwitten, enzymen, transporters en natuurlijk alle afwijkingen die op die gebieden en elders kunnen ontstaan worden zorgvuldig benoemd.
De gebruikte termen zijn vaak erg lang. Dit heeft ertoe geleid dat er ook nog vreselijk veel afkortingen gebruikt worden, wat het er voor de student niet makkelijker op maakt. Dacht je te weten dat IC voor Intensive Care stond, blijkt het ineens ook Intercalair Cel te kunnen betekenen. De ene week wordt er met PT gedoeld op de proximale tubulus, het volgende moment betekent het protrombine tijd.
En dan heb ik het nog niet eens over alle acronymen die gebruikt worden. Tijdens de eerste EHBO les lijkt een acronym als STOP (Stop, Think, Observe, Plan) nog heel handig, maar na een paar lessen is het niet alleen STOP, maar ook ABC(DE), MIST, RICE en HOLK (?).
Ook de wereld van het onderzoek bedient zich van dergelijke acronymen. Studies over stentgebruik krijgen catchy namen als BENESTENT of CAPRI. Ik ben ook al studies tegengekomen met namen als CURE, VANQUISH, of zelfs COPERNICUS. Al die letters staan ook nog echt voor een woord, en dat woord is ook nog echt gerelateerd aan het onderwerp. En dan was men nog verbaasd toen iedereen het voor zoete koek slikte dat de afkorting PAINTBALL voor een obscure psychische afwijking zou staan, met als kenmerken roekeloosheid en blauwe plekken.
Kortom, ik denk dat de geneeskundige wereld wel toe is aan een eigen tak van de AAAAA: de Association for the Abolition of Abused Abbreviations and Asinine Acronyms.
zaterdag 27 februari 2010
Mening Gezocht
Toen ik nog klein was, kon ik eigenlijk slechts één ding bedenken dat me interessant leek aan volwassen worden. Ik heb niets met auto's en om roken, drank en wettelijke zelfstandigheid gaf ik ook geen drol, maar stemmen, dat leek me wel wat. Liefst met een rood potlood en een echte stembus natuurlijk, maar de stemcomputer waarop ik een keer voor mijn moeder heb mogen stemmen, vond ik ook wild interessant. Stemmen, dat betekende meebeslissen, bepalen wat er met het land gebeurde en Iets betekenen in de wereld.
Inmiddels ben ik al bijna twintig en heb nog steeds nooit zelf gestemd. Er is weliswaar één verkiezing langs gekomen waarbij ik een stem had mogen uitbrengen, maar toen heb ik - laks - het machtigingsformulier getekend en het aan mijn moeder overgelaten. Nu zit het er dan toch weer aan te komen met de gemeenteraadsverkiezingen... De stempas ligt klaar.
Van mijn eerdere stemzucht is helaas niet veel meer over. Mogen kiezen is heel wat, maar dan moet je eigenlijk ook goed kiezen. Zelfs niet-kiezen is een vorm van kiezen en als Volwassen Persoon zou je welke keuze je dan ook maakt, toch een beetje moeten kunnen verantwoorden.
Maar eerlijk gezegd voel ik me helemaal niet klaar om wat dan ook te verantwoorden. Ik verdiep me nauwelijks in de actualiteit, het journaal zie ik misschien drie keer per jaar en van de kranten krijg ik behalve de stripjes, puzzeltjes en columns ook bedroevend weinig mee. Meestal maakt dat niet zo veel uit - ik word zelden geconfronteerd met mijn actualiteitshaat. Nu is het toch lastig. Ik heb geen idee wat er allemaal speelt. Ja, alle herrie uit de Wilders-hoek en het feit dat we ineens geen kabinet meer hebben, kan niemand ontgaan zijn, maar wat betreft de subtielere zaken tast ik compleet in het duister, zeker op gemeenteniveau. En de tijd dat ik gewoon mijn ouders na kon doen zonder verder ergens over na te denken is nu toch wel voorbij.
Gelukkig was er nog een mogelijke redding. Ik had al mijn hoop gevestigd op de stemwijzer. Een stemadvies, gebaseerd op mijn aller-eigenste mening over een set duidelijke en essentiële stellingen, dat leek me wel verantwoordelijk genoeg. Helaas las ik laatst (in de krant!) dat de stemwijzers helemaal niet zo betrouwbaar zijn als ze ogen. Het niet eens zijn met een stelling kan bijvoorbeeld zowel betekenen dat je de betreffende maatregel veel te extreem vindt of juist te zwak. Nou, dat maakt nogal een verschil.
Tijdens het schrijven van bovenstaand verhaal besloot ik echter dat ik toch iets moest met mijn gebrek aan duidelijke mening op politiek gebied. Hoe kan ik nu beweren dat ik voor democratie ben als ik zelf al te beroerd ben er wat tijd in te steken? Dus heb ik me voorgenomen me voor begin juni écht te verdiepen in alle partijprogramma's. Aangezien dat er voor aankomende woensdag sowieso niet meer inzit heb ik mezelf voor deze keer dan maar toegestaan toch de stemwijzer te gebruiken. Uiteraard krijg ik direct het advies op één van de meest wazige, onbekende en one-issue-achtige partijen te stemmen... Waarom was er geen stelling over het bestaansrecht van dergelijke initiatieven?
Inmiddels ben ik al bijna twintig en heb nog steeds nooit zelf gestemd. Er is weliswaar één verkiezing langs gekomen waarbij ik een stem had mogen uitbrengen, maar toen heb ik - laks - het machtigingsformulier getekend en het aan mijn moeder overgelaten. Nu zit het er dan toch weer aan te komen met de gemeenteraadsverkiezingen... De stempas ligt klaar.
Van mijn eerdere stemzucht is helaas niet veel meer over. Mogen kiezen is heel wat, maar dan moet je eigenlijk ook goed kiezen. Zelfs niet-kiezen is een vorm van kiezen en als Volwassen Persoon zou je welke keuze je dan ook maakt, toch een beetje moeten kunnen verantwoorden.
Maar eerlijk gezegd voel ik me helemaal niet klaar om wat dan ook te verantwoorden. Ik verdiep me nauwelijks in de actualiteit, het journaal zie ik misschien drie keer per jaar en van de kranten krijg ik behalve de stripjes, puzzeltjes en columns ook bedroevend weinig mee. Meestal maakt dat niet zo veel uit - ik word zelden geconfronteerd met mijn actualiteitshaat. Nu is het toch lastig. Ik heb geen idee wat er allemaal speelt. Ja, alle herrie uit de Wilders-hoek en het feit dat we ineens geen kabinet meer hebben, kan niemand ontgaan zijn, maar wat betreft de subtielere zaken tast ik compleet in het duister, zeker op gemeenteniveau. En de tijd dat ik gewoon mijn ouders na kon doen zonder verder ergens over na te denken is nu toch wel voorbij.
Gelukkig was er nog een mogelijke redding. Ik had al mijn hoop gevestigd op de stemwijzer. Een stemadvies, gebaseerd op mijn aller-eigenste mening over een set duidelijke en essentiële stellingen, dat leek me wel verantwoordelijk genoeg. Helaas las ik laatst (in de krant!) dat de stemwijzers helemaal niet zo betrouwbaar zijn als ze ogen. Het niet eens zijn met een stelling kan bijvoorbeeld zowel betekenen dat je de betreffende maatregel veel te extreem vindt of juist te zwak. Nou, dat maakt nogal een verschil.
Tijdens het schrijven van bovenstaand verhaal besloot ik echter dat ik toch iets moest met mijn gebrek aan duidelijke mening op politiek gebied. Hoe kan ik nu beweren dat ik voor democratie ben als ik zelf al te beroerd ben er wat tijd in te steken? Dus heb ik me voorgenomen me voor begin juni écht te verdiepen in alle partijprogramma's. Aangezien dat er voor aankomende woensdag sowieso niet meer inzit heb ik mezelf voor deze keer dan maar toegestaan toch de stemwijzer te gebruiken. Uiteraard krijg ik direct het advies op één van de meest wazige, onbekende en one-issue-achtige partijen te stemmen... Waarom was er geen stelling over het bestaansrecht van dergelijke initiatieven?
zaterdag 20 februari 2010
Het Stomme Van Een Blog
Het stomme van een blog is dat je niet mag schrijven wat je wil. Het lijkt misschien van wel, maar schijn bedriegt. Je mag bijvoorbeeld nooit lelijk doen over mensen. Je zou bijvoorbeeld, puur hypothetisch, nooit kunnen schrijven dat je je schoonmoeder liever in de kelder vast zou ketenen, dan haar uit te nodigen voor een kerstdiner. In dat geval zal namelijk vrij snel blijken dat je schoonmoeder een van je trouwste lezers is. Of was.
Dat is allemaal nog niet zo heel erg, want maar weinig mensen maken een blog alleen maar om op hun schoonmoeder, of een willekeurig ander iemand, te haten. En als je per se toch online op iemand wil haten, kun je altijd nog voor Geert Wilders gaan. Nee, de schoonmoeder-regel is zo erg nog niet.
Wat wel erg is, is dat je ook niet een beetje lelijk mag doen over mensen. Je mag niet zeggen dat Buurman Jansen af en toe schreeuwt tegen zijn kinderen. Of dat Collega Pietersen zo hysterisch kan doen soms, ook al is het verder een heel aardig mens.
Maar, wacht maar af, het wordt nog erger: je mag ook niet de suggestie wekken dat je mogelijk wel eens een beetje lelijk zou willen doen over mensen. Eigenlijk mag je zelfs niet eens namen van mensen noemen, omdat je daarmee hun privacy schendt of ze googlebaar maakt of iets dergelijks. Als je je daar niet aan houdt kan dat je zomaar een vriendschap, een baan of een reputatie kosten. Ik mag dus eigenlijk alleen maar over mezelf schrijven, blog in, blog uit, jaar in, jaar uit. En dat terwijl dit volgens mij ongeveer de minst gelezen blog op het hele world wide web is!
Dat is allemaal nog niet zo heel erg, want maar weinig mensen maken een blog alleen maar om op hun schoonmoeder, of een willekeurig ander iemand, te haten. En als je per se toch online op iemand wil haten, kun je altijd nog voor Geert Wilders gaan. Nee, de schoonmoeder-regel is zo erg nog niet.
Wat wel erg is, is dat je ook niet een beetje lelijk mag doen over mensen. Je mag niet zeggen dat Buurman Jansen af en toe schreeuwt tegen zijn kinderen. Of dat Collega Pietersen zo hysterisch kan doen soms, ook al is het verder een heel aardig mens.
Maar, wacht maar af, het wordt nog erger: je mag ook niet de suggestie wekken dat je mogelijk wel eens een beetje lelijk zou willen doen over mensen. Eigenlijk mag je zelfs niet eens namen van mensen noemen, omdat je daarmee hun privacy schendt of ze googlebaar maakt of iets dergelijks. Als je je daar niet aan houdt kan dat je zomaar een vriendschap, een baan of een reputatie kosten. Ik mag dus eigenlijk alleen maar over mezelf schrijven, blog in, blog uit, jaar in, jaar uit. En dat terwijl dit volgens mij ongeveer de minst gelezen blog op het hele world wide web is!
maandag 15 februari 2010
Oudleerling
"Wel vrij houden, hè, 5 februari?" Mijn moeder had het er al maanden over: 5 februari, de open dag van het Stedelijk, mijn oude middelbare school. Mijn broertje moet namelijk dit jaar kiezen naar welke school hij zelf wil, en toen hij bij mijn eigen school ging kijken, moest ik natuurlijk wel mee. Wie weet zou het wel deuren openen...
Het Stedelijk hanteert namelijk sinds een paar jaar een lotingssysteem, aangezien er te veel aanmeldingen zijn voor de eerste klas. Er is wel een soort regeling dat kinderen die al een broertje of zusje hebben zo toegelaten worden, maar gaat dat ook op als je een zus hebt die al twee jaar geleden examen heeft gedaan?
Dat bleek helaas niet zo zijn, zelfs mijn puppydogeyes konden de coördinator niet zover krijgen dat hij een uitzondering maakt voor Daan. Maar dat mocht de pret niet drukken, want ik vond het eigenlijk wel heel gaaf om weer een keer terug te zijn op 'mijn school'. Hoewel er wat kleine dingen veranderd zijn - krijg nou wat, het duistere lokaal 2 heeft nu ramen! - is het grotendeels nog exact hetzelfde. Ik realiseerde me ineens dat ik het eigenlijk nog steeds een beetje mis.
De meeste leraren zijn er ook nog steeds - tot mijn verbazing wisten ze ook vrijwel allemaal nog wie ik ben. Niet dat ik mezelf zo'n grijze muis vind, maar je moet toch bedenken dat die mensen honderden leerlingen per jaar zien langskomen. De enige die me compleet vergeten was, was mijn oude aardrijkskundeleraar. Hij verklaarde heel trots dat hij Roelof, die ook mee was, nog wel kende, omdat hij ooit Roelofs mentor geweest was. Het duurde even voor ik me realiseerde dat de man in datzelfde jaar ook mijn mentor was...
Al met al was het heel leuk om mijn Grieks leraar te vragen wat hij er nu van zou vinden als de proefvertaling geschrapt werd, om bij mijn tekenleraar te informeren hoe het moet met de aquarelleerweek in Schoorl nu het halve duingebied daar is weggefikt, om te ontdekken dat er in de Duitse les nog steeds 'Berlin Berlin' gekeken wordt, om me samen met de hele wiskundesectie te verbazen over een uitermate vreemd profielwerkstuk, om in het biologielokaal nog een Veldwerkdagen project van ons eigen jaar te vinden, zelfs om weg te duiken toen de natuurkundeleraar die mij niet zo mocht de gang in kwam.
Het is was heel vreemd om me te realiseren dat ik en Roelof en al onze klas- en jaargenoten ineens deel uitmaken van die illustere groep van Oudleerlingen, waar de leraren hun nieuwe klassen, soms vol trots, over vertellen. Soms zou ik best nog wel even niet-oud leerling willen zijn.
Overigens heb ik vrijwel alle leraren plechtig moeten beloven alle ex-Stedelijkers waar ik nog contact mee heb de heel hartelijke groeten te doen, dus bij deze.
Het Stedelijk hanteert namelijk sinds een paar jaar een lotingssysteem, aangezien er te veel aanmeldingen zijn voor de eerste klas. Er is wel een soort regeling dat kinderen die al een broertje of zusje hebben zo toegelaten worden, maar gaat dat ook op als je een zus hebt die al twee jaar geleden examen heeft gedaan?
Dat bleek helaas niet zo zijn, zelfs mijn puppydogeyes konden de coördinator niet zover krijgen dat hij een uitzondering maakt voor Daan. Maar dat mocht de pret niet drukken, want ik vond het eigenlijk wel heel gaaf om weer een keer terug te zijn op 'mijn school'. Hoewel er wat kleine dingen veranderd zijn - krijg nou wat, het duistere lokaal 2 heeft nu ramen! - is het grotendeels nog exact hetzelfde. Ik realiseerde me ineens dat ik het eigenlijk nog steeds een beetje mis.
De meeste leraren zijn er ook nog steeds - tot mijn verbazing wisten ze ook vrijwel allemaal nog wie ik ben. Niet dat ik mezelf zo'n grijze muis vind, maar je moet toch bedenken dat die mensen honderden leerlingen per jaar zien langskomen. De enige die me compleet vergeten was, was mijn oude aardrijkskundeleraar. Hij verklaarde heel trots dat hij Roelof, die ook mee was, nog wel kende, omdat hij ooit Roelofs mentor geweest was. Het duurde even voor ik me realiseerde dat de man in datzelfde jaar ook mijn mentor was...
Al met al was het heel leuk om mijn Grieks leraar te vragen wat hij er nu van zou vinden als de proefvertaling geschrapt werd, om bij mijn tekenleraar te informeren hoe het moet met de aquarelleerweek in Schoorl nu het halve duingebied daar is weggefikt, om te ontdekken dat er in de Duitse les nog steeds 'Berlin Berlin' gekeken wordt, om me samen met de hele wiskundesectie te verbazen over een uitermate vreemd profielwerkstuk, om in het biologielokaal nog een Veldwerkdagen project van ons eigen jaar te vinden, zelfs om weg te duiken toen de natuurkundeleraar die mij niet zo mocht de gang in kwam.
Het is was heel vreemd om me te realiseren dat ik en Roelof en al onze klas- en jaargenoten ineens deel uitmaken van die illustere groep van Oudleerlingen, waar de leraren hun nieuwe klassen, soms vol trots, over vertellen. Soms zou ik best nog wel even niet-oud leerling willen zijn.
Overigens heb ik vrijwel alle leraren plechtig moeten beloven alle ex-Stedelijkers waar ik nog contact mee heb de heel hartelijke groeten te doen, dus bij deze.
vrijdag 12 februari 2010
Mode by Zeeman
Zoals wel bleek uit mijn kunstzinnige compilatie van vorige maand heb ik het niet zo op mode en 'merkkleding'. In mijn ogen is modebewustheid niets anders dan dure, vaak lelijke kleding kopen, alleen omdat bepaalde bladen en experts dat toevallig voorschrijven, uit angst dat je anders uit de toon valt. Je kunt er trouwens ook uitermate goed mee showen dat je meer geld hebt dan de rest.
Zo is er in de klas van mijn broertje (groep 8) een jongetje dat alleen nog meer 'merk-onderbroeken' wil dragen. Ik bedoel die afschuwelijke dingen met zo'n enorme elastieke band die liefst ruim boven je broek uit moet steken en waarop dan iemand anders naam staat. En dan ben je elf jaar oud! Nog even en ze gaan hun vriendjes uitkiezen op het merk auto van de vader...
Gelukkig lijkt het erop dat de Zeeman (onbewust) met een tegenaanval gestart heeft op het merk-onderbroekenfront. Er is namelijk geen enkel objectief verschil tussen de dure onderbroeken van Björn Borg &consorten en de kanariegele Zeeman boxer die nu alle billboards siert. Behalve dan het feit dat geen van alle zogenaamd modebewuste mensen zelfs maar dood gevonden zou willen worden in kleding van de Zeeman. Misschien gaat er bij sommige mensen nu eindelijk eens een belletje rinkelen dat ze alleen maar geld uitgeven om duur te doen en dat smaak er totaal niets meer mee te maken heeft.
Misschien haal ik er zelfs wel eentje, zo'n Zeeman geval... Ze schijnen gratis te zijn.
Zo is er in de klas van mijn broertje (groep 8) een jongetje dat alleen nog meer 'merk-onderbroeken' wil dragen. Ik bedoel die afschuwelijke dingen met zo'n enorme elastieke band die liefst ruim boven je broek uit moet steken en waarop dan iemand anders naam staat. En dan ben je elf jaar oud! Nog even en ze gaan hun vriendjes uitkiezen op het merk auto van de vader...
Gelukkig lijkt het erop dat de Zeeman (onbewust) met een tegenaanval gestart heeft op het merk-onderbroekenfront. Er is namelijk geen enkel objectief verschil tussen de dure onderbroeken van Björn Borg &consorten en de kanariegele Zeeman boxer die nu alle billboards siert. Behalve dan het feit dat geen van alle zogenaamd modebewuste mensen zelfs maar dood gevonden zou willen worden in kleding van de Zeeman. Misschien gaat er bij sommige mensen nu eindelijk eens een belletje rinkelen dat ze alleen maar geld uitgeven om duur te doen en dat smaak er totaal niets meer mee te maken heeft.
Misschien haal ik er zelfs wel eentje, zo'n Zeeman geval... Ze schijnen gratis te zijn.
zaterdag 30 januari 2010
Huis
Twee weken geleden had ik een familiefeestje ter ere van de tachtigste verjaardag van mijn oma. Primaire attracties, afgezien van de jarige zelf en de groots opgezette high tea, waren mijn één jaar oudere nichtje en haar vriend.
Eerst begreep ik niet zo goed waarom zij zich continu midden in een kring van nieuwsgierige toehoorders leken te bevinden. Blijkbaar hoorde ik nog niet tot de groep ingewijden. Roelof dacht wel iets opgevangen te hebben over 'negen maanden' en 'uitgerekend', maar dat bleek toch een slip of the ear te zijn.
In werkelijkheid centreerde alle mysterie zich rondom een mapje met plattegronden en foto's: ze hebben samen een huis gekocht.
Natuurlijk liet de vraag of ik binnenkort dan ook uit huis zou gaan daarna niet lang meer op zich wachten.
Ik durfde daar niet zo goed wat over te zeggen. Plannen, ja, plannen zijn er altijd, maar concrete actie, daar ontbrak het op het uit-huis-vlak een beetje aan. Eigenlijk was er wel een iets concreter plan dan alleen deze wazige intentie, maar de rol die ik daar in had was dusdanig afwachtend dat ik er eigenlijk niets over durfde te zeggen.
Er bleek echter toch iets gelekt te zijn, want even later vroeg toevallig juist mijn nichtje aan Roelof of het klopte dat hij een huis wilde gaan kopen. "Ja, dat klopt." En of ik in dat geval ook mee zou gaan verhuizen. "Ja, dat is wel de bedoeling."
Eergisteren zijn we voor het eerst naar een huis gaan kijken. Een hele verrassing voor de makelaar: twee studenten die op schimmige wijze een huis willen gaan kopen. (Nouja, kopen en onderhuren, maar dat is vloeken in de makelaarskerk.)
Het huis in kwestie was mooi, en netjes en ja, waar moet je eigenlijk nog meer naar kijken? Ik weet het allemaal niet en ik vind het ook ontzettend spannend, al ben ik niet eens degene die het zou gaan kopen. Maar wat eerst nog maanden weg leek, komt nu ineens wel heel dichtbij.
Eerst begreep ik niet zo goed waarom zij zich continu midden in een kring van nieuwsgierige toehoorders leken te bevinden. Blijkbaar hoorde ik nog niet tot de groep ingewijden. Roelof dacht wel iets opgevangen te hebben over 'negen maanden' en 'uitgerekend', maar dat bleek toch een slip of the ear te zijn.
In werkelijkheid centreerde alle mysterie zich rondom een mapje met plattegronden en foto's: ze hebben samen een huis gekocht.
Natuurlijk liet de vraag of ik binnenkort dan ook uit huis zou gaan daarna niet lang meer op zich wachten.
Ik durfde daar niet zo goed wat over te zeggen. Plannen, ja, plannen zijn er altijd, maar concrete actie, daar ontbrak het op het uit-huis-vlak een beetje aan. Eigenlijk was er wel een iets concreter plan dan alleen deze wazige intentie, maar de rol die ik daar in had was dusdanig afwachtend dat ik er eigenlijk niets over durfde te zeggen.
Er bleek echter toch iets gelekt te zijn, want even later vroeg toevallig juist mijn nichtje aan Roelof of het klopte dat hij een huis wilde gaan kopen. "Ja, dat klopt." En of ik in dat geval ook mee zou gaan verhuizen. "Ja, dat is wel de bedoeling."
Eergisteren zijn we voor het eerst naar een huis gaan kijken. Een hele verrassing voor de makelaar: twee studenten die op schimmige wijze een huis willen gaan kopen. (Nouja, kopen en onderhuren, maar dat is vloeken in de makelaarskerk.)
Het huis in kwestie was mooi, en netjes en ja, waar moet je eigenlijk nog meer naar kijken? Ik weet het allemaal niet en ik vind het ook ontzettend spannend, al ben ik niet eens degene die het zou gaan kopen. Maar wat eerst nog maanden weg leek, komt nu ineens wel heel dichtbij.
maandag 18 januari 2010
zaterdag 16 januari 2010
Death By Chocolate
Degene die ooit het concept 'Death by Chocolate' heeft bedacht, had het goed in de gaten: chocola kan dodelijk zijn. Ik dacht dat ik dat al ontdekt had na het maken van Sylvia Wittemans fameuze chocoladetruffeltaart, maar het monster dat ik en Roelof vorig weekend gecreëerd hebben, bleek nog veel fataler. Een witte chocoladetaart. Sterker nog, een luxe witte chocoladetaart.
Op het plaatje zag de creatie eruit als een droom op een bordje. Maar dan: de lijst van ingrediënten: je zou toch denken dat het gemiddelde persoon wel even op zijn hoofd krabt bij een taart die niet alleen bijna een halve kilo witte chocolade bevat, maar ook nog eens vier eieren, zeven ons roomkaas en een halve liter zure room.... Wij dus niet. De prijs van de ingrediënten liep op tot boven de 20 euro. Ach, je moet iets overhebben voor een luxe taart.
De exclusiviteit van dit recept ging echter nog verder: het moest maar liefst in drie verschillende ovensessies gefabriceerd worden. De kruimelige bodem van volkoren biscuit wilde niet blijven zitten, de vulling van room, kaas en chocola deed meer denken aan een moeras en ook de topping van zure room leek geen vaste vorm aan te willen nemen. Toen sloeg de angst ons al om het hart, maar je blijft toch hopen dat er uiteindelijk iets eetbaars ontstaat, want ovens doen wonderen.
Helaas, het resultaat was een lauwe, puddingachtige structuur, waar de bovenkant vanaf droop en de zij- en onderkant vanaf kruimelden en waar je bovendien na enkele happen hartstikke misselijk van werd door de overdosis roomkaas. Tragisch. Een verspilling van grondstoffen, die ik teleurgesteld achter heb gelaten op het aanrecht.
Gelukkig was mijn moeder zo wijs om de taart in de koelkast te zetten - uit medelijden, "want daarvoor is ie toch niet gegroeid?". De volgende dag, een wonder: alle room was ineens stevig, de weeïge kaasmaak was friszoet geworden en zelfs de koeklaag werkte mee. De luxe taart was zowaar ook lekker. In kleine porties dan. Als je ooit nog eens een vraatzuchtige kennis hebt die je eigenlijk dood wenst, geef hem dan een witte chocoladetaart. Succes gegarandeerd en veel minder afgezaagd dan een slang in een mandje fruit!
Roelofs plezier in het maken van vreemde, overdadige en calorierijke recepten is er overigens niet minder om geworden. Gisteren was het wederom raak. Gelukkig hou ik wel van spekkoek.
Op het plaatje zag de creatie eruit als een droom op een bordje. Maar dan: de lijst van ingrediënten: je zou toch denken dat het gemiddelde persoon wel even op zijn hoofd krabt bij een taart die niet alleen bijna een halve kilo witte chocolade bevat, maar ook nog eens vier eieren, zeven ons roomkaas en een halve liter zure room.... Wij dus niet. De prijs van de ingrediënten liep op tot boven de 20 euro. Ach, je moet iets overhebben voor een luxe taart.De exclusiviteit van dit recept ging echter nog verder: het moest maar liefst in drie verschillende ovensessies gefabriceerd worden. De kruimelige bodem van volkoren biscuit wilde niet blijven zitten, de vulling van room, kaas en chocola deed meer denken aan een moeras en ook de topping van zure room leek geen vaste vorm aan te willen nemen. Toen sloeg de angst ons al om het hart, maar je blijft toch hopen dat er uiteindelijk iets eetbaars ontstaat, want ovens doen wonderen.
Helaas, het resultaat was een lauwe, puddingachtige structuur, waar de bovenkant vanaf droop en de zij- en onderkant vanaf kruimelden en waar je bovendien na enkele happen hartstikke misselijk van werd door de overdosis roomkaas. Tragisch. Een verspilling van grondstoffen, die ik teleurgesteld achter heb gelaten op het aanrecht.
Gelukkig was mijn moeder zo wijs om de taart in de koelkast te zetten - uit medelijden, "want daarvoor is ie toch niet gegroeid?". De volgende dag, een wonder: alle room was ineens stevig, de weeïge kaasmaak was friszoet geworden en zelfs de koeklaag werkte mee. De luxe taart was zowaar ook lekker. In kleine porties dan. Als je ooit nog eens een vraatzuchtige kennis hebt die je eigenlijk dood wenst, geef hem dan een witte chocoladetaart. Succes gegarandeerd en veel minder afgezaagd dan een slang in een mandje fruit!
Roelofs plezier in het maken van vreemde, overdadige en calorierijke recepten is er overigens niet minder om geworden. Gisteren was het wederom raak. Gelukkig hou ik wel van spekkoek.
dinsdag 5 januari 2010
How To: Mode
Ik heb nooit iets begrepen van mode, maar deze winter zag ik eindelijk in hoe het werkt:
zaterdag 2 januari 2010
Begin
Het is mogelijk iets wat bij mensen hoort, denken in begin en eind. Terwijl het in feite niet zo veel verschil maakt, die ene dag. Iedereen weet dat 8, 18 en 88 niet hetzelfde zijn, maar het verschil dat we vieren in de niemandsuurtjes tussen 31 december en 1 januari is toch eigenlijk nihil. Volgens een artikel dat ik twee dagen geleden in de krant las slaat het sowieso allemaal nergens op: al onze nieuwjaarsgekte is de uiting van een theatrale persoonlijkheidsstoornis, even als het overdreven aftellen tot de klok twaalf slaat en de daarop volgende 'vuurwerkorgies'. Niets dan overdreven geschreeuw om een leegte te maskeren.
Ondanks dat hou ik er toch van mijn jaar op een speciale manier te beginnen. Want als het vuurwerk eenmaal is opgeveegd en het laatste restjes champagne door de gootsteen verdwenen is, ligt er toch maar een heel nieuw jaar voor me. Het is net een cadeau dat ik heb gekregen, waarvan ik weet dat het veel te duur was. Ik moet er dus eigenlijk iets mee doen, maar ik weet niet precies wat. En dus staat het maar een beetje op tafel te staan, terwijl ik er omheen sluip, op zoek naar de handleiding, die ontbreekt. Ten slotte begin ik het toch maar uit te pakken. Ah, het was wederom een fopcadeautje.
Daarna hang ik in alle rust de nieuwe kalender aan de muur. Dan schrijf ik mijn personalia in de nieuwe agenda. Ik werk aan een nieuwe FutureMe e-mail. Ten slotte schrijf ik nog een blogje. Het is ten slotte toch het begin van een nieuw jaar, daar moet je toch iets aan doen.
Ondanks dat hou ik er toch van mijn jaar op een speciale manier te beginnen. Want als het vuurwerk eenmaal is opgeveegd en het laatste restjes champagne door de gootsteen verdwenen is, ligt er toch maar een heel nieuw jaar voor me. Het is net een cadeau dat ik heb gekregen, waarvan ik weet dat het veel te duur was. Ik moet er dus eigenlijk iets mee doen, maar ik weet niet precies wat. En dus staat het maar een beetje op tafel te staan, terwijl ik er omheen sluip, op zoek naar de handleiding, die ontbreekt. Ten slotte begin ik het toch maar uit te pakken. Ah, het was wederom een fopcadeautje.
Daarna hang ik in alle rust de nieuwe kalender aan de muur. Dan schrijf ik mijn personalia in de nieuwe agenda. Ik werk aan een nieuwe FutureMe e-mail. Ten slotte schrijf ik nog een blogje. Het is ten slotte toch het begin van een nieuw jaar, daar moet je toch iets aan doen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)







