HALLIEHALLO!

En welkom op mijn weblog.

Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.

Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.

vrijdag 18 december 2009

Angstdroom

Dromen zijn interessante dingen vind ik, vooral omdat ze soms zo onverklaarbaar zijn. Jaren geleden, toen ik nog niet in de zesde versnelling hoefde te schieten op het moment dat de wekker ging, omdat ik eigenlijk al aan het ontbijt had moeten zitten, nam ik ook de tijd om over dromen na te denken. Waar komen ze vandaan, wat bepaalt dat je de ene nacht het een droomt en de andere nacht iets totaal anders? Ik had daarbij een aantal theorieën ontwikkeld, zoals dat dromen bedoeld zijn om te verwerken wat je overdag meemaakt, maar je geestelijk ook voorbereiden op bepaalde situaties zodat je die in het dagelijks leven makkelijker kunt doorstaan. En dromen laten natuurlijk overduidelijk zien waar je bang voor bent.

Ik heb regelmatig angstdromen. Met het conventionele soort - namelijk ergens naakt rondlopen, bijvoorbeeld op school of werk - heb ik weinig ervaring. Ik heb keurig op mijn eigen angsten aangepaste dromen. Nadat ik in januari dit jaar voor het eerst een vliegtuig miste, heb ik weken, nee zelfs maanden gedroomd over dingen missen. Het begon met vliegtuigen, maar de focus vergrootte zich geleidelijk tot alle mogelijke vormen van openbaar vervoer: ik miste treinen, bussen, boten en uiteindelijk zelfs mijn fiets. De manieren waarop ik deze dingen miste werden ook steeds dramatischer en de erop volgende catastrofes steeds destructiever. Waar de menselijke geest al niet in kan geloven in het diepst van de nacht.

Een andere angstdroom die ik vaak heb is wat ik voor mezelf de 'tentamendroom' noem, omdat hij altijd opduikt voor ik een belangrijke toets heb, of een een beslissend gesprek, of iets anders waar ik tegenop zie. Meestal vergeet ik in die dromen op het beslissende moment dat ik ergens heen moet. Soms heb ik me ook in de dag vergist of laat wederom het openbaar vervoer me in de steek. Zelfs een ontvoering door buitenaardse wezens heeft wel eens in zo'n nachtelijke apocalyps van mij gefigureerd.

Toch vond ik mijn droom van vannacht wel heel origineel. Bij mijn tentamens is het namelijk altijd de bedoeling dat we op alle bladzijden van het antwoordformulier onze naam en ons studentnummer schrijven en voor de digitale verwerking ook nog eens een aantal hokjes inkleuren die wederom coderen voor het studentnummer. Aangezien elke open vraag zijn eigen antwoordvel heeft en het aantal open vragen kan oplopen tot boven de twintig, neemt dit meestal enige tijd in beslag. Dus daar zat ik dan vannacht geestelijk in die tentamenzaal, aan mijn tafeltje, eindelijk eens niet de datum vergeten of de trein gemist. De papieren zijn uitgedeeld, ik wil net beginnen. En ik weet mijn studentnummer niet meer! De losse cijfers zitten nog in mijn hoofd, maar de volgorde is verdwenen. Ik kleur de hokjes, maar realiseer me ineens dat wat ik invul niet klopt. De zaal begint om me heen te draaien, de paniek breekt uit. Zonder studentnummer geen correctie, maar diepe verdoemenis, hel, pijn, marteling tot de dood erop volgt en nog veel erger!

Dit herinnerde ik me 's morgens overigens niet meer. Het kwam pas weer boven toen ik vandaag aan het tentamen in kwestie begon en voor de zoveelste keer 331435 opschreef.

zaterdag 12 december 2009

Gezamenlijk Verleden

Ik heb me wel eens afgevraagd waar alle mensen van mijn middelbare school gebleven zijn. Het ene moment zag ik ze dagelijks, maar zo gauw de diploma's waren uitgereikt, leken ze wel van de aardbodem te verdwijnen. Terwijl je toch zou zeggen dat je ze nog eens tegen moest komen, zo nu en dan, per toeval.

Dat die mensen een tijd van mijn aardbodem verdwenen leken te zijn heeft er natuurlijk ook mee te maken dat ik geruime tijd van hun aardbodem verdwenen was, namelijk toen ik in Engeland was. Ondertussen zijn al die klasgenoten en jaargenoten uitgewaaierd over heel Nederland, misschien wel over de hele wereld. Toch blijf ik het gevoel hebben dat ze allemaal nog in Haarlem en omstreken moeten wonen, gewoon omdat ze daar horen. Al hun vriendschappen en bezigheden bestaan in mijn hoofd ook nog net zo als eerst. Alsof er nooit iets veranderd kan zijn.
Soms 'zie' ik ze ook gewoon nog, als ik door de stad loop of langs het Prinsenhof. Het is een raar fenomeen, want de persoon die ik daar zie lopen is absoluut niet wie ik denk dat het is. Net alsof het mensen-herkennings-gebied in mijn hersens graag wil dat mijn sociale omgeving niet veranderd is.

Het gebeurt trouwens wel af en toe hoor, dat ik er écht eentje tegen kom. Meestal is dat op het station. Dan zeggen we vrolijk 'hallo' en 'dag' en gaan dan weer ieder onze eigen weg. Pas voerde ik zelfs een gesprek met iemand. Over waar hij ook al weer studeert en wat ik ook al weer doe, over of we al op kamers wonen en zo ja waar en met wie dan.
Achteraf realiseerde ik me dat dit waarschijnlijk het langste gesprek was dat ik ooit met deze jongen heb gevoerd. Gek, zo'n denkbeeldig gezamenlijk verleden geeft bijna het gevoel dat je een band hebt.

woensdag 9 december 2009

Zweinsteintje

Toen ik op de basisschool zat heb ik slechts één maal strafwerk gehad. De reden hiervoor was dat ik en twee klasgenoten ons tijdens de pauze in de school verstopten. Wat we daar deden was heel onschuldig: we speelden Zweinsteintje, zoals kinderen van de Harry Potter generatie betaamd. Helaas werden wij die ene middag betrapt onze 'juffie', die ons als een ware Vilder aan onze oren meesleepte, aan onze enkels aan het plafond hing en ons daarna ook nog vijftig strafregels liet schrijven.

Aan het Zweinsteinspel kwam daarmee weliswaar een einde - de leeftijd waarop ik nog een uitnodiging kon krijgen aan deze fameuze school te studeren passeerde ook in stilte - maar mijn voorliefde voor magische kastelen is nooit geheel verdwenen. Stiekem hoopte ik dat de beroemde colleges in Oxford misschien waren wat ik zocht. Wie weet zijn ze dat ook wel, maar ik zou het niet weten. Als EF taalstudentje kom je niet verder dan elke andere toerist, namelijk tot de plek waar de suppoost je laat komen. Als het etenstijd is in de grote zaal sta jij al lang weer buiten en je zult nooit weten of de gerechten inderdaad op magische wijze op de borden verschijnen. Na deze desillusie heb ik dus maar opgegeven: het echte Zweinsteingevoel zal ik wel nooit kennen.

Maar misschien was dit toch nog iets te vroeg. Hoewel je het op het eerste gezicht niet zou verwachten, heeft de medische faculteit toch wel wat magische trekjes.
Van een kasteel heeft het in de verste verte niets weg: klinische gangen die ergens zweven tussen modern en ooit-modern-maar-nu-zwaar-achterhaald, betonnen collegezalen, een strakke witte buitenkant. Daar is niets mysterieus aan.
Tot de verbouwing: ineens staat er op dinsdagmiddag een solide muur, op een plek waar dinsdagochtend nog een gang was. Ik kijk loop er meer maals langs, vraag me af waarom alles er zo anders uitziet en realiseer me dan pas wat er veranderd is.
De weg die de ene dag nog naar de collegezalen leidt, is de volgende dag streng verboden terrein. Om de mensa binnen te komen moet je via een klein achterafgangetje omdat alle normale trappenhuizen zijn afgesloten. Als je na je college de verkeerde kant oploopt mis je waarschijnlijk je trein omdat je verdwaald in een labyrint vol gele omleidingstekens. De lift werkt niet, de loopbrug is afgesloten en als je op de vijfde verdieping wil komen kan dat alleen als je eerst naar de eerste verdieping gaat. Gratis koffie en thee vinden is al helemaal een expeditie.

Dit alles is natuurlijk bijzonder interessant en magisch en spannend. Maar soms vraag ik me wel af waarom ik bij mijn welkomstpakket geen sluipwegwijzer heb ontvangen.