HALLIEHALLO!

En welkom op mijn weblog.

Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.

Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.

dinsdag 21 september 2010

Metal Smile

"Is zo'n beugel niet slecht voor je zelfbeeld..?" vroeg Luuk afgelopen vrijdag in de pub. Hij was één van de velen aan wie ik afgelopen weken al heb moeten uitleggen waarom ik ineens weer met een mond vol ijzerwerk rondloop. Het valt nogal op, schijnt.

"Valt best mee, ik ben er al bijna aan gewend," antwoordde ik. Eigenlijk had ik natuurlijk volmondig 'ja' moeten zeggen, want die beugel is behoorlijk slecht voor mijn zelfbeeld. Dat wil zeggen: de acht slotjes die ik nu heb zijn tien keer slechter voor mijn zelfbeeld dan de 32 van een aantal jaar terug. Als je veertien bent heeft namelijk iedereen een beugel, maar als je twintig bent niet meer. Het is een schrale troost dat het met die beugel wel weer lijkt alsof ik veertien ben.

Roelof beweert dat het hem niet uitmaakt, maar slotjes staan natuurlijk niet in het lijstje van wat vrouwen mooi of sexy maakt. Ook al ben ik niet 'op zoek', het blijft een wat deprimerend vooruitzicht het komende jaar onderaan iedereens 'ladder' te staan. Het schijnt dat meer mensen daar last van hebben, want het internet staat vol met tandkleurige en doorzichtige beugels, om het leed te beperken. De websites van dergelijke cosmetisch verantwoorde orthodontisten staan vol met teksten die de metalen slotjes bombarderen tot toppunt van afzichtelijkheid. Toen ik dat zag werd ik uiteraard niet vrolijker. Toch: elk voordeel blijkt zijn nadeel te hebben, want ik heb van ervaringsdeskundigen gehoord dat tandkleurige beugels eruit zien alsof je een gezwel op je tanden hebt en dat ze binnen enkele weken verkleuren tot smerige stopverf, hoe hard je ook poetst.

Ik kwam er trouwens vandaag achter dat ik er misschien toch niet volgens iedereen uitzie als een veertienjarige: bij de slijter kreeg ik twee flessen sterk mee zonder dat er om een ID-kaart gevraagd werd.
Maar misschien is die slijter veertienjarigen wel heel vriendelijk gezind. Of hij voelde zich bedreigd door mijn metal smile.

woensdag 25 augustus 2010

Gedoemd Om Te Mislukken

Er zijn dingen die gedoemd lijken te mislukken. Je steekt er zeeën van tijd in - vooral in het uitstellen ervan -, maar het resultaat lijkt alsmaar een groter toonbeeld van incompetentie te worden. De weerzin groeit met de dag. Zo'n ding achtervolgt mij nu dus al sinds Februari en ik ga gewoon even mijn gal spuwen hier.

Het ding in kwestie is een scriptie die ik moet schrijven voor heel prestigieus project, laten we het even de Tautology Club noemen. Ik heb hier, samen met mijn scriptiemaatje, een onderwerp voor gekozen wat in alle opzichten te groot, te breed en totaal onhandelbaar is, omdat het dusdanig veel (ethische, wetenschappelijke, rechtsgerelateerde) facetten heeft dat een boek van 1000 pagina's nog niet genoeg zou zijn om het allemaal op te schrijven.

Helaas zijn we nooit echt in staat geweest het onderwerp in te laten krimpen tot iets behapbaars,  waardoor de scriptie altijd op het niveau van basisschoolwerkstuk is blijven hangen.
Het gebrek aan daadkracht leidde er uiteraard toe dat we er geen van beiden met veel enthousiasme mee aan de slag zijn gegaan, omdat er nauwelijks iets concreets was om mee aan de slag te gaan.
Uiteraard hadden de personen die we voor deze scriptie hebben geïnterviewd ook veel interessants te vertellen, met name over dingen die niet gerelateerd zijn aan onze onderzoeksvragen. Bovendien hebben ze allemaal ook een geheel eigen idee over hoe we het béter hadden kunnen doen, waardoor we het roer steeds maar om blijven gooien, zonder ooit echt op gang te komen.
Af en toe, als ik 's avonds laat in bed toch weer hieraan moest denken, ondanks al mijn pogingen het ding op te sluiten in het verste, stoffigste hoekje van mijn gedachten, kreeg ik schitterende visioenen van hoe het had moeten zijn. Bij daglicht bleek dit uiteraard weer niet helemaal haalbaar, omdat de juiste informatie niet toegankelijk was of het gewoon te veel moeite kostte.

En toen ineens: we kregen het te pakken! Gewoon maar gaan schrijven! De deelvragen zo goed als mogelijk beantwoorden en hopen dat het geheel - in mooie vorm verpakt - ergens op slaat. De pragmatische manier van werken dus en er vooral niet aan denken dat de Raad van Bestuur dit onder ogen krijgt. Voor de zekerheid het ook maar even door iemand laten proeflezen, misschien dat wat opbouwende kritiek ons nog kan helpen...

Dan komt helaas het vernietigende oordeel: "Ik had eigenlijk geen idee dat jullie over dit onderwerp wilden schrijven, maar ik geloof dat jullie veel essentiële punten gemist hebben. Misschien moeten jullie nog eens langskomen."
Ik lees dit als: "Doordat jullie niet gewoon gedaan hebben wat ik zei, hebben jullie hard gefaald in alle opzichten. Als je wilt horen hoe hard precies zal ik dat graag nog toelichten. Dan kunnen jullie daarna deze onzin in de prullenbak gooien en totaal opnieuw beginnen, als je dat tenminste nog durft."
Maar misschien lees ik het wel verkeerd.

Nog twee weken te gaan tot de deadline. Hoe desastreus dit ook uit zal pakken, het leed is dan in ieder geval geleden. En sommige dingen zijn gewoon gedoemd om te mislukken.

vrijdag 20 augustus 2010

Van Oude Mensen: Op Kousenvoeten

Werken met dementerende mensen vind ik heel leuk: ze zijn vaak ontzettend grappig, vriendelijk en zielsdankbaar, al doe je niet meer dan een kop thee inschenken. Bovendien kunnen de meesten heel interessante verhalen vertellen als je de tijd voor ze neemt.

Zelf zou ik het als psychogeriatrisch patiënt heel slecht doen, denk ik. Ik zou altijd bang zijn en huilen, nooit om hulp durven vragen en in een diepe depressie schieten om wat er van me geworden was. Waarschijnlijk zou ik proberen weg te lopen, als ik dat nog durfde, of er een eind aan maken. Tegen de tijd dat ik gepureerde biefstuk te eten krijg, ben ik liever dood. Dat is wat men typeert als een 'moeilijke bewoner'. Of gewoon een 'lastig mens'.

Tijdens mijn werk kom ik regelmatig twee vrouwen tegen. Ze wonen op een andere afdeling, maar aangezien het tehuis een project heeft om de bewoners zoveel mogelijk vrijheid te geven, staan alle deuren voor ze open. Behalve dan de buitendeur.
Deze twee dames hebben wel iets weg van een komisch duo. De één loopt fit rechtop, is altijd optimistisch, het zonnetje in huis. De tweede sukkelt er een paar meter achteraan, krom gebogen, steunend, kreunend en eeuwig wantrouwend. Samen zijn ze op zoek naar 'De Uitgang'. Wie ze ook maar tegenkomen, vragen ze de weg.

Nu vormen de gangen van de verschillende afdelingen samen een grote driehoek. Terwijl ze door het personeel van het kastje naar de muur gestuurd worden, blijven ze dus maar rondjes lopen. Hoeveel kilometer zouden die twee op een dag maken? Ik zou het niet durven zeggen.
Stel je nu eens voor dat je de hele dag op zoek bent naar een uitgang, maar na elke hoek volgt weer een identieke gang. De meeste mensen zouden dit omschrijven als een nachtmerrie.

Ineens bedacht ik me dat er voor die twee uiteindelijk maar één manier zou zijn om De Uitgang definitief te bereiken: tussen zes plankjes. Dit geldt voor elke bewoner: het verpleeghuis is het eindstation. Daarna is er niets meer. Het is maar goed dat de meesten zich dit niet realiseren.
Of, zoals een collega opmerkte, "anders is het maar te hopen dat de Dood snel komt. Op kousenvoeten."

En ik? Ik trek na een vakantie lang hard werken de deur achter me dicht. Ik besluit dat het 'leuk' is met dementerenden te werken. Ik ga weer verder met het volgende stuk van mijn leven.

woensdag 18 augustus 2010

Van Oude Mensen: Laat Maar Lopen

Wie in een verpleeghuis komt werken maakt kennis met een geheel nieuwe vocabulaire. Iets wat elke leek een slabbetje zou noemen, heet hier geen slab, maar een servet. Je 'voert' iemand niet, je 'helpt iemand met eten'. En luiers zijn geen luiers, maar Incontinentiemateriaal, mysterieus afgekort tot Inco's.
Als iemand per ongeluk toch een verboden woord zegt, valt er een geschrokken stilte, als ging het om een vreselijke vloek. Alles om de eigenwaarde van de bewoners intact te laten, toch?

Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om woorden. De bijpassende daden komen wel eens in het gedrang. Misschien zijn het de bezuinigingen - steeds meer bejaarden per verzorger? Of een vorm van afstomping? Ik weet het niet.

Het blijkt het duidelijkst bij bewoners die niet meer in staat zijn zelfstandig het toilet te bezoeken, maar nog genoeg bij de tijd zijn om dit wel te wíllen. Als hulpeloze vogeltjes roepen ze, om maar op tijd aan de beurt te komen. Helaas heeft iedereen het altijd druk, dus wie buiten de 'toiletronde' om aandacht vraagt heeft soms pech.
Ik heb het daar altijd moeilijk mee. Omdat ik niet getraind ben als 'verzorgende' - een training die zeggen en schrijven bestaat uit drie dagen meelopen met iemand die wel in de zorg zit - ben ik niet gekwalificeerd om de begeleiding op me te nemen. Probeer dat alleen maar eens te verkopen aan een bejaarde met hoge nood.
Het is dan extra pijnlijk als iemand die wél zou mogen helpen laconiek roept: "Ach mens, je hebt toch een luier aan! Laat maar lopen!"

Dat zelfs bejaarden dit als mensonterend ervaren blijkt wel uit het gehuil en gejammer dat me nog een tijdlang door de gangen achtervolgt. "Jullie zijn te laat! Dit kan toch niet! Nu ben ik helemaal nat en vies van onderen! Oh, help me dan toch! Oh Maria, help!"

Ik probeer me ervoor af te sluiten. Er zal alleen wel iets meer dan vijf weken afstomping nodig zijn voordat dit je niet meer raakt.



DISCLAIMER: Dit is een willekeurige situatie, niet iets wat aan de lopende band voorkomt. Voordat iemand gaat denken dat alle mensen die in de zorg werken luie, ongeïnteresseerde aso's zijn. De meesten zijn dat niet.

maandag 16 augustus 2010

Van Oude Mensen: Mannen Blijven Mannen

Ik heb deze zomer schandalig weinig geblogd! Om het een beetje goed te maken plaats ik deze week een drieluikje, zoals dat zo mooi heet, over mijn zomerbaan in een psychogeriatrisch verpleeghuis. Door schade en schande wijsgeworden heb ik besloten deze keer zowel mijn werkplek als de mensen waarmee ik werk zo onherkenbaar mogelijk neer te zetten.

Vier mannen zitten aan een tafel te genieten van een drankje. Onderwijl volgen ze nauwlettend elke beweging die ik maak. Hoe vaker ik langsloop, des te ongemakkelijker ik me begin te voelen: hun gestaar is nauwelijks te negeren. "Goedemiddag, heren," zeg ik, en glimlach verlegen. Een grijns en een vette knipoog is het antwoord. Ik word nog net niet nagefloten.

In elke andere situatie zou dit als 'seksuele intimidatie op de werkvloer' kunnen worden betiteld, maar hier is het anders. De mannen drinken appelsap, zitten in een rolstoel en op de 'parkeerplaats' staat geen stoere sportauto maar een rollator. Bovendien zijn ze alle vier in de tachtig en dementerend.
Twee van de mannen zijn mijn bestaan waarschijnlijk al vergeten voor ik de hoek om ben. De derde vraagt iedereen te pas en te onpas ten huwelijk. De vierde verkeert in de veronderstelling dat ik zijn kleindochter ben. Ik laat het maar zo. Hij is een lieve opa. Het is alleen wat moeilijk als hij me steeds wil knuffelen en zoenen om te bedanken voor een ansichtkaart die zijn échte kleindochter hem heeft gestuurd.

Een ander maakt het me soms ook lastig door me in het voorbijgaan steevast een tik op de billen te geven. Moet ik er wat van zeggen? Kan je iemand die al zo ver heen is dat hij nauwelijks nog praat zoiets überhaupt nog afleren? Ook dat laat ik dus maar zoals het is.

Wanneer ik later opnieuw de tafel passeer, beladen met handdoeken en incontinentiemateriaal, zijn twee van de mannen in slaap gevallen: slap, voorover op tafel. Ik kan het niet nalaten even te checken of ze het nog wel doen. Als ik gerustgesteld wegloop hoor ik er eentje fluisteren: "Leuk meisje, hè?"