Zoals ik al eerder zei: mijn Engelandtijd zit er bijna op. Nu het einde zo snel dichterbij komt, ga ik steeds vaker nadenken over wat ik daar nu eigenlijk van vind. En elke keer moet ik weer toegeven dat ik het niet weet.
Ik zal EF niet missen. Ik zal mijn lessen Engels niet missen – ja, ik heb veel geleerd, maar na een half jaar heb je het echt wel gehad met werkwoordsvormen, collocations en opstellen schrijven. Ik leer liever nog wat meer Engels door boeken te lezen.
Zal ik mijn gebrek aan privacy missen? Misschien wel. Uiteraard zal ik blij zijn als het licht ’s avonds weer uitgaat als ik dat wil, als ik mijn spullen weer kan laten slingeren en weer wat extra vierkante meters heb om op te leven. Maar ik zal het gezelschap missen, de mogelijkheid om elk moment van de dag iets te ondernemen, omdat er altijd mensen in de buurt zijn.
Ik zal Maureen missen, het samen boodschappen doen en eten koken, liefst met een Metallica DVD op de achtergrond.
De collectie shampoos en huidverzorgingsproducten van mijn kamergenoten zal ik ook missen.
Ik zal Engeland zelf missen, de straatnamen, de supermarkten, de pubs, de fietstochten over smalle weggetjes langs vergeten dorpjes, het Engels wat ik de hele dag hoor.
Ik zal het missen om een buitenlander te zijn. Het is me opgevallen dat je vanuit die positie alles van een afstandje prachtig bekijken. Je erover verbazen. De verschillen opmerken. De vergelijking trekken.
Aan de andere kant heb ik ook bedacht dat ik misschien toch niet het juiste persoon ben om in het buitenland te wonen. Terwijl de rest zich voor 100% in het leven hier lijkt te storten, in het uitgaan, het vrienden maken en alles wat erbij komt kijken, ben ik altijd nog een beetje thuis. Er zijn simpelweg te veel banden die me aan Nederland en de mensen daar binden. Daardoor heb ik een tijd het gevoel gehad dat ik niet helemaal hier ben, maar uiteraard ook niet daar. Ik was ergens in het midden, nooit helemaal compleet.
Pas sinds ik weet dat ik bijna weer in Nederland ben kan ik dat gevoel loslaten. Ik vraag me af, zou ik, als ik weer thuis ben, me weer helemaal heel voelen? Of is dat een illusie?