HALLIEHALLO!

En welkom op mijn weblog.

Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.

Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.

donderdag 24 september 2009

Dood Mens

Onder elk academisch ziekenhuis ligt een ondergronds meer. Het is koud, donker, onpeilbaar diep en gevuld met een vreemd ruikende vloeistof. Zo nu en dan, wanneer het tijd is voor anatomieles, moeten de geneeskundestudenten in een wiebelig houten bootje dat meer op. Ze zijn gewapend met een lange stok met een haak er aan, zoals de zwemleraar gebruikt wanneer zijn leerlingen hun hoofd niet boven water kunnen houden. Met die haak gaan de studenten dan op jacht naar de grote witte vissen van dat ondergrondse meer: mensen die bij leven besloten hun lichaam aan de wetenschap te doneren en nu - belly up - liggen te dobberen. Wanneer zo'n lichaam gesignaleerd wordt, slaat de dapperste van de studenten de haak erin. Ze halen de buit binnen en dan kan het dissecteren beginnen.

Zo stelde ik me ongeveer een snijzaalpracticum voor: koud, glibberig, luguber. Eigenlijk wist ik wel dat het nooit echt zo kon zijn, maar je gaat je toch al snel dingen in je hoofd halen bij het vooruitzicht geconfronteerd te worden met zoveel Dood Mens. Dood, dat was het inderdaad, vorige week donderdag. Of eerder levenloos, misschien. Dat blijft een beetje de vraag, hoe je tegen zoiets (iemand?) aan moet kijken.

De beste methode lijkt toch te zijn er helemaal niet over na te denken. Dus je pakt je scalpel stevig vast, zet de nodige huidsneden en begint vrolijk te prepareren. Over je smetvrees kom je wel snel heen, wanneer je eenmaal met je mouwen in het onderhuids vetweefsel hebt gehangen en wat flinke klodders richting je buurman hebt hebt gekatapulteerd.
Het menselijk lichaam is een mooi ding, zelfs als het dood is en al maanden in een bak (of een meer, zo je wilt) met formaline heeft rondgedreven. Er is een hoop te vinden, zelfs voor iemand die nog nauwelijks ervaring heeft met dit soort dingen. Je kan je verwonderen over hoe netjes alles georganiseerd is, over hoe fragiel sommige structuren zijn (zoals een zenuw, een adertje) of hoe stevig juist (zoals het bindweefselvlies rond een spier). Al doende vergeet je eigenlijk dat hetgeen waar je aan zit te prutsen niet altijd een studieobject geweest is. De formalinegeur merk je ook niet meer, noch het verstrijken van de tijd.

Zo'n eerste snijzaalpracticum is al met al een vreemde ervaring. Niet omdat het echt eng is of weerzinwekkend. Confronterend is het wel. Je leert er een hoop van, niet alleen op anatomisch gebied. Wat ook blijkt is dat veel mensen het moeilijk vinden om wat ze gezien hebben achteraf los te laten. "Het is niet dat ik het erg vind wat ik gedaan heb," zei iemand uit mijn studiegroepje, "het zijn gewoon die beelden die maar blijven terugkomen."
Zo ervoer ik het zelf eigenlijk ook. Steeds dezelfde beelden. En niet te vergeten: de geur van formaline en rubberhandschoenen.

vrijdag 18 september 2009

De Stupiditeitsprijs van de Week

De Stupiditeitsprijs van deze week gaat naar...

Mijzelf. Ik gooide twee euro in een frisdrankautomaat die leeg bleek te zijn en kreeg het vervolgens terug in muntjes van vijf cent. Pijnlijk. En nee, dat past niet in de gemiddelde portemonnee. En nee, bij de koffiecounter waren ze niet happy toen ik af ging rekenen met alleen kopergeld.

woensdag 16 september 2009

Stilte in Blogland

Het is al een maand stil op mijn blog. Vreselijk stil. Alsof alles was blijven hangen bij die ene verbaasde blik die ik postte op 16 augustus.
De reden voor deze stilte was vooral dat ik geen tijd had. Je kan natuurlijk zeggen dat ik dan tijd had moeten maken, maar daar gaat het nu niet over.

Ik had dus geen tijd. Ik was op Eurekaweek / in Praag / problemen rondom een gestolen portemonnee aan het oplossen / colleges aan het volgen / zelfstudieopdrachten aan het maken / naar het Schots Weekend in Belgie / aan het stressen. Svp omcirkelen wat u voorkomt als het meest passende excuus.

Nu eindigen de meeste blogs ermee dat de schrijver alleen nog maar schrijft om zijn excuses te maken voor het feit dat hij alweer niets geschreven heeft. Zo wilde ik niet eindigen. Het probleem is bij mij gewoon dat ik mijn tijd dubbel boek. Middagje vrij? Oh, dan kan ik makkelijk al mijn zelfstudieopdrachten maken, een half boek over celbiologie lezen, naar de sportschool, theeleuten met Roelof en oja, ook nog even een blog schrijven. Uiteraard is de middag dan al om voor ik halverwege ben met de ZO's.

Daarom heb ik nu maar iets nieuws bedacht. Want wanneer heb ik wel tijd? Tijdens mijn dagelijkse heen-en-weertje naar Rotterdam natuurlijk. Twee uur treinreizen per dag, vijf keer per week, moet toch wel zo nu en dan een blog kunnen opleveren. Vanaf nu blog ik dus ouderwets met pen en papier, maar wel met sneltreinvaart!

(Auw, deze woordgrap was zo slecht dat het pijn doet. Maar toen ik hem eenmaal bedacht had kon ik hem ook niet totaal negeren.)