Iedereen heeft zo zijn rare gewoonten. Eén van de mijnen is het passen van jurken op festivals. Niet zomaar festivals, maar epische, gotische, Keltische, folk- en fantasyfestivals, of hoe je ze ook wil noemen. En het zijn dus ook niet zomaar jurken. Het zijn epische jurken.
Uiteraard ben ik eigenlijk nooit van plan echt iets te kopen, want epische jurken hebben epische prijzen, maar ze moeten toch aan, al was het maar om te ontdekken dat ze me niet staan. Inmiddels zou ik wel beter moeten weten, want die jurken staan me meestal verrassend goed.
Afgelopen zondag was het weer zover op het Keltfest. Ik was nog zo van plan niet toe te geven, maar nadat Roelof zichzelf van een drinkhoorn had voorzien, stond hij erop dat ik dit exemplaar zou passen: dik, auberginekleurig fluweel, wijd uitlopende mouwen tot bijna op de grond, een enorme capuchon en een sleep.
Al vanaf het begin twijfelde ik een beetje aan de maat -ik beschouw mezelf niet meer als S/M- maar volgens de dame van het kraampje zou het wel lukken. En inderdaad had ik het ding even later aan. Het zat wat krap, maar stond wederom prima.
Je krijgt altijd bekijks als je het lef hebt zoiets te passen en ik zou er zo nog drie rondjes mee over het veld hebben gelopen, ware het niet dat fluweel niet zo'n pretje is op een zonnige zomermiddag. Tijd om me weer om te kleden. En toen begonnen de problemen. Fluweel geeft namelijk geen centimeter mee. De jurk bleek een soort fuik te zijn geworden en ik kon werkelijk geen kant meer op.
Na een minuut of vijf hijgen, zweten en worstelen, kwam mijn moeder me te hulp. (Roelof had haar ingeseind dat er iets lachwekkends te zien was.) Onderwijl raakte ik er steeds meer van overtuigd dat ik gedwongen zou worden het ding te kopen, als ik er niet meer uitkwam. Of het door deze dreiging van een financiële aderlating kwam dat ik bijna flauwviel, of toch door de warmte, weet ik niet. Uiteindelijk heeft het volgens mij ruim een kwartier geduurd voor ik verlost was.
De vraag is natuurlijk of ik me na deze ervaring op het volgende festival wel zal kunnen inhouden. Ik betwijfel het. Want wat wassie mooi.
HALLIEHALLO!
En welkom op mijn weblog.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
dinsdag 26 mei 2009
woensdag 20 mei 2009
Kinderen Zijn Niet Lief
Er bestaat een heel apart vooroordeel in deze wereld. Dit vooroordeel houdt in dat wij met z'n allen denken dat kinderen per definitie lief zijn. En als ze niet lief zijn, dan zijn ze toch in ieder geval onschuldig. Laat mij je uit de droom helpen: kinderen zijn niet lief. En onschuldig? Verre van.
In de lente en de zomer komt het vaak voor dat dat ik 's avonds in mijn kamer zit met het raam open. Ik kan dan in geuren en kleuren meegenieten van het buitenspeelritueel in deze kinderrijke buurt. Een balspelletje komt er voornamelijk op neer dat er gevochten en gekibbeld wordt over wie de bal mag en wie mag beginnen. Dat is niet zo erg. Wanneer het wel erg wordt, is als de buurtgek langs komt fietsen.
De buurtgek, zo zal ik hem maar noemen. Hij heeft het postuur van een kind van twaalf, maar zijn gezicht suggereert dat hij de pubertijd al ruim gepasseerd is. Waar hij qua geestelijke vermogens zit zou ik niet weten en dat doet er ook weinig toe.
Enfin, de buurtgek komt voorbij, op zijn fietsje. En die kinderen, ze ruiken het meteen: kwetsbaarheid! In no time staan ze met zijn allen te gillen, te joelen en uit te dagen. De gek stopt, stapt van zijn fietsje en kijkt verward om zich heen. Wat moet hij nou? Bedoelen ze hem? Ja, maar wat nu? Ik kan de woede en de machteloosheid op zijn gezicht zien.
Iemand als deze gek is uiteraard bijzonder kwetsbaar, maar iedereen die in een bepaald opzicht afwijkt van de norm of om wat voor reden dan ook minder weerbaar is, loopt risico. Schoolpleinen en speelplaatsen zijn als jungles: het recht van de sterkste geldt. Of is het het recht van degene die het gemeenst en geniepigst is? Volwassenen lijken dit maar zeer beperkt te kunnen beïnvloeden.
Ondertussen staat de gek daar nog steeds, in tweestrijd, vuisten gebald. Ik krijg het gevoel dat ik er iets aan zou moeten doen. Helaas ligt de laatste keer dat ik die kinderen ergens mee probeerde te confronteren nog iets te fris in mijn geheugen. Dat werkte volkomen averechts: ik voelde me vernederd en ik schoot er niets mee op. Zo zie je, mijn zwakke plek vinden ze ook moeiteloos.
Ach, en waarom zou ík er iets aan moeten doen? Een aantal ouders van de kinderen in kwestie zijn ook buiten, zich aangenaam onbewust van wat hun schatjes onder hun neus uitvoeren. Of misschien is het onverschilligheid ten opzichte van de pure gemeenheid die hun kroost ten toon spreidt. En van wie zullen die kinderen het uiteindelijk toch hebben?
In de lente en de zomer komt het vaak voor dat dat ik 's avonds in mijn kamer zit met het raam open. Ik kan dan in geuren en kleuren meegenieten van het buitenspeelritueel in deze kinderrijke buurt. Een balspelletje komt er voornamelijk op neer dat er gevochten en gekibbeld wordt over wie de bal mag en wie mag beginnen. Dat is niet zo erg. Wanneer het wel erg wordt, is als de buurtgek langs komt fietsen.
De buurtgek, zo zal ik hem maar noemen. Hij heeft het postuur van een kind van twaalf, maar zijn gezicht suggereert dat hij de pubertijd al ruim gepasseerd is. Waar hij qua geestelijke vermogens zit zou ik niet weten en dat doet er ook weinig toe.
Enfin, de buurtgek komt voorbij, op zijn fietsje. En die kinderen, ze ruiken het meteen: kwetsbaarheid! In no time staan ze met zijn allen te gillen, te joelen en uit te dagen. De gek stopt, stapt van zijn fietsje en kijkt verward om zich heen. Wat moet hij nou? Bedoelen ze hem? Ja, maar wat nu? Ik kan de woede en de machteloosheid op zijn gezicht zien.
Iemand als deze gek is uiteraard bijzonder kwetsbaar, maar iedereen die in een bepaald opzicht afwijkt van de norm of om wat voor reden dan ook minder weerbaar is, loopt risico. Schoolpleinen en speelplaatsen zijn als jungles: het recht van de sterkste geldt. Of is het het recht van degene die het gemeenst en geniepigst is? Volwassenen lijken dit maar zeer beperkt te kunnen beïnvloeden.
Ondertussen staat de gek daar nog steeds, in tweestrijd, vuisten gebald. Ik krijg het gevoel dat ik er iets aan zou moeten doen. Helaas ligt de laatste keer dat ik die kinderen ergens mee probeerde te confronteren nog iets te fris in mijn geheugen. Dat werkte volkomen averechts: ik voelde me vernederd en ik schoot er niets mee op. Zo zie je, mijn zwakke plek vinden ze ook moeiteloos.
Ach, en waarom zou ík er iets aan moeten doen? Een aantal ouders van de kinderen in kwestie zijn ook buiten, zich aangenaam onbewust van wat hun schatjes onder hun neus uitvoeren. Of misschien is het onverschilligheid ten opzichte van de pure gemeenheid die hun kroost ten toon spreidt. En van wie zullen die kinderen het uiteindelijk toch hebben?
gepost in
De Jeugd van Tegenwoordig,
Ik zie... Ik zie...
zaterdag 16 mei 2009
Trein
Ik woon al jaren vlakbij een spoorbaan. De hele dag kun je de treinen horen langskomen. Overdag vooral de snelle passagierstreinen, naar Zandvoort of richting Leiden en alles wat er daar verder achter de horizon ligt. 's Avonds, rond tien voor negen, komt er altijd een goederentrein langs. Die klinkt anders, zwaarder en trager. Ik hou van het achtergrondgeluid van treinen. Al is het zo normaal geworden dat ik ze nauwelijks meer hoor.
Ik hou ook van reizen met de trein. Aangezien ik me de tijd dat mijn ouders een auto hadden ook nauwelijks meer kan herinneren ben ik weinig anders gewend. In de trein kun je heerlijk andere mensen observeren. En, soms tegen wil en dank, hun gesprekken beluisteren.
Uit het raam kijken is ook een stuk interessanter in de trein dan in de auto: in plaats van saaie stukken blik -het uitzicht op de gemiddelde snelweg- krijg je nog meer kijkjes in het leven van andere mensen. En de trein gaat juist zo langzaam dat je nog dingen kan zien en interpreteren, maar toch zo snel dat het niet saai wordt. De wereld glijdt onder je door in een continue stroom van momentopnamen.
Eén van de weinige dingen die ik niet prettig vind aan treinen is wachten bij een spoorwegovergang. Het zal waarschijnlijk wel aan mij liggen, maar als een trein op anderhalve meter afstand voorbij raast vind ik hem ineens een stuk imponerender dan wanneer hij stil staat op een station. Langs flitsend geel-blauw, wind, snelheid, donderende wielen. Het hele beeld heeft een vreemd, verlammend effect op me. Ik kan niet anders dan mijn ogen sluiten en denken aan het vernietigende effect dat die wielen hebben.
Hoe wanhopig moet je zijn om voor een trein te springen? Als ik 's avonds op een koud, winderig station sta en om me heen het geklaag hoor over de vertragingen die zijn veroorzaakt door de laatste 'aanrijding', vraag ik me dat wel eens af. En dan denk ik toch weer aan die wielen en aan koplampen in het donker.
Het zal wel aan mij liggen.
Ik hou ook van reizen met de trein. Aangezien ik me de tijd dat mijn ouders een auto hadden ook nauwelijks meer kan herinneren ben ik weinig anders gewend. In de trein kun je heerlijk andere mensen observeren. En, soms tegen wil en dank, hun gesprekken beluisteren.
Uit het raam kijken is ook een stuk interessanter in de trein dan in de auto: in plaats van saaie stukken blik -het uitzicht op de gemiddelde snelweg- krijg je nog meer kijkjes in het leven van andere mensen. En de trein gaat juist zo langzaam dat je nog dingen kan zien en interpreteren, maar toch zo snel dat het niet saai wordt. De wereld glijdt onder je door in een continue stroom van momentopnamen.
Eén van de weinige dingen die ik niet prettig vind aan treinen is wachten bij een spoorwegovergang. Het zal waarschijnlijk wel aan mij liggen, maar als een trein op anderhalve meter afstand voorbij raast vind ik hem ineens een stuk imponerender dan wanneer hij stil staat op een station. Langs flitsend geel-blauw, wind, snelheid, donderende wielen. Het hele beeld heeft een vreemd, verlammend effect op me. Ik kan niet anders dan mijn ogen sluiten en denken aan het vernietigende effect dat die wielen hebben.
Hoe wanhopig moet je zijn om voor een trein te springen? Als ik 's avonds op een koud, winderig station sta en om me heen het geklaag hoor over de vertragingen die zijn veroorzaakt door de laatste 'aanrijding', vraag ik me dat wel eens af. En dan denk ik toch weer aan die wielen en aan koplampen in het donker.
Het zal wel aan mij liggen.
donderdag 7 mei 2009
Even Apeldoorn Bellen...?
"Goh, wat deed jij op Koninginnedag 2009?" Wie weet vragen mensen elkaar dat wel over een paar jaar. "Wanneer hoorde jij het? Waar dacht jij aan?" "Ja, ik dacht wel meteen dat het Al Qaida was!" Zo zitten we dan lekker in 9/11-style te redeneren met ons kopje thee en ons biscuitje.
Ik zelf zat met een aantal vrienden in de pub toen we 'het' hoorde. Eén van de eerst reacties: "Goh, even Apeldoorn bellen!"
En laat ik nou in de krant gelezen hebben dat meer mensen dat dachten! Daar zijn ze bij Centraal Beheer in ieder geval bang voor. De kans is groot dat afgelopen 30 april niet alleen het einde is van Koninginnedag zoals wij het kennen (dat wordt althans beweerd) maar ook van een andere traditie: de al 15 jaar durende "Even Apeldoorn Bellen"-campagne. Hoezo doodsbang voor negatieve publiciteit?
Ik stel voor dat we de plaatsnaam Apeldoorn ook maar gelijk van de kaart halen. Apeldoorn heeft nu namelijk een negatieve bijklank...
Begrijp me niet verkeerd, de gebeurtenissen van afgelopen donderdag zijn schokkend. Maar wat ook schokkend is, is hoe een heel land soms zo totaal kan doorschieten in zijn reactie.
Ik zelf zat met een aantal vrienden in de pub toen we 'het' hoorde. Eén van de eerst reacties: "Goh, even Apeldoorn bellen!"
En laat ik nou in de krant gelezen hebben dat meer mensen dat dachten! Daar zijn ze bij Centraal Beheer in ieder geval bang voor. De kans is groot dat afgelopen 30 april niet alleen het einde is van Koninginnedag zoals wij het kennen (dat wordt althans beweerd) maar ook van een andere traditie: de al 15 jaar durende "Even Apeldoorn Bellen"-campagne. Hoezo doodsbang voor negatieve publiciteit?
Ik stel voor dat we de plaatsnaam Apeldoorn ook maar gelijk van de kaart halen. Apeldoorn heeft nu namelijk een negatieve bijklank...
Begrijp me niet verkeerd, de gebeurtenissen van afgelopen donderdag zijn schokkend. Maar wat ook schokkend is, is hoe een heel land soms zo totaal kan doorschieten in zijn reactie.
maandag 4 mei 2009
De Snor, Of: Wie Mooi Wil Zijn...
Mijn moeder heeft mij dit jaar een vrij bijzonder cadeautje gegeven voor mijn verjaardag: een schoonheidsbehandeling. Van ieder ander had zo'n cadeau opgevat kunnen worden als een storende hint dan wel een directe belediging, maar moeders mogen dat soort dingen geven. En zo eindigde ik een week of twee terug halfnaakt in de zachte stoel van de schoonheidsspecialiste.
Zoals de meeste mensen die zoiets nog nooit mee hebben gemaakt, had ik geen idee wat te verwachten. Ik zal een tipje van de sluier oplichten: het is deels zeer aangenaam (denk: warme compressen, maskertjes), deels beangstigend (denk: groot uitgevallen elektrische tandenborstels, stoomspuiters) en deels een ware kwelling.
Ergens tussen het uitdrukken van elke potentiële puist die mijn gelaat ontsierde en het epileren van mijn wenkbrauwen, vroeg de schoonheidsmevrouw of ik er misschien ook heil in zag mijn bovenlip te laten harsen.
"Nee, nee, alsjeblieft niet!" jammerde ik geschrokken.
"Maar het is toch echt de moeite waard hoor. Al die dikke, zwarte haren, dat kan toch eigenlijk niet. Het is gewoonweg niet esthetisch verantwoord."
Ze zette haar pleidooi nog wat kracht bij door het vervolgens elke vijf minuten te herhalen. En dat terwijl ik me kort tevoren nog door iemand had laten verzekeren dat die paar haartjes echt niet zo'n probleem waren.
Uiteindelijk heb ik me laten overhalen. Aangenaam was het niet, maar "het is niet het einde van de wereld," wist ik nog net uit te brengen, met tranen in mijn ogen.
Helaas was het effect toch enigszins teleurstellend. Niemand zag namelijk het verschil. Ik zag zelf nauwelijks het verschil. Het verwijderen van die paar haartjes heeft me niet in een fotomodel verandert, zoals ik had gehoopt.
Wie mooi wil zijn moet niet alleen pijn lijden, maar ook gezegend zijn met het uiterlijk van een fotomodel, onder het haar.
Zoals de meeste mensen die zoiets nog nooit mee hebben gemaakt, had ik geen idee wat te verwachten. Ik zal een tipje van de sluier oplichten: het is deels zeer aangenaam (denk: warme compressen, maskertjes), deels beangstigend (denk: groot uitgevallen elektrische tandenborstels, stoomspuiters) en deels een ware kwelling.
Ergens tussen het uitdrukken van elke potentiële puist die mijn gelaat ontsierde en het epileren van mijn wenkbrauwen, vroeg de schoonheidsmevrouw of ik er misschien ook heil in zag mijn bovenlip te laten harsen.
"Nee, nee, alsjeblieft niet!" jammerde ik geschrokken.
"Maar het is toch echt de moeite waard hoor. Al die dikke, zwarte haren, dat kan toch eigenlijk niet. Het is gewoonweg niet esthetisch verantwoord."
Ze zette haar pleidooi nog wat kracht bij door het vervolgens elke vijf minuten te herhalen. En dat terwijl ik me kort tevoren nog door iemand had laten verzekeren dat die paar haartjes echt niet zo'n probleem waren.
Uiteindelijk heb ik me laten overhalen. Aangenaam was het niet, maar "het is niet het einde van de wereld," wist ik nog net uit te brengen, met tranen in mijn ogen.
Helaas was het effect toch enigszins teleurstellend. Niemand zag namelijk het verschil. Ik zag zelf nauwelijks het verschil. Het verwijderen van die paar haartjes heeft me niet in een fotomodel verandert, zoals ik had gehoopt.
Wie mooi wil zijn moet niet alleen pijn lijden, maar ook gezegend zijn met het uiterlijk van een fotomodel, onder het haar.
Abonneren op:
Reacties (Atom)