HALLIEHALLO!
En welkom op mijn weblog.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
maandag 28 april 2008
Examenstop
Ik ben inspiratieloos. Ik heb geen zin meer. Ik heb het druk. Goede reden om niks meer te schrijven tot na de examens.
woensdag 16 april 2008
Koosnaampjes
Het is een veel voorkomende kwaal onder verliefde mensen: elkaar andere namen willen geven. Hoe zoeter, hoe beter: m'n liefje, m'n hartje, schatje, suikertje, honey bunny, poepie, schoonheid, sweety, teddybeer, popje, prinses, pluisje, poesje, snoezepoes, snoepie, moppie, droppie, baby, krullebol, honnepon, zonnestraaltje, engeltje, kanjer, darling, spetter, lieveling. Allemaal bijzonder cliché en, met name voor buitenstaanders, extreem storend. Opvallend is de (typisch Nederlandse?) voorliefde voor verkleinwoordjes en woorden op -ie.
Zelf heb ik tot nu toe geprobeerd vast te houden aan het neutralere 'lieverd'. Enkele van de bovenstaande termen gebruik ik gek genoeg wél voor mijn familieleden, vooral voor mijn broertje. En helaas ben ik tot de conclusie gekomen dat 'lieverd' echt niet meer kan: het is onpersoonlijk, zoutloos, afgezaagd en ouderwets. Het heeft een air van niets-beters-te-verzinnen-hebben, van onverschilligheid bijna. Niet meer zeggen dus.
Er zijn origineler alternatieven. Zo ken ik iemand die haar vrienden graag 'troeliewoelie' noemt. Zelf heb ik van iemand ooit 'nijlpaard' als bijnaam gekregen. (En nee, dat sloeg niet op mijn lichaamsomvang! De persoon in kwestie mag eventueel zelf uitleggen waar het wel op sloeg.) Onorthodoxe namen te over, maar nog steeds verre van ideaal. De ideale bijnaam is lief, vleiend, niet al te cheesy, en vooral persoonlijk. Er hoort een verhaal bij dat alleen voor insiders te begrijpen is. Bestaat dat?
Bij deze dus een oproep aan al wie dit leest: wat is het leukste, mooiste, liefste of gekste koosnaampje dat je ooit gehoord hebt? Wat was de afschuwelijkste? Welke heb je zelf wel eens gebruikt en hoe ben je zelf ooit genoemd? Ik wacht in spanning op reacties.
Zelf heb ik tot nu toe geprobeerd vast te houden aan het neutralere 'lieverd'. Enkele van de bovenstaande termen gebruik ik gek genoeg wél voor mijn familieleden, vooral voor mijn broertje. En helaas ben ik tot de conclusie gekomen dat 'lieverd' echt niet meer kan: het is onpersoonlijk, zoutloos, afgezaagd en ouderwets. Het heeft een air van niets-beters-te-verzinnen-hebben, van onverschilligheid bijna. Niet meer zeggen dus.
Er zijn origineler alternatieven. Zo ken ik iemand die haar vrienden graag 'troeliewoelie' noemt. Zelf heb ik van iemand ooit 'nijlpaard' als bijnaam gekregen. (En nee, dat sloeg niet op mijn lichaamsomvang! De persoon in kwestie mag eventueel zelf uitleggen waar het wel op sloeg.) Onorthodoxe namen te over, maar nog steeds verre van ideaal. De ideale bijnaam is lief, vleiend, niet al te cheesy, en vooral persoonlijk. Er hoort een verhaal bij dat alleen voor insiders te begrijpen is. Bestaat dat?
Bij deze dus een oproep aan al wie dit leest: wat is het leukste, mooiste, liefste of gekste koosnaampje dat je ooit gehoord hebt? Wat was de afschuwelijkste? Welke heb je zelf wel eens gebruikt en hoe ben je zelf ooit genoemd? Ik wacht in spanning op reacties.
donderdag 10 april 2008
Achttien
Vanmorgen wenste ik even dat we thuis een grote spiegel hadden. Die hebben we namelijk niet. Normaal vind ik dat prima, maar vanmorgen had ik even wél een spiegel gewild. Dan zou ik er voor zijn gaan staan, ik had rondjes gedraaid. Stapje naar voren, stapje naar achteren. Armen omhoog, diep inademen. "Dus zo zie je eruit", zou ik gedacht hebben, "de dag voor je achttiende verjaardag. Net als gisteren. Net als morgen."
Achttien. Acht-tien. Dat lijkt heel wat. Misschien is het dat ook wel. Al weken word ik overspoeld met brieven en formulieren: bankrekeningen moeten omgezet, zorgtoeslagen teruggevraagd, verzekeringspremies betaald. En al die brieven zijn aan mij gericht. Niet aan mijn ouders, aan mij alleen. Alsof ik weet hoe al die dingen werken. Alsof een minderjarige zich daar voor zijn plezier mee bezig zou gaan houden.
Vroeger dacht ik dat volwassen worden hetzelfde was als volwassen zijn. Dat achttien het definitieve einde was van kind-zijn en dus het begin van volwassen-zijn. Maar het klopt niet. Een kind ben ik eigenlijk al lang niet meer en volwassen ben ik nog lang niet. Welbeschouwd is morgen helemaal geen keerpunt in mijn leven, of in ieder geval is het niet meer of minder dan mijn zeventiende verjaardag was, of mijn negentiende zal zijn. Gelukkig maar. Ik zou er nog zenuwachtig van worden.
Achttien. Acht-tien. Dat lijkt heel wat. Misschien is het dat ook wel. Al weken word ik overspoeld met brieven en formulieren: bankrekeningen moeten omgezet, zorgtoeslagen teruggevraagd, verzekeringspremies betaald. En al die brieven zijn aan mij gericht. Niet aan mijn ouders, aan mij alleen. Alsof ik weet hoe al die dingen werken. Alsof een minderjarige zich daar voor zijn plezier mee bezig zou gaan houden.
Vroeger dacht ik dat volwassen worden hetzelfde was als volwassen zijn. Dat achttien het definitieve einde was van kind-zijn en dus het begin van volwassen-zijn. Maar het klopt niet. Een kind ben ik eigenlijk al lang niet meer en volwassen ben ik nog lang niet. Welbeschouwd is morgen helemaal geen keerpunt in mijn leven, of in ieder geval is het niet meer of minder dan mijn zeventiende verjaardag was, of mijn negentiende zal zijn. Gelukkig maar. Ik zou er nog zenuwachtig van worden.
vrijdag 4 april 2008
Zielig
Lang geleden, voordat ik in een huis woonde waar permanent verbouwd wordt, met gevolg dat grote delen van iedereens spullen zich na zes jaar nog steeds in verhuisdozen bevinden... *mopperdemopper* Lang geleden dus, had mijn vader in zijn studeerkamer een plank met medische boeken. Vieze-plaatjes-boeken, noemde ik ze altijd, want ze stonden vol met foto's van de symptomen van de meest smerige ziekten. Zoals sommige mensen griezelverhalen lezen, zo keek ik wel eens in de boeken. Afschuw en nieuwsgierigheid streden om voorrang. Opgezwollen lichaamsdelen, gapende wonden, misvormde gezichten, pus, wild interessant vond ik het.
Nu ik zelf, vanwege iets griepachtigs, zulke opgezwollen oogleden heb dat ik ook bijna in zo'n boek zou kunnen, is het toch minder grappig. En toen ik dinsdag met mijn opgeblazen hoofd op school een mondeling mocht gaan doen was ik helemaal niet blij. Als ík al schrik van mijn eigen spiegelbeeld, wat zullen andere mensen dan wel niet denken? Ik moest de neiging onderdrukken om me tegen iedereen die ik tegen kwam te verontschuldigen: "Nee, zo zie ik er normaal niet uit! Echt niet!"
Zoals ik al zei, ben ik dus ziek deze week. Al vijf dagen, en het ziet er niet naar uit dat het morgen (of overmorgen) ineens helemaal over gaat zijn. Bah. Aan het begin is het nog wel leuk: getroetel, beterschapswensen, kopjes thee op bed, dropjes voor de keel. Inmiddels ben ik het 'zielig zijn' een beetje zat. Ik heb geen zin meer om elke keer te moeten zeggen wat er is, te zeggen dat het nog niet beter gaat. En toch gaat elk gesprek wat ik heb, elk contact met de buitenwereld, daarover.
Duidelijk tijd om weer beter te worden.
Nu ik zelf, vanwege iets griepachtigs, zulke opgezwollen oogleden heb dat ik ook bijna in zo'n boek zou kunnen, is het toch minder grappig. En toen ik dinsdag met mijn opgeblazen hoofd op school een mondeling mocht gaan doen was ik helemaal niet blij. Als ík al schrik van mijn eigen spiegelbeeld, wat zullen andere mensen dan wel niet denken? Ik moest de neiging onderdrukken om me tegen iedereen die ik tegen kwam te verontschuldigen: "Nee, zo zie ik er normaal niet uit! Echt niet!"
Zoals ik al zei, ben ik dus ziek deze week. Al vijf dagen, en het ziet er niet naar uit dat het morgen (of overmorgen) ineens helemaal over gaat zijn. Bah. Aan het begin is het nog wel leuk: getroetel, beterschapswensen, kopjes thee op bed, dropjes voor de keel. Inmiddels ben ik het 'zielig zijn' een beetje zat. Ik heb geen zin meer om elke keer te moeten zeggen wat er is, te zeggen dat het nog niet beter gaat. En toch gaat elk gesprek wat ik heb, elk contact met de buitenwereld, daarover.
Duidelijk tijd om weer beter te worden.
Abonneren op:
Reacties (Atom)