Ik hou wel van creatieve acties op internet. Gewoon, omdat het maf is, omdat het leuk is. Van de recente hype Chatroulette hoorde ik helaas pas toen het aantal creatievelingen al lang was verdrongen door het aantal perverselingen, maar het idee vond ik fantastisch.
En nu kwam ik vanmorgen dit tegen: www.onemilliongiraffes.com
Het idee is heel simpel. Een jongen is door zijn vriend uitgedaagd om binnen een jaar een miljoen giraffen te verzamelen. De enige regel is: de giraffen moeten zelf gemaakt zijn en daarbij mag je geen computer gebruiken. Voor de rest mag alles en kan alles. Dat leidt tot allerlei interessante resultaten, van snelle schetjes tot schaduw-giraffen tot stripverhalen tot zelfgemaakte knuffeldieren.
Dus misschien moeten we onze computers maar eens een middagje uitzetten en een giraffe fabriceren. Gewoon, omdat het maf is.
HALLIEHALLO!
En welkom op mijn weblog.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
zaterdag 8 mei 2010
zaterdag 1 mei 2010
De Kracht Van Wit
Afgelopen week heb ik een oriëntatiestage gelopen in het ziekenhuis, op de Longafdeling. Het doel van deze stage, zo in het eerste jaar van mijn studie, is dat ik een realistisch beeld ontwikkel van wat artsen nu eigenlijk de hele dag uitspoken. Een beetje de-romantiseren dus: er komt meer bij kijken dan als een engel, episch rondwapperend in een wit gewaad, mensenlevens redden. Gelukkig wist ik al wel dat de werkelijkheid er niet zo uit ziet, anders zou ik er waarschijnlijk in gebleven zijn.
Ook al ben ik een eerstejaars die maar een beetje mee komt kijken in de keuken, de regels van het ziekenhuis zijn direct op mij van toepassing: beroepsgeheim, netjes voorstellen aan de patiënt, professionele attitude, de regels der basale hygiëne en natuurlijk de Witte Jas. Ik hoef nog niets de kunnen en ik kan in feite ook nog helemaal niets, maar het lijkt ineens al heel wat. Nu mag ik bij de dokter in zijn spreekkamer zitten, aan zijn kant van het bureau.
De dokter stelt mij voor als zijn co-assistent - een flinke overdrijving in mijn ogen, want mijn co-schappen bevinden zich ergens vier jaar in de toekomst. Maar het is een woord dat mensen kennen, waardoor mijn aanwezigheid op die stoel gerechtvaardigd is. Sterker nog, soms lijken de patiënten meer tegen mij te praten dan tegen de dokter, die ondertussen rustig doortikt op zijn computer. Mijn kleine beetje kennis over longziekten verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra ik aangekeken word.
Als ik over de gang loop, in het kielzog van een dokter of assistent, word ik me nog bewuster van mezelf. Misschien denken ze wel dat ik ook zo'n Witjas ben, de mensen die wachten in de wachtkamers of liggen in hun ziekenhuisbedden. Misschien denken ze wel dat ik iets weet, iets kan. Oh, laten ze alsjeblieft niet denken dat ik iets kan!
Maar dat is de kracht van het uniform en dus ook van de witte jas: mensen denken dat je iets te betekenen hebt. Elke eerstejaars met een geleende doktersjas kan op een patiënt afstappen, zijn complete levensverhaal uitvragen en met een stethoscoop alle mogelijke muziekjes van het lichaam beluisteren, zonder een flauwe notie te hebben van wat het allemaal betekent. En misschien is dat ook wel helemaal niet erg, want zo leer je dingen.
Mijn stage was overigens ontzettend leuk. Ik heb heel veel gezien, en ook veel geleerd, al hoef ik dat niet allemaal te onthouden, zo benadrukte één van de arts-assistenten. Maar er is in ieder geval één ding wat ik geleerd heb en zeker niet ga vergeten: volgende keer dat ik die witte jas aan doe, wil ik me niet voelen als een klein meisje op een verkleedfeestje. Volgende keer WEET ik dingen, KAN ik dingen en ben ik al dat vertrouwen dat mensen lijken te hebben in al wat wit is en pillen uitdeelt, misschien nét ietsje meer waard.
Ook al ben ik een eerstejaars die maar een beetje mee komt kijken in de keuken, de regels van het ziekenhuis zijn direct op mij van toepassing: beroepsgeheim, netjes voorstellen aan de patiënt, professionele attitude, de regels der basale hygiëne en natuurlijk de Witte Jas. Ik hoef nog niets de kunnen en ik kan in feite ook nog helemaal niets, maar het lijkt ineens al heel wat. Nu mag ik bij de dokter in zijn spreekkamer zitten, aan zijn kant van het bureau.
De dokter stelt mij voor als zijn co-assistent - een flinke overdrijving in mijn ogen, want mijn co-schappen bevinden zich ergens vier jaar in de toekomst. Maar het is een woord dat mensen kennen, waardoor mijn aanwezigheid op die stoel gerechtvaardigd is. Sterker nog, soms lijken de patiënten meer tegen mij te praten dan tegen de dokter, die ondertussen rustig doortikt op zijn computer. Mijn kleine beetje kennis over longziekten verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra ik aangekeken word.
Als ik over de gang loop, in het kielzog van een dokter of assistent, word ik me nog bewuster van mezelf. Misschien denken ze wel dat ik ook zo'n Witjas ben, de mensen die wachten in de wachtkamers of liggen in hun ziekenhuisbedden. Misschien denken ze wel dat ik iets weet, iets kan. Oh, laten ze alsjeblieft niet denken dat ik iets kan!
Maar dat is de kracht van het uniform en dus ook van de witte jas: mensen denken dat je iets te betekenen hebt. Elke eerstejaars met een geleende doktersjas kan op een patiënt afstappen, zijn complete levensverhaal uitvragen en met een stethoscoop alle mogelijke muziekjes van het lichaam beluisteren, zonder een flauwe notie te hebben van wat het allemaal betekent. En misschien is dat ook wel helemaal niet erg, want zo leer je dingen.
Mijn stage was overigens ontzettend leuk. Ik heb heel veel gezien, en ook veel geleerd, al hoef ik dat niet allemaal te onthouden, zo benadrukte één van de arts-assistenten. Maar er is in ieder geval één ding wat ik geleerd heb en zeker niet ga vergeten: volgende keer dat ik die witte jas aan doe, wil ik me niet voelen als een klein meisje op een verkleedfeestje. Volgende keer WEET ik dingen, KAN ik dingen en ben ik al dat vertrouwen dat mensen lijken te hebben in al wat wit is en pillen uitdeelt, misschien nét ietsje meer waard.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
