Afgelopen dinsdag had ik mijn EHBO examen. Ik was ontzettend zenuwachtig, want ik heb het niet zo op praktijkexamens. Faalangstig als ik soms kan zijn, vind ik het veel minder erg dat een anonieme corrector zich verbaasd over bizarre fouten in mijn tentamen dan dat ik de plank volledig mis sla onder het toeziend oog van vier examinatoren. Ik had dus behoorlijk hard zitten leren en op meerdere nietsvermoedende mensen geoefend met de Heimlich.
EHBO is niet ingewikkeld. Er zijn alleen ontzettend veel richtlijnen en uitzonderingen voor specifieke situaties, zodat je als hulpverlener nooit met je mond vol tanden komt te staan. Alles moet uiteraard ook in een specifieke volgorde, die je moet kunnen dromen, zodat je geen essentiële dingen over het hoofd ziet in een kritieke situatie. Dat dat bij ons, studentjes, nog niet helemaal het geval is, bleek wel uit het feit dat sommige mensen vergaten 112 te (laten) bellen, één van de dingen die toch wel belangrijk was om te slagen.
Bij mij ging het eigenlijk wel goed. Ik had alleen wat moeite mijn simulatiepatiënt, een stevige ouderejaars, uit de brandende C&A te weg te slepen. Toen gaf ik hem per ongeluk ook nog een kniestoot tegen zijn hoofd, wat de examinator gelukkig niet zag, want als je nog geen nekletsel had zou je het er wel van krijgen.
Nu ben ik dus officieel bevoegd EHBO'er, met een pasje (BLS, CRP, AED!) en een beademingsmasker aan mijn sleutelbos.
Als ik over straat ga kijk ik zoekend om me heen of ik al mensen een hartaanval of een ongeluk zie krijgen. Tot op heden weinig geluk. Als je een tijd wekelijks twee uur geoefend hebt met allerlei omvallende en instortende slachtoffers krijg je toch het idee dat zoiets heel vaak voor zou moeten komen. Maar mensen krijgen hun circulatiestilstand misschien liever op achterafkamertjes.
HALLIEHALLO!
En welkom op mijn weblog.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
zaterdag 27 maart 2010
dinsdag 16 maart 2010
Ongemakkelijk/Pijnlijk
Vanmiddag heb ik geprobeerd mijn broertje de betekenis van het woord 'awkward' uit te leggen. Het is namelijk een prachtig woord, lang niet zo goed als de Nederlandse alternatieven 'ongemakkelijk' of 'pijnlijk'. De woordenboekvertalingen 'lomp' en 'vervelend' dekken de lading mijns inziens al helemaal niet. Maar misschien is het woord inmiddels wel een eigen leven gaan leiden in mijn hoofd en is het zijn originele betekenis al lang kwijt, wie weet. Ik leerde Daan dus mijn interpretatie van het woord en niets is daarbij zo treffend als een voorbeeld, zoals de situatie die vanmorgen ontstond met één van mijn betere studievriendinnetjes, die mij in het weekend had gemaild om me uit te nodigen voor haar verjaardag.
Ik: "Bedankt voor je uitnodiging!"
Zij: "Uitnoding?!"
*perplexe stilte*
...
Ik, onzeker: "Ja, euh... je uitnodiging voor je verjaardag... voor zaterdag, weetjewel..."
Zij: "Maar ik heb je helemaal niet uitgenodigd! Dat mailtje was bedoeld voor een andere Eva!"
Ik: "Oh."
Zij: "Maar je mag natuurlijk wel... weetjewel... als je wilt... enzo..." *gestamel*
Ja, wat moet ik dan? Het feestje stond al in mijn agenda. Ik had zelfs al opgezocht waar ze woonde en welke bus ik moest nemen. Alleen is de rol van party crasher me niet echt op het lijf geschreven.
Ik heb me serieus zelfs even afgevraagd of ik me beledigd moest voelen dat ik niet uitgenodigd was, maar ik bedacht dat ik dat ook niet geweest zou zijn als ik het hele mailtje nooit gehad had. Om mezelf een houding te geven verstopte ik me maar snel achter mijn boek. Waarna zij het niet kon laten tussen de colleges door toch nog een aantal keer te melden dat ik toch vooral langs moest komen, als ik daar behoefte aan had.
Ik: "Bedankt voor je uitnodiging!"
Zij: "Uitnoding?!"
*perplexe stilte*
...
Ik, onzeker: "Ja, euh... je uitnodiging voor je verjaardag... voor zaterdag, weetjewel..."
Zij: "Maar ik heb je helemaal niet uitgenodigd! Dat mailtje was bedoeld voor een andere Eva!"
Ik: "Oh."
Zij: "Maar je mag natuurlijk wel... weetjewel... als je wilt... enzo..." *gestamel*
Ja, wat moet ik dan? Het feestje stond al in mijn agenda. Ik had zelfs al opgezocht waar ze woonde en welke bus ik moest nemen. Alleen is de rol van party crasher me niet echt op het lijf geschreven.
Ik heb me serieus zelfs even afgevraagd of ik me beledigd moest voelen dat ik niet uitgenodigd was, maar ik bedacht dat ik dat ook niet geweest zou zijn als ik het hele mailtje nooit gehad had. Om mezelf een houding te geven verstopte ik me maar snel achter mijn boek. Waarna zij het niet kon laten tussen de colleges door toch nog een aantal keer te melden dat ik toch vooral langs moest komen, als ik daar behoefte aan had.
zondag 14 maart 2010
De AAAAA
Als er één beroepsgroep berucht is vanwege het gebruiken van voor de normale mens onbegrijpelijk vakjargon, zijn het volgens mij wel de medici. Objectief gezien valt dit misschien nog wel mee - elk wereldje heeft zo zijn eigen bizarre termen - maar uiteindelijk komt iedereen vroeg of laat met de gezondheidszorg en dus ook met het bijbehorende taalgebruik in aanraking. Zeker het feit dat deze vocabulaire deels is opgebouwd uit (potjes-) Latijn maakt het voor veel mensen bijzonder raadselachtig, lijkt me.
Eén van de dingen die ik als geneeskundestudent moet doen is me de taal van de geneeskunde eigen maken. En dat het liefst zonder de mogelijkheid in normaal Nederlands te communiceren totaal te verliezen. De kunst is volgens mij dat je uiteindelijk een brug kunt slaan tussen het taalgebruik van leerboeken, naslagwerken en publicaties in belangrijke tijdschriften en de leefwereld van patiënten. Helaas is voor de meeste medische termen niet eens een 'gewoon woord' beschikbaar.
Daar komt nog bij dat er in de geneeskunde voor echt alles wat je kunt verzinnen een woord is. In de anatomie bijvoorbeeld heeft elk ribbeltje op een bot en elk miniscuul spierbundeltje zijn eigen naam. Ook alle processen, genen, eiwitten, enzymen, transporters en natuurlijk alle afwijkingen die op die gebieden en elders kunnen ontstaan worden zorgvuldig benoemd.
De gebruikte termen zijn vaak erg lang. Dit heeft ertoe geleid dat er ook nog vreselijk veel afkortingen gebruikt worden, wat het er voor de student niet makkelijker op maakt. Dacht je te weten dat IC voor Intensive Care stond, blijkt het ineens ook Intercalair Cel te kunnen betekenen. De ene week wordt er met PT gedoeld op de proximale tubulus, het volgende moment betekent het protrombine tijd.
En dan heb ik het nog niet eens over alle acronymen die gebruikt worden. Tijdens de eerste EHBO les lijkt een acronym als STOP (Stop, Think, Observe, Plan) nog heel handig, maar na een paar lessen is het niet alleen STOP, maar ook ABC(DE), MIST, RICE en HOLK (?).
Ook de wereld van het onderzoek bedient zich van dergelijke acronymen. Studies over stentgebruik krijgen catchy namen als BENESTENT of CAPRI. Ik ben ook al studies tegengekomen met namen als CURE, VANQUISH, of zelfs COPERNICUS. Al die letters staan ook nog echt voor een woord, en dat woord is ook nog echt gerelateerd aan het onderwerp. En dan was men nog verbaasd toen iedereen het voor zoete koek slikte dat de afkorting PAINTBALL voor een obscure psychische afwijking zou staan, met als kenmerken roekeloosheid en blauwe plekken.
Kortom, ik denk dat de geneeskundige wereld wel toe is aan een eigen tak van de AAAAA: de Association for the Abolition of Abused Abbreviations and Asinine Acronyms.
Eén van de dingen die ik als geneeskundestudent moet doen is me de taal van de geneeskunde eigen maken. En dat het liefst zonder de mogelijkheid in normaal Nederlands te communiceren totaal te verliezen. De kunst is volgens mij dat je uiteindelijk een brug kunt slaan tussen het taalgebruik van leerboeken, naslagwerken en publicaties in belangrijke tijdschriften en de leefwereld van patiënten. Helaas is voor de meeste medische termen niet eens een 'gewoon woord' beschikbaar.
Daar komt nog bij dat er in de geneeskunde voor echt alles wat je kunt verzinnen een woord is. In de anatomie bijvoorbeeld heeft elk ribbeltje op een bot en elk miniscuul spierbundeltje zijn eigen naam. Ook alle processen, genen, eiwitten, enzymen, transporters en natuurlijk alle afwijkingen die op die gebieden en elders kunnen ontstaan worden zorgvuldig benoemd.
De gebruikte termen zijn vaak erg lang. Dit heeft ertoe geleid dat er ook nog vreselijk veel afkortingen gebruikt worden, wat het er voor de student niet makkelijker op maakt. Dacht je te weten dat IC voor Intensive Care stond, blijkt het ineens ook Intercalair Cel te kunnen betekenen. De ene week wordt er met PT gedoeld op de proximale tubulus, het volgende moment betekent het protrombine tijd.
En dan heb ik het nog niet eens over alle acronymen die gebruikt worden. Tijdens de eerste EHBO les lijkt een acronym als STOP (Stop, Think, Observe, Plan) nog heel handig, maar na een paar lessen is het niet alleen STOP, maar ook ABC(DE), MIST, RICE en HOLK (?).
Ook de wereld van het onderzoek bedient zich van dergelijke acronymen. Studies over stentgebruik krijgen catchy namen als BENESTENT of CAPRI. Ik ben ook al studies tegengekomen met namen als CURE, VANQUISH, of zelfs COPERNICUS. Al die letters staan ook nog echt voor een woord, en dat woord is ook nog echt gerelateerd aan het onderwerp. En dan was men nog verbaasd toen iedereen het voor zoete koek slikte dat de afkorting PAINTBALL voor een obscure psychische afwijking zou staan, met als kenmerken roekeloosheid en blauwe plekken.
Kortom, ik denk dat de geneeskundige wereld wel toe is aan een eigen tak van de AAAAA: de Association for the Abolition of Abused Abbreviations and Asinine Acronyms.
Abonneren op:
Reacties (Atom)