HALLIEHALLO!

En welkom op mijn weblog.

Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.

Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.

zaterdag 31 oktober 2009

Halloween Special: Avonturen van een Postbode

Ruim een jaar geleden, toen ik nog werkzaam was als postbode, heb ik het onderstaande verhaal geschreven. Ik durfde het toen niet te posten, omdat ik vreesde dat het ofwel te bizar ofwel te flauw was. Weggooien wilde ik het ook niet, en zo kwam het dat een overnieuwsgierige Roelof die in mijn bloggeschiedenis zat te rotzooien, het alsnog te lezen kreeg. Aangezien hij er wél enthousiast over was, plaats ik het nu alsnog - met de nodige herzieningen - ter ere van de 31ste oktober.

Je zou misschien denken dat je als postbode nooit iets meemaakt, maar het tegendeel is waar. Lees maar eens wat mij pas is overkomen.

Het gebeurde een paar weken terug, in de tijd dat ik de herfstcatalogus van de Large moest bezorgen. Grote, zware bladen zijn dat, maar omdat ik er zelf graag in kijk, vind ik het ook leuk om ze te bezorgen. Het geeft me het idee dat ik goed werk doe.
Afijn, op een bijzonder regenachtige dag, zo tegen het vallen van de avond, liep ik door één van die schitterende straten van Haarlem, waar ik de eer heb post te mogen bezorgen. Bovenop mijn stapel Bridge magazines, Douglas reclame en blauwe belastingenveloppen lag zo'n mooie Large catalogus, die ik diende af te leveren op nummer 13. Maar wat schetst mijn verbazing: tussen nummer 11 en nummer 15 is er geen huis te zien!
Wel was er een smal paadje. Aan weerskanten ervan stonden hoge struiken die het pad hulden in donkergroene schaduwen. Ik keek of ik misschien ergens zo'n gecamoufleerde brievenbus zag, maar nee, al wat ik vond, was een klein bordje met het cijfer 13 en een pijl.

Nu ben ik een heel plichtsgetrouwe postbode. De gedachte dat ergens aan het eind van dat pad een puber met smart op zijn Large zat te wachten kon ik onmogelijk verdragen. Dus hoewel het al snel donker zou worden en de lucht onweer voorspelde, besloot ik het schemerige pad te betreden. Vol bochten en kronkels zat het. Om de paar meter moest ik de spinnenwebben van mijn gezicht vegen, maar teruggaan wilde ik niet, want mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Bovendien kon ik die lui van nummer 13 mooi vertellen dat het wettelijk verplicht is een postbusje neer te zetten als je zo ver van de weg afwoont.

Uiteindelijk verdwenen de struiken aan weerskanten en stond ik voor een enorm gietijzeren hek. Daarachter, lieve lezer, lag een lage heuvel met daarop -je zult het niet geloven- een enorm kasteel. Het stak zwart af tegen de gekleurde lucht, waar de zon felrood onderging. Vele, hoge torens zag ik, waar grote vogels omheen cirkelden.

Ik was op zijn zachtst gezegd verbaasd. Wie wist dat er nog dergelijke kastelen te vinden zijn in Haarlem en omstreken? Met mijn handen om de spijlen van het hek geslagen, genoot ik van het uitzicht.
Het gekras van een vogel bracht me weer bij mijn positieven: ik herinnerde me weer waarvoor ik was gekomen. Omdat ook bij het hek geen postbus aanwezig was, liep ik de oprijlaan op, tot aan de grote houten poort. Ook hier geen brievenbus, maar dat kon me weinig schelen. Nu wilde ik wel eens verhaal gaan halen. De pure arrogantie! Alleen omdat je toevallig in een kasteel woont, mag je andere mensen blijkbaar schandalige stukken voor je laten lopen! Wat denkt die adel van tegenwoordig wel niet?! Ik stapte naar voren en liet de klauwvormige, metalen klopper met een galmende slag op de deur vallen.

De poort zwaaide krakend open. Voor mij stond een jonge vrouw. Ze was lang en knap, met glanzend, zwart haar en donkere ogen. Ze was gekleed in een schitterende witte jurk compleet met sluier, die een bruid niet zou hebben misstaan. Helaas werd het ding ontsierd door een aantal nare rode vlekken. Ze glimlachte vriendelijk naar me en ik zag een blinkend wit en regelmatig, doch ietwat puntig gebit.
"Goedenavond," zei ze.
"Hallo mevrouw.." stamelde ik een beetje verlegen - mijn ergernissen waren al weer vergeten -, "ik hoop dat ik niet stoor..?"
"Zeker niet, jonge dame. Kom je misschien iets verkopen?"
"Nee, ik kom iets afgeven. Het is voor..." - ik keek naar het blad in mijn handen - "...de heer C. Tan. Woont die hier?"
"Zeker, maar hij is er zelden, hij heeft het zo druk," antwoordde ze met een droevige glimlach. "Ik zal het aan hem geven."
Ze nam de Large aan, maar toen ik weg wilde lopen, riep ze me terug. "Kom toch even binnen! Er komt slecht weer aan. Bovendien heb ik behoefte aan gezelschap: ik ben zo eenzaam als mijn meester van huis is, en bezoek komt er ook al nooit!"
Vind je het heel gek, met zo'n onvindbaar huis, dacht ik, maar ik liet me toch mee naar binnen tronen, want wees nou eerlijk: hoe vaak krijg je de kans om een kasteel van binnen te zien?

Ze stelde zich voor als Bertha. Door een aantal lange gangen bracht ze me bij de keuken. Hier bleek waar de vlekken op haar jurk vandaan kwamen: boven het laaiende vuur in de haard hing een enorme pan tomatensoep. "Wil je misschien proeven?" vroeg ze, "Wat denk je, moet er nog wat peper bij?"
"Nee, dit lijkt me prima," antwoordde ik, na geproefd te hebben, "maar vertelt u eens, waar zijn die balletjes van gemaakt? Ze zijn heel apart."
"Geheim recept," antwoordde Bertha met een knipoog. "Maar als je het lekker vindt, kom dan nog eens terug!"


Sindsdien eet ik wekelijks een kommetje tomatensoep bij Bertha. Haar meester heb ik tot op heden nog nooit mogen ontmoeten, maar met zijn Large schijnt hij erg blij geweest te zijn.

zaterdag 24 oktober 2009

De Stupiditeitsprijs van de Week

En de stupiditeitsprijs van deze week gaat naar...

Wederom ikzelf. Ik vroeg in het restaurant specifiek om een verrassingsmenu zonder vis, want dat lust ik niet. En wat krijg ik? Het enige soort vlees wat ik eigenlijk niet eet 'omdat ik het zielig vind', namelijk konijn.

Tot zover de (hypocriete?) principes, lang leve de ironie!

Het was wel een erg lekker konijn. Dus hij is niet voor niks gegroeid. Toch..?

zaterdag 17 oktober 2009

Brainwashed

Ik staar naar mijn schrijfblok, als sinds Schiedam. Nu remt de trein voor Leiden, maar er staat nog geen letter op papier. Een stukje schrijven kost wel eens wat moeite. Soms kan ik de juiste formuleringen niet vinden, soms moet ik erg mijn best doen om niet af te dwalen.

Nu is het anders. Het papier voor mijn ogen verandert om de paar minuten in een projectiescherm voor wazige, ongrijpbare dromen, als ik voor de zoveelste keer bijna in slaap val.
Maar zelfs als ik wakker weet te blijven, kan ik me niet concentreren. Midden in mijn gedachtegang... humerus, caput, tuberculum minus... majus, epicondylus lateralis... tenniselleboog! komt er ineens wat anatomie tussendoor drijven. En als het geen anatomie is... gaan de natriumkanalen open, depolarisatie, natriumkanalen dicht, kaliumkanalen open, repolarisatie... is het wel fysiologie. Of celbiologie, cAMP anyone? ...of klinisch redeneren, histologie... hematoxyline, eosine... statistiek en ethiek.
Ja zo'n leuke nieuwe studie kan al snel veranderen in een obsessie. Er wordt tijdens de eerste weken zo veel basiskennis ingestampt dat ik het moeilijk begin te vinden om het los te laten.

Misschien ken je het fenomeen dat door een klein brokje kennis de wereld er ineens heel anders uit kan gaan zien, doordat je datgene wat je net geleerd hebt overal terug ziet komen. Als je dat kent, kun je ook nagaan wat het effect zal zijn van een heleboel nieuwe kennis. Ineens wordt ik de hele dag door geconfronteerd met dingen die er altijd al zijn geweest, maar nu een heel nieuwe betekenis hebben gekregen. Ik adem. Mijn hart klopt. Ik beweeg. Ik communiceer met mensen om me heen. Allemaal simpele dingen die ineens ongelooflijk complex worden als je een idee krijgt van de onderliggende mechanismen. Het is bijna verrassend dat het al 19 jaar goed is gegaan zonder dat ik erover nadacht!

Al deze nieuwe verwondering is natuurlijk leuk en aardig, maar na een paar uur in bed piekeren over de werking van mijn hartkleppen, vraag ik me ook wel eens af: "Waar zit de uitknop?"

woensdag 7 oktober 2009

Elke Idioot Met Een Klappertjespistool

Vorige week woensdag zijn Roelof en ik bedreigd, terwijl we na een avond op de studentenvereniging samen met twee andere meisjes naar ons logeeradres liepen. Het begon met wat verbal abuse door een stel hangjongeren, maar de sfeer veranderde al snel toen één van hen plotseling een pistool trok en bij Roelof informeerde of "hij nu nog zo'n grote bek had".

Ik herinner me weinig van wat er daarna gebeurde, afgezien van een paar stilstaande beelden die in mijn netvlies gebrand staan. Ik zag eigenlijk alleen het pistool dat op Roelofs buik gericht was en ik kon me niet meer bewegen.
Want: neem een stel gestoorde figuren, een pistool en wat weerloze voorbijgangers, gooi deze ingrediënten in de crimi-generator die mijn fantasierijk geest is en wat krijg je? Prachtige krantenkoppen. "BLOEDBAD IN CROOSWIJK" "VIER STUDENTEN KOMEN OM BIJ ZINLOZE SCHIETPARTIJ"

De jongen, waarvan ik achteraf geen idee meer heb hoe hij eruit zag, bleef een stroom dreigementen uiten waar ik me ook niks meer van herinner. Ik stond rustig te hyperventileren en de rest vertrok geen spier.
Maar daarmee waren we er nog niet. "Ik heb nog wel wat anders voor jou!" Het pistool tegen Roelofs buik verdween op de achtergrond, om vervangen te worden door iets minstens net zo engs: een hand in een zak, met overduidelijk een mes erin. De krantenkoppen in mijn hoofd veranderden direct: "JONGEN (19) DOODGESTOKEN, OMSTANDERS STAAN MACHTELOOS"

Hoe lang we zo gestaan hebben weet ik niet. Toen trok de jongen het 'mes' en stak toe. Roelof deed een stap achteruit, maar het was niet nodig: de hand van onze 'bedreiger' was leeg. Terwijl we wegliepen werden we uitgelachen.

"Maar hoorde je dan niet dat dat pistool van plastic was?" zei Roelof later toen we binnen waren. Oh, dus daarom raakte alleen ik in paniek. We werden bedreigd met een stuk speelgoed. Zucht.

Maar dan nog, ik denk niet dat mijn krantenkopvisioenen volstrekt absurd waren. Er zijn echt mensen in deze wereld die op straathoeken rondhangen met koud staal op zak en in staat zijn je neer te schieten om niks. De kans dat je ze tegenkomt is niet groot, maar je zal maar net die pechvogel zijn. Dat is triest.

Wat ook triest is, is dat elke idioot met een klappertjespistool je kan laten dénken dat jij die pechvogel bent. Gewoon, voor de grap. Gewoon, omdat het kan.