Hallo lieve blogleeskindertjes,
Om te vieren dat dit het vijftigste berichtje is op deze weblog, heb ik dan eindelijk het langverwachte, ontzettend sombere, doch zeer stijlvolle nieuwe kleurenschema gearrangeerd. Ik hoop dat degenen van jullie die een hekel hebben aan roze dit mooier vinden. En dat de aanhangers van de voormalige zoetheid er ook mee kunnen leven. Waarschijnlijk niet. Het zal vermoedelijk niet lang duren voor ik klachten binnen krijg dat het een grafkleur is. Bespaar het me, alsjeblieft.
Gelukkig heb ik nog een extra argument om deze kleurkeuze te kunnen rechtvaardigen: een donkere pagina kost minder energie dan een lichte. Mijn blog is ecologisch verantwoord. Top that.
HALLIEHALLO!
En welkom op mijn weblog.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
donderdag 27 november 2008
maandag 24 november 2008
Pindakaas
Om te beginnen: ik hou helemaal niet van pindakaas. Er zitten namelijk pinda's in. Pindas come from hell, laat dat duidelijk zijn. En pindakaas stinkt. En je kaken gaan ervan aan elkaar plakken. Maar dat terzijde.
Pindakaas is namelijk heel nuttig. Je kunt er kauwgomvlekken mee uit je kleren krijgen. Dan vraag je je natuurlijk af waarom ik kauwgom op mijn kleren smeer, maar dat heeft iemand anders voor mij gedaan, door voornoemde kauwgom op de verwarming te plakken. De verwarming waarop ik mijn kleren wilde drogen. Jawel.
Maar pindakaas is de redder in nood. De grote vetvlekken van de pindakaas leiden je namelijk af van de kauwgom. Probleem opgelost.
En dus vroeg ik Roelof of hij nog maar even een pot voor mij mee wilde nemen, want er zit een groot verschil tussen echte Calve Pindakaas (Hoe groot wil je worden?!) en Peanut Butter.
Enfin, een paar dagen later, ik heb net vers brood gekocht. Toch maar eens even kijken hoe dat ook al weer smaakt, pindakaas. Eerst een klein likje, hmm... niet verkeerd. Een grotere lik. Een, twee, drie in Godsnaam: boterham volledig ondersmeren. Oh, dit smaakt Nederlands! Ach, er kan nog wel een beetje bij... Geen brood met pindakaas, maar pindakaas met brood! Muahahaha!
Dan, een enorme hap! En toen gebeurde het, de vloek der pindakaas. Mijn kaken kleefden aan elkaar, mijn tong plakte vast aan mijn gehemelte, en het brood met pindakaas bleef steken in mijn keel. Ik probeerde me nog te verzetten, hoestend en hulpeloos slikkend. Het was hopeloos.
God straft onmiddelijk.
Pindakaas is namelijk heel nuttig. Je kunt er kauwgomvlekken mee uit je kleren krijgen. Dan vraag je je natuurlijk af waarom ik kauwgom op mijn kleren smeer, maar dat heeft iemand anders voor mij gedaan, door voornoemde kauwgom op de verwarming te plakken. De verwarming waarop ik mijn kleren wilde drogen. Jawel.
Maar pindakaas is de redder in nood. De grote vetvlekken van de pindakaas leiden je namelijk af van de kauwgom. Probleem opgelost.
En dus vroeg ik Roelof of hij nog maar even een pot voor mij mee wilde nemen, want er zit een groot verschil tussen echte Calve Pindakaas (Hoe groot wil je worden?!) en Peanut Butter.
Enfin, een paar dagen later, ik heb net vers brood gekocht. Toch maar eens even kijken hoe dat ook al weer smaakt, pindakaas. Eerst een klein likje, hmm... niet verkeerd. Een grotere lik. Een, twee, drie in Godsnaam: boterham volledig ondersmeren. Oh, dit smaakt Nederlands! Ach, er kan nog wel een beetje bij... Geen brood met pindakaas, maar pindakaas met brood! Muahahaha!
Dan, een enorme hap! En toen gebeurde het, de vloek der pindakaas. Mijn kaken kleefden aan elkaar, mijn tong plakte vast aan mijn gehemelte, en het brood met pindakaas bleef steken in mijn keel. Ik probeerde me nog te verzetten, hoestend en hulpeloos slikkend. Het was hopeloos.
God straft onmiddelijk.
dinsdag 18 november 2008
Twijfels
Afgelopen weekend was Roelof hier, naar eigen zeggen om mij te redden van alle naarheid van Engeland: het slechte weer, het ongezonde eten en vooral die vreselijke Engelsen. Uiteraard was ik dat allemaal zo veel mogelijk aan het ontkennen. Het weer is al weken best aardig. Het eten went. Als ik maar vaak genoeg ga sporten word ik er ook niet dik van. Engelsen zijn heel aardig. En alle EF-ers zijn heel vriendelijke mensen - geen rijkeluiskindjes die hier komen om feest te vieren en het geld van hun ouders uit te geven.
Aan het eind van het weekend hadden de rollen zich zo ongeveer omgedraaid. Roelof beweerde dat het al bijna weer Kerst was, dat ik straks wel weer afleiding zou vinden en genoeg plezier zou hebben. En ik vond Engeland afschuwelijk, de Engelsen vreemd, de meeste EF-ers stom en oppervlakkig en het eten vreselijk. En ik wilde naar huis. Ik wil naar huis.
Dat is altijd een van de moeilijkste dingen om toe te geven: dat datgene wat je zelf hebt gekozen, geheel op eigen initiatief en zonder druk van wie dan ook, dat datgene nadelen heeft. EF heeft nadelen. Veel zelfs. Oxford heeft nadelen. Engeland heeft nadelen. Heel veel is niet wat ik ervan verwacht of gehoopt had. En soms vraag ik me af of ik wel de juiste keuze gemaakt heb door hier te komen. Of ik mijn tijd, energie en geld niet beter anders had kunnen besteden.
Zulke twijfels mogen natuurlijk niet openlijk toegegeven worden. Als je zelf kritiek hebt op je eigen keuze, dan geef je anderen schot op open doel: die mogen dan ook ongelimiteerd commentaar leveren. En commentaar op jouw keuzes is commentaar op jou.
Dus ben ik wanhopig Oxford blijven verdedigen, met kramp in mij kaken. Ook al werd ik nog zo depressief van de overdadige universiteitsgebouwen, de overdosis fastfoodketens, het verwarrende openbaar vervoer, de Christmas-hysterie, het kant-en-klaar-voedsel in de supermarkten, de exorbitant hoge prijzen voor bijna niks, de strikte scheiding tussen alles wat uitverkoren en universitair is en alles wat stads en gewoon is, en de grauwe Engelse regen op de grauwe Engelse straten. Nu geef ik het maar gewoon op: af en toe vind ik Oxford gewoon een rotstad.
Door dit te zeggen onderscheid ik me eventjes van een aantal van mijn vrienden die hun studiestad tot in de dood trouw blijven en eeuwig de hemel in prijzen. So be it.
Als straks de zon weer gaat schijnen en het zandkleurige steen van alle monumentale gebouwen zijn warme glans weer terugkrijgt, als ik weer een beetje uitgeslapen ben en de kerstvakantie wat dichterbij is gekomen, dan zal ook Oxford wel weer mooi worden.
Aan het eind van het weekend hadden de rollen zich zo ongeveer omgedraaid. Roelof beweerde dat het al bijna weer Kerst was, dat ik straks wel weer afleiding zou vinden en genoeg plezier zou hebben. En ik vond Engeland afschuwelijk, de Engelsen vreemd, de meeste EF-ers stom en oppervlakkig en het eten vreselijk. En ik wilde naar huis. Ik wil naar huis.
Dat is altijd een van de moeilijkste dingen om toe te geven: dat datgene wat je zelf hebt gekozen, geheel op eigen initiatief en zonder druk van wie dan ook, dat datgene nadelen heeft. EF heeft nadelen. Veel zelfs. Oxford heeft nadelen. Engeland heeft nadelen. Heel veel is niet wat ik ervan verwacht of gehoopt had. En soms vraag ik me af of ik wel de juiste keuze gemaakt heb door hier te komen. Of ik mijn tijd, energie en geld niet beter anders had kunnen besteden.
Zulke twijfels mogen natuurlijk niet openlijk toegegeven worden. Als je zelf kritiek hebt op je eigen keuze, dan geef je anderen schot op open doel: die mogen dan ook ongelimiteerd commentaar leveren. En commentaar op jouw keuzes is commentaar op jou.
Dus ben ik wanhopig Oxford blijven verdedigen, met kramp in mij kaken. Ook al werd ik nog zo depressief van de overdadige universiteitsgebouwen, de overdosis fastfoodketens, het verwarrende openbaar vervoer, de Christmas-hysterie, het kant-en-klaar-voedsel in de supermarkten, de exorbitant hoge prijzen voor bijna niks, de strikte scheiding tussen alles wat uitverkoren en universitair is en alles wat stads en gewoon is, en de grauwe Engelse regen op de grauwe Engelse straten. Nu geef ik het maar gewoon op: af en toe vind ik Oxford gewoon een rotstad.
Door dit te zeggen onderscheid ik me eventjes van een aantal van mijn vrienden die hun studiestad tot in de dood trouw blijven en eeuwig de hemel in prijzen. So be it.
Als straks de zon weer gaat schijnen en het zandkleurige steen van alle monumentale gebouwen zijn warme glans weer terugkrijgt, als ik weer een beetje uitgeslapen ben en de kerstvakantie wat dichterbij is gekomen, dan zal ook Oxford wel weer mooi worden.
donderdag 13 november 2008
Amateur Undercover Agent
Ik loop met Dana over straat, pratend en lachend, als een man die voor ons loopt zich ineens omdraait.
"Excuse me, are you following me?" zegt hij, heel ernstig.
"Eh, nee," antwoorden wij, "we zijn op weg naar de supermarkt." We weten eigenlijk wat we er van moeten vinden.
"Ah, dan is het goed," is de reactie. "Ik ben eerder gevolgd, dus het had gekund."
"Zien wij er dan uit als undercover agents?" kan ik niet laten te vragen.
De man bekijkt ons even. "Nee," zegt hij dan, "maar er zijn heel veel amateur undercover agents, hoor. Volgen jullie me echt niet?"
"Nee," zegt Dana. "Wij moeten hier trouwens naar rechts."
"Okay, dan ga ik wel rechtdoor," zegt de man en verdwijnt.
Ik weet wat mijn nieuwe vakantiebaantje gaat worden: amateur undercover agent. Sounds cool.
"Excuse me, are you following me?" zegt hij, heel ernstig.
"Eh, nee," antwoorden wij, "we zijn op weg naar de supermarkt." We weten eigenlijk wat we er van moeten vinden.
"Ah, dan is het goed," is de reactie. "Ik ben eerder gevolgd, dus het had gekund."
"Zien wij er dan uit als undercover agents?" kan ik niet laten te vragen.
De man bekijkt ons even. "Nee," zegt hij dan, "maar er zijn heel veel amateur undercover agents, hoor. Volgen jullie me echt niet?"
"Nee," zegt Dana. "Wij moeten hier trouwens naar rechts."
"Okay, dan ga ik wel rechtdoor," zegt de man en verdwijnt.
Ik weet wat mijn nieuwe vakantiebaantje gaat worden: amateur undercover agent. Sounds cool.
zaterdag 8 november 2008
Wildlife in Oxford
Toen ik hier net aankwam was ik ontzettend verbaasd over de hoeveelheid grijze eekhoorns die in Oxford leeft. Het lijkt wel een plaag. Als je door het park loopt kan je er zo acht tegelijk zien zitten. Ze rennen achter elkaar aan, vechten en bekogelen jou met kastanjes alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Inmiddels is mijn eekhoornmanie weer een beetje ingezakt. Als je er elke ochtend drie ziet eten uit de prullenbak voor je deur gaat de nieuwigheid er vanzelf wel af. En als je goed naar ze kijkt, zijn het eigenlijk ook alleen maar ratten met dikke staarten. Tja.
Maar Oxford had nog meer dierlijke verrassingen in petto: pas zag ik twee vossen spelen, ongeveer drie meter van de weg af, zonder zich druk te maken om verkeer of voorbijgangers. Het is niet alsof ik hier midden in het centrum woon, maar zo hoog is het countryside-niveau nou ook weer niet!
Mijn verbazing bereikte gisteren zijn hoogtepunt toen ik naar de gym fietste en een paar herten plotseling nonchalant de weg overstaken. Ze negeerden me compleet, hoewel ik nog net niet hard moest remmen om ze te ontwijken.
Andere plaatsen, andere dieren, maar ik had nooit gedacht dat Oxford zoveel wildlife te bieden had. Maar soms komt het dichterbij dan ik eigenlijk zou willen: ik vermoed dat in de koelkast in het keukentje ook heel interessante populaties van iets mysterieus voorkomen.
Inmiddels is mijn eekhoornmanie weer een beetje ingezakt. Als je er elke ochtend drie ziet eten uit de prullenbak voor je deur gaat de nieuwigheid er vanzelf wel af. En als je goed naar ze kijkt, zijn het eigenlijk ook alleen maar ratten met dikke staarten. Tja.
Maar Oxford had nog meer dierlijke verrassingen in petto: pas zag ik twee vossen spelen, ongeveer drie meter van de weg af, zonder zich druk te maken om verkeer of voorbijgangers. Het is niet alsof ik hier midden in het centrum woon, maar zo hoog is het countryside-niveau nou ook weer niet!
Mijn verbazing bereikte gisteren zijn hoogtepunt toen ik naar de gym fietste en een paar herten plotseling nonchalant de weg overstaken. Ze negeerden me compleet, hoewel ik nog net niet hard moest remmen om ze te ontwijken.
Andere plaatsen, andere dieren, maar ik had nooit gedacht dat Oxford zoveel wildlife te bieden had. Maar soms komt het dichterbij dan ik eigenlijk zou willen: ik vermoed dat in de koelkast in het keukentje ook heel interessante populaties van iets mysterieus voorkomen.
donderdag 6 november 2008
The Gym
Om eerlijk te zijn heb ik al mijn hele leven iets gehad tegen het fenomeen 'de sportschool'. Tegen fitnessruimten, tegen ingewikkelde trainingsapparaten, halters en alle andere aanverwante zaken. Ik vond het altijd volkomen onzin. Als je wil hardlopen, ga naar buiten. Als je wil fietsen, ga een fietstocht maken. Als je spieren wil, ga een echte sport doen. Of ga opdrukken desnoods.
Helaas heb ik ook hierover mijn mening weer enigzins moeten herzien. Ik ben immers negen maanden lang veroordeeld tot Engels eten - of EF Food zoals ze het hier graag noemen. En hoewel de kwaliteit niet dusdanig hoog is dat ik borden vol naar binnen zou willen schransen, blijft het toch een beetje plakken hier en daar. Die ene broek zit toch net iets strakker dan de vorige keer en elke keer dat ik in de spiegel kijk word ik een tikje ongeruster.
Maar wat eraan te doen? Op zoek naar een plek waar ik verder kan met mijn judolessen? Maar ik heb niet eens een judopak hier. Hardlopen dan? Dat hou ik misschien een week vol, dat weet ik uit ervaring. Push-ups en sit-ups in een hoekje op mijn kamer? Kansloos. En dus bleef er in mijn bijzonder on-inventieve geest maar een optie over: de Brookes University Gym.
Nu huppel ik elke twee dagen ruim een uur daar rond. Ik schaam me bijna om het toe te geven, maar stiekem vind ik het ontzettend leuk. Het rennen op een loopband is natuurlijk vrij saai, maar ik kan wel goed lachen om alle andere mensen die ik daar zo zie. Het zijn allemaal van die typetjes. De patserige jongens met te veel spieren. De magere jongetjes die ook spieren willen, maar eigenlijk niet weten waar ze moeten beginnen. De oudere mannen die nog steeds een strak lijf willen houden. De (iets) te dikke meisjes (waar ik helaas inmiddels bij hoor, I admit it). De veel te magere meisjes. De huisvrouwen. En heel, heel af en toe een normaal, gemiddeld persoon. Maar dat is zeldzaam.
Maar wat eraan te doen? Op zoek naar een plek waar ik verder kan met mijn judolessen? Maar ik heb niet eens een judopak hier. Hardlopen dan? Dat hou ik misschien een week vol, dat weet ik uit ervaring. Push-ups en sit-ups in een hoekje op mijn kamer? Kansloos. En dus bleef er in mijn bijzonder on-inventieve geest maar een optie over: de Brookes University Gym.
Nu huppel ik elke twee dagen ruim een uur daar rond. Ik schaam me bijna om het toe te geven, maar stiekem vind ik het ontzettend leuk. Het rennen op een loopband is natuurlijk vrij saai, maar ik kan wel goed lachen om alle andere mensen die ik daar zo zie. Het zijn allemaal van die typetjes. De patserige jongens met te veel spieren. De magere jongetjes die ook spieren willen, maar eigenlijk niet weten waar ze moeten beginnen. De oudere mannen die nog steeds een strak lijf willen houden. De (iets) te dikke meisjes (waar ik helaas inmiddels bij hoor, I admit it). De veel te magere meisjes. De huisvrouwen. En heel, heel af en toe een normaal, gemiddeld persoon. Maar dat is zeldzaam.
gepost in
Ik zie... Ik zie...,
The Oxford Adventure
Abonneren op:
Reacties (Atom)