Het heeft vast te maken met het feit dat het een gymnasium is: bij mij op school is een cultuur ontstaan van anderen verbeteren wat betreft hun taalgebruik. Wie een 'als' en een 'dan' verwisselt of 'hen' en 'hun' omdraait, kan rekenen op een verontwaardigd koor van verbeteraars. Grammaticaal correct praten is een must, anders kun je wel vergeten dat er nog naar de inhoud van wat je zegt wordt geluisterd.
Zelf hou ik me niet zo bezig met het Grote Verbeteren, met name omdat ik zelf te veel fouten maak. Op MSN verwissel ik continu 'gebeurt' als persoonsvorm en 'gebeurd' als voltooid deelwoord. Als ik enthousiast ben, typ ik ook vaak 'jouw' in plaats van 'jou', of andersom. Wanneer ik een nieuw weblogberichtje plaats, is er vrijwel altijd iemand die me wijst op een verkeerd gespelde werkwoordsvorm. Laatst hebben meerdere mensen me geprobeerd uit te leggen dat 'ergeren' en 'irriteren' geen synoniemen zijn. Zonder veel succes.
Grappig genoeg is er op dezelfde school, zelfs bij dezelfde mensen, ook een andere trend gaande. Die trend houdt in dat er juist steeds méér grammaticale incorrectheden het dagelijks taalgebruik binnen sluipen. Overmatig gebruik van het woord 'doen', verkeerde vervoegingen van werkwoorden, 'fonetisch Engels', geen-stijl-spelling, ik kom het allemaal tegen. Blijkbaar botst de neiging tot het gebruik van 'slang' en 'jeugdtaal' nog al eens met het verlangen zich correct en 'volwassen' uit te drukken.
Ik zou zeggen dat het veel goeier zou zijn iets meer tolleranter te doen over elkaars taalgebruik. Anders heeft zo meteen niemand nog de moed om iets te durven zeggen, iv joe sie wat aj mien. Doe eerst even op jezelf letten. Ofzeau.
HALLIEHALLO!
En welkom op mijn weblog.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
Hier spui ik al zo'n anderhalf jaar mijn belevenissen, piekerijen, gedachtenspinsels en slecht onderbouwde meningen. Niets bijzonders dus, want de halve wereld doet dat tegenwoordig.
Voel je vrij om wat rond te kijken of een berichtje achter te laten.
zondag 30 maart 2008
dinsdag 25 maart 2008
Ode aan de Sneeuw
Er zijn maar weinig dingen die zo'n hoge "ohhhh"-factor hebben als sneeuw. Sneeuw, dansend, dwarrelend, draaiend, langzaam, snel... Sneeuw. En het gekke is dat die betovering eigenlijk nooit verdwijnt.
Ooit een jong poesje door een dikke laag sneeuw zien lopen? Pootje neerzetten, geschrokken terugtrekken, afschudden, likken... Wat is dit dan weer? Daarna rennen, springen, sneeuwvlokken vangen. Mijn poes Kippie had daar een handje van vroeger.
Nog zoiets: door de sneeuw fietsen. De vlokken die vanachter het raam zo rustig leken te dwarrelen komen ineens massaal op je af, blijven in je gezicht plakken, in je oogharen hangen. Ik krijg de vreemde neiging mijn mond open te doen om voor de zoveelste keer te ontdekken dat sneeuw gewoon naar water smaakt. En weer blijkt dat je er net zo nat van kan worden als van regen.
Nee, als het sneeuwt moet je eigenlijk achter een raam zitten, op een bank in een warme kamer, liefst zelfs met een kop thee of chocolademelk. Dan valt het je op hoe de luchtstromen niet overal hetzelfde zijn: opstijgend, dalend, in draaikolken. En dat de vlokken die zo wit afsteken tegenover de grond, grijs lijken wanneer je naar boven kijkt. Sneeuw is wat dat betreft net als vuur: je kan blijven kijken. Het leidt tot niets, maar het blijft magisch.
Dat laatste blijkt ook uit het feit dat mijn klasgenoten van nu (zesde klas gymnasium dus) nog net zo gebiologeerd uit het raam staren als de kinderen in mijn kleuterklas, veertien jaar geleden. "Ja maar... HET SNEEUWT!"
Ooit een jong poesje door een dikke laag sneeuw zien lopen? Pootje neerzetten, geschrokken terugtrekken, afschudden, likken... Wat is dit dan weer? Daarna rennen, springen, sneeuwvlokken vangen. Mijn poes Kippie had daar een handje van vroeger.
Nog zoiets: door de sneeuw fietsen. De vlokken die vanachter het raam zo rustig leken te dwarrelen komen ineens massaal op je af, blijven in je gezicht plakken, in je oogharen hangen. Ik krijg de vreemde neiging mijn mond open te doen om voor de zoveelste keer te ontdekken dat sneeuw gewoon naar water smaakt. En weer blijkt dat je er net zo nat van kan worden als van regen.
Nee, als het sneeuwt moet je eigenlijk achter een raam zitten, op een bank in een warme kamer, liefst zelfs met een kop thee of chocolademelk. Dan valt het je op hoe de luchtstromen niet overal hetzelfde zijn: opstijgend, dalend, in draaikolken. En dat de vlokken die zo wit afsteken tegenover de grond, grijs lijken wanneer je naar boven kijkt. Sneeuw is wat dat betreft net als vuur: je kan blijven kijken. Het leidt tot niets, maar het blijft magisch.
Dat laatste blijkt ook uit het feit dat mijn klasgenoten van nu (zesde klas gymnasium dus) nog net zo gebiologeerd uit het raam staren als de kinderen in mijn kleuterklas, veertien jaar geleden. "Ja maar... HET SNEEUWT!"
maandag 17 maart 2008
Arm Ding
Vanmorgen is mijn tas overleden. Het gebeurde op het schoolplein, vlak voor de deur van de school. Plotseling scheurde het hengsel af en daar stond ik dan: met een schoudertas zonder hengsel valt vrij weinig aan te vangen.
Die tas was mijn eerste schoudertas ooit. Mede daarom ben ik nogal aan het ding gehecht. Ik hecht me sowieso vrij snel aan bepaalde spullen. Wanneer die spullen het vervolgens begeven, blijf ik achter met zo'n vreemd, machteloos gevoel. Zo heb ik laatst ook vijf minuten bij de prullenbak gestaan met mijn lievelingssokken in mijn hand. In één van beiden zat een enorm gat. Toch deed het me pijn ze weg te moeten gooien, vooral omdat sok nummer twee nog helemaal heel was. Het arme ding.
Medelijden met dingen, een vreemd verschijnsel. Bij mij uit het zich vooral in het niet weg kunnen gooien van kapotte armbandjes, het praten tegen mijn fiets nadat ik 'm heb laten vallen en meer van die vreemde gewoonten. Het is vroeger zelfs zo erg geweest dat ik me schuldig voelde tegenover touwtjes die ik niet meer kon gebruiken en papier waarop ik een mislukte tekening had gemaakt. "Sorry, sorry, sorry... Dit had je toch niet verdiend... Het spijt me."
Gelukkig is mijn tas inmiddels al gerepareerd.
Die tas was mijn eerste schoudertas ooit. Mede daarom ben ik nogal aan het ding gehecht. Ik hecht me sowieso vrij snel aan bepaalde spullen. Wanneer die spullen het vervolgens begeven, blijf ik achter met zo'n vreemd, machteloos gevoel. Zo heb ik laatst ook vijf minuten bij de prullenbak gestaan met mijn lievelingssokken in mijn hand. In één van beiden zat een enorm gat. Toch deed het me pijn ze weg te moeten gooien, vooral omdat sok nummer twee nog helemaal heel was. Het arme ding.
Medelijden met dingen, een vreemd verschijnsel. Bij mij uit het zich vooral in het niet weg kunnen gooien van kapotte armbandjes, het praten tegen mijn fiets nadat ik 'm heb laten vallen en meer van die vreemde gewoonten. Het is vroeger zelfs zo erg geweest dat ik me schuldig voelde tegenover touwtjes die ik niet meer kon gebruiken en papier waarop ik een mislukte tekening had gemaakt. "Sorry, sorry, sorry... Dit had je toch niet verdiend... Het spijt me."
Gelukkig is mijn tas inmiddels al gerepareerd.
woensdag 12 maart 2008
Volgend Jaar
Precies een week geleden heb ik een stukje van mijn toekomst vastgelegd. Zo voelt het tenminste. Ik heb een aanmeldingsformulier op de post gedaan voor negen maanden lessen aan de EF International School of English in Oxford.
Het posten van dat formulier voelde heel definitief. Eigenlijk had ik mijn beslissing al twee weken eerder genomen. Eigenlijk zou ik het nog steeds allemaal af kunnen blazen mocht ik van mening veranderen. Toch lijkt het net alsof het nu onomkeerbaar is.
Vreemd idee: volgend jaar woon ik niet in Haarlem, volgend jaar vier ik geen Sinterklaas, volgend jaar besteed ik mijn vrijdagavonden waarschijnlijk anders, volgend jaar schrijf ik mijn blogs vanaf de andere kant van de Noordzee... In ieder geval is dat zwarte gat dat eerst gaapte na mijn eindexamen weg. En voor de rest: come what may.
Het posten van dat formulier voelde heel definitief. Eigenlijk had ik mijn beslissing al twee weken eerder genomen. Eigenlijk zou ik het nog steeds allemaal af kunnen blazen mocht ik van mening veranderen. Toch lijkt het net alsof het nu onomkeerbaar is.
Vreemd idee: volgend jaar woon ik niet in Haarlem, volgend jaar vier ik geen Sinterklaas, volgend jaar besteed ik mijn vrijdagavonden waarschijnlijk anders, volgend jaar schrijf ik mijn blogs vanaf de andere kant van de Noordzee... In ieder geval is dat zwarte gat dat eerst gaapte na mijn eindexamen weg. En voor de rest: come what may.
dinsdag 4 maart 2008
Dagboek
Gisteren kwam ik in mijn kast mijn oude dagboek tegen. Het is een dagboek zoals een dagboek eigenlijk hoort te zijn: lichtblauw met tuttige dolfijntjes en een gouden slotje dat bij één keer trekken open breekt. Van binnen is het gevuld met hartjes en de zielenroerselen van een tienjarige die zichzelf al heel wat vond. Smullen.
Het leukste om te lezen zijn toch de basisschoolverliefdheden. Ik ben ooit twee jaar lang in stilte verliefd geweest op een jongen die ik van judoles kende. Het is rustig een obsessie te noemen, want ik spaarde alles wat met hem te maken had. Ik wist hoeveel broers en zussen hij had, waar hij woonde, zijn telefoonnummer, geboortedatum, favoriete kleur, eten, judoworp en het kenteken van zijn vaders auto. Alles wat me aan hem deed denken heb ik verzameld. Die verliefdheid ging over na een fataal bezoek aan de kapper van zijn kant, maar alle frutsels heb ik nog steeds.
Ik lees mezelf als een Bouquetreeks, maar dan met veel 'ohja'-momenten. De verhuizing, mijn nieuwe fiets, mijn elfde verjaardag, Sinterklaas, projecten op school. Maar ook: die keer dat ik klikte ("Juf, ze hebben koekjes!") alleen omdat ik zelf buitengesloten werd. Die keer dat ik in het park een spuit vond. Die keer dat ik mijn eten zo vies vond dat ik over heb gegeven in mijn eigen bord. Die doorn van één centimeter groot die in mijn hoofd kwam bij het buitenspelen. Uiteraard ook een paar lekkere emo-uitingen: "Ik wou dat ik niet bestond. Maar misschien stel ik me aan." Je ziet het, ik ben weinig veranderd...
Het leukste om te lezen zijn toch de basisschoolverliefdheden. Ik ben ooit twee jaar lang in stilte verliefd geweest op een jongen die ik van judoles kende. Het is rustig een obsessie te noemen, want ik spaarde alles wat met hem te maken had. Ik wist hoeveel broers en zussen hij had, waar hij woonde, zijn telefoonnummer, geboortedatum, favoriete kleur, eten, judoworp en het kenteken van zijn vaders auto. Alles wat me aan hem deed denken heb ik verzameld. Die verliefdheid ging over na een fataal bezoek aan de kapper van zijn kant, maar alle frutsels heb ik nog steeds.
Ik lees mezelf als een Bouquetreeks, maar dan met veel 'ohja'-momenten. De verhuizing, mijn nieuwe fiets, mijn elfde verjaardag, Sinterklaas, projecten op school. Maar ook: die keer dat ik klikte ("Juf, ze hebben koekjes!") alleen omdat ik zelf buitengesloten werd. Die keer dat ik in het park een spuit vond. Die keer dat ik mijn eten zo vies vond dat ik over heb gegeven in mijn eigen bord. Die doorn van één centimeter groot die in mijn hoofd kwam bij het buitenspelen. Uiteraard ook een paar lekkere emo-uitingen: "Ik wou dat ik niet bestond. Maar misschien stel ik me aan." Je ziet het, ik ben weinig veranderd...
Abonneren op:
Reacties (Atom)